DE LIEDKAMPEN (1944 – 1963)

Onvergetelijk voor wie ze heeft meegemaakt waren de Liedkampen



Al in juli 1941 had de Amersfoortse zanggroep Het Nederlandse Lied: een twintigtal jongeren onder leiding van Renske Nieweg, een als zeer geslaagd ervaren weekend beleefd in ‘Ons Bliscap’ te Amerongen. Deze bijeenkomst had de groep tot een hechte vriendenkring samengesmeed. Nog in het laatste oorlogsjaar, vlak na de hoopgevend verlopende geallieerde invasie in Normandië, durfde Renske het aan om een hele zang-, dans- en speelweek te organiseren, van 22 tot en met 26 juli 1944. Nu met een aanmerkelijk uitgebreid aantal deelnemers: HNL-leden, oud-leden, en bevriende muzikale relaties – samen meer dan zestig personen. Een week die uitdrukkelijk een studiedoel had. HNL zou immers, zodra de spoedig verwachte bevrijding een feit was, als een de nationale gemeenschap dienende Gideonsbende moeten functioneren: door met haar optreden de Nederlandse jeugd weer hun eigen volksliederen te leren zingen. Maar het ging beslist om méér dan volksliederen! Het ging om herstel en uitgroei van een – al ouder – levensideaal: een samenleving waarin het gemeenschapsgevoel richting gevend was – en een daarbij horende levensstijl, geestelijk en zedelijk kwaliteitsniveau, dus: ethiek en moraal; en dat in feite met een vrijzinnig christelijke inslag. Voor de opzet van een in die zin experimenterende training kon Renske dankbaar gebruik maken van haar ervaringen in de vooroorlogse AJC-muziekleiderskampen waarin zij een belangrijke rol had gespeeld; die leverden als het ware een blauwdruk. En nog in juni 1944 had zij in De Lage Vuursche een muziekkamp geleid van het Vrijzinnig Protestants Jeugdwerkcentrum ‘Oolgaardt’.



Het kamp van 1944 – beschreven in een vorig deel van deze geschiedenis – was weer bijzonder geslaagd, en gaf aanleiding tot jaarlijkse herhaling. En zo heeft tot en met 1963 twintig keer een Liedkamp plaats gevonden. Negentien keer zoals in 1944: in deel en stallen van de monumentale boerderij De Ooievaarshorst, van de familie Lagemaat, in De Treek bij Leusden; één keer (1946) in een boerderij te Leersum. Tot en met 1957 duurde het feest een hele week in de zomer; nadien werd in ingekorte vorm gewerkt: een uitgebreid weekend rond Pinksteren.

Altijd is dit jaarlijkse (veel voorbereiding vragende) project voor de gestadig in aantal groeiende deelnemers een onvergetelijke belevenis geweest, waar nog decennia lang enthousiast over werd gesproken. Onvergetelijk niet alleen op muzikaal gebied! Slapen op stro, boven de varkensstal (de meisjes), boven op de deel (de jongens); diverse soorten corvee in ploegen; eten op banken in de wei (als het niet regende) of samenhokkend in de deel (bij slecht weer); de klok een uur verzet (naar vóren: dus vroeg opstaan!); de op veilige afstand uitgespitte kookplek, onoverdekt, met zorgvuldig behoed open vuur; het sanitair: een diepe, tevoren door de jongens gegraven latrine een eindje verderop; jezelf wassen met koud water onder de pomp; avondwandeling door het bos; zwartgebrande groene zeep van de gamellen schuren op de laatste dag. Losgebroken biggetjes, een gillende troep die de muziekstandaarden omver rende. Tussen de middag, na de lunch: verplichte rust (stilte, een wens van de familie Lagemaat) – maar die dwang kon ontdoken door met fluit en vedel een plek in het bos te zoeken… ’s Avonds vroeg op stok na de door enkele vrijwilligers verzorgde muzikale taptoe – maar er waren ook (veelal mannelijke) dissidenten die daarna nog heimelijk een biertje gingen pakken in café Bavoort, twee kilometer ver. (Immers, hoewel veel gezongen werd over den coelen wijn en zo, alcohol was in het kamp stilzwijgend maar vanzelfsprekend strikt taboe.) Veelal stond op de zondagochtend een met eigen gezang opgeluisterde “dienst” op het programma; daarvoor was door Renske gewoonlijk een bijzondere spreker, soms een dominee uitgenodigd. De roomsen waren dan echter op de fiets naar de kerk in Amersfoort, wat bij die kampdienst wel enige consequenties had voor de stembezetting.

En natuurlijk de overige rituelen! Na de door matineuze vrijwilligers verzorgde reveilleklanken een beetje huiverend allen gezamenlijk naar buiten, want ’s morgens vóór het ontbijt hoorde de driestemmige ‘Rozemond’-bewerking van Carla Kohnstamm te worden gezongen. Evenals ’s avonds, ook in de open lucht, in de beginjaren ‘Christe du biste licht ende dach’ in de driestemmige bewerking van Carla Kohnstamm; maar later meestal het vierstemmige ‘Nun will sich scheiden Tag und Nacht’ van Schütz. En vóór iedere maaltijd diens vierstemmige ‘Aller Augen warten auf Dich, Herre’, gevolgd door de wat banalere canon ‘Smakelijk eten altesamen!’ Na en soms reeds onder het eten barstten van diverse kanten al dan niet zo toepasselijke liederen los, maar daaronder ook altijd wel de ‘Grote Sultan’ die volgens de canon van Kuhlau zo goed gefuifd had.

En zo zijn we, terwijl daarbij het veelvuldig krijsen van de pauw niet mag worden vergeten, al even in de muzikale ervaringen beland. En vooral daarover moet het in dit bericht natuurlijk gaan. Maar even nadrukkelijk moet vermeld, dat de muzikale activiteiten tijdens de kampen beslist niet los stonden van andere. De te herstellen en verder te ontwikkelen echte volkscultuur was immers één gemeenschapsgeheel: zang, dans, spel, creatieve werkvormen. En zo werd er dagelijks een paar uur gevolksdanst: Engelse dansen; vanaf 1945 onder leiding van die geliefde Limburgse saterfiguur met zijn sopraanfluitje, Jan Cox, voor de hele week aan HNL afgestaan door het Ward Instituut uit Roermond. Ieder jaar ook werd met veel overgave en plezier, vele jaren onder leiding van Wil Waardenburg, geoefend op een (leke)spel en soms nog wel andere (geïmproviseerde) dramatische werkvormen. Het was ook Wil Waardenburg die zorgde voor de (bewerking van de) teksten (mededeling van Willy van de Vijzel). Het zal allemaal ter sprake komen in de paragrafen over de verschillende kampen.

Uit die verslagen kan overigens – behalve een zekere “eilandmentaliteit”: tijdens het kamp van 1945 komen de in die week gevallen atoombommen in het geheel niet aan de orde! – ook een zekere restauratieve tendens gelezen worden, door de groepsleden kennelijk als een vanzelfsprekendheid geaccepteerd – en dat terwijl in de chaotische naoorlogse “boze buitenwereld” met allerlei nieuwigheden en losbandigheden allerlei andere normen groeiden. Zulks op velerlei gebied: levensbeschouwelijk, ethisch, politiek, sociaal, artistiek, literair, ja en ook muzikaal; een massieve, snel aan impact winnende moderne cultuur- en amusementsindustrie. Denk onder meer aan film, radio, dancings, café’s. En lees de verhelderende dissertatie van Ivo Weijers “Terug naar het behouden huis: Romanschrijvers en wetenschappers in de jaren vijftig” (1991). Overigens lijken Renske en de haren, enthousiast zich inzettend voor hun idealen, lang niet altijd die àndere wereld uit de eerste hand te kennen; typisch is bijvoorbeeld, dat wanneer in de kampnotities van 1950 de befaamde – in bepaalde kringen – beruchte roman “De avonden” (1947) van Simon Kornelis van het Reve even aan de orde komt, Renske de naam van de auteur verhaspelt, ze kent die gewoon niet – en het boek zelf wellicht evenmin. In datzelfde jaar ook blijkt angst voor de toegenomen populariteit van bioscoopvertier uit de daarbij meermalen vallende term “gevoelsvertroebeling”, die men aan films wijt. Dat H. Wielek dat jaar is uitgenodigd om zijn kritische kijk op deze cultuurvorm met de groep te delen getuigt overigens wel van zicht op het belang daarvan in de pas aangevangen nieuwe tijd.



Maar laat ik hier nu eerst vermelden, dat Renske ook op andere dan muzische hulpkrachten een beroep heeft kunnen doen. Zo was er onder meer logistieke ondersteuning met meubilair en materialen vanuit Middeloo (o.m. matten!), de AJC en het Pieter Bloklands Gasthuis (pannen en gamellen!), de Markthal (gemeente Amersfoort: banken!), VCJC en/of Speeltuin (stoelen!) en de Huishoudschool.

Vooral echter een aantal personen moet worden genoemd. Want wat zouden de kampen zijn geweest zonder de organisatorische leiding, eerst van het koorlid Jan Neuteboom, van wie deze taak in 1954 werd overgenomen door Hans Meijers, gesecondeerd door zijn eega Janeke. Hans was toen pas als onderwijzer benoemd aan een school in Amersfoort Noord waar ook het HNL-lid Bea Modderman werkte. Hij bleek trouwens in de kampen tevens bekwaam muzikaal leiding te kunnen geven aan kleine groepen; en aldus was hij tot en met 1963 echt een centrale figuur in het Liedkamp. Zoals dat vanaf 1947 op andere wijze het geval was met Bets Munnik (vakleerkracht aan de Amersfoortse huishoudschool), per 1949 bijgestaan door Freddy Boterman, en later mede door Janeke Meijers. Hun vaardige kookkunst hield allen op de been, het waren uitermate dankbaar stemmende wonderen die daar op die iets afgelegen kookplaats werden verricht; ondersteund overigens met wisselende corveediensten door kampleden. Zo was er ook een sprokkelcorvee, om uit het bos brandstof aan te voeren (en het terrein schoon te houden); er moest afgewassen worden, brood gesmeerd, aardappels gejast, groenten schoongemaakt, enzovoort: taken voor diverse taakploegen. Er was bovendien een Commissie van Ontvangst, en zelfs een “minister van financiën” (en administratie), want niet alleen het (lage) kampgeld moest worden geïnd, maar ook de dubbeltjes voor wat er aan bladmuziek e.d. werd aangeschaft. Dat kon oplopen, want er was in de deel altijd een ruim voorziene “leestafel” ingericht, met uiteenlopende uitgaven en documenten: liedboekjes, partituren, studiewerken etc., grotendeels uit het privébezit van Renske.

Ook voor de muzikale aspecten kon Renske op hulp rekenen. Bevriende vakmensen, gast dan wel groepslid, zoals Wil Waardenburg, Rinus Kuyper, Gillis Dorleijn, Joke Koeyers, Jan Boeke, Jan Seyffert, Jan van Biezen, Piet Kunst, Elisabeth Tenhaeff en gevorderde oud-leerlingen, vaak een muziekopleiding volgend, zoals Greet Dorleyn, Tineke Cobben, Herman Waardenburg, Wil van de Vijzel, Hans Meijers, Jet van Rhijn, Jet Schalij, Bea Modderman, Grietje Oudenampsen, Tjalling Steenstra, Henk Waardenburg, Teun Apperlo, Mien Kret en talrijke anderen. Zij konden in de loop der jaren leiding geven aan het zingen of spelen in kleine of soms grote groepen. Trouwens, zeker in de beginjaren was het de bedoeling dat op den duur ieder HNL-lid dat zou leren; en inderdaad kregen toen velen gedurende de week één of meer keer de opdracht om met de groep een lied in te studeren. Het waren tot ver in de jaren vijftig echt werk- en studiekampen. En ook daarna kwam je er niet om te luieren…

Voor de uren gezamenlijke algemene volksdansen was er Jan Cox, als dansleider werkzaam voor het Ward Instituut te Roermond; maar het leiden van de dans in kleine groepen, die waren samengesteld naar de mate van gevorderd zijn, werd ook toevertrouwd aan geroutineerde groepsleden. En dat iedere corveeploeg een voorman of –vrouw had was natuurlijk wel heel praktisch!

In latere jaren is in Renske’s cahier sprake van een “voorkamp” met klein aantal personen (1959: 12; 1962: 10). Daar werden praktische voorbereidingen getroffen: de stookplaats, de afvalkuil, de afgietkuil, de hooikist in orde maken; de wasplaats afschutten met hekken, rietmatten en dekzeil; latrine graven; slaapplaatsen in gereedheid brengen (stro!); banken en stoelen schoonmaken; boodschappen en bezorging regelen bij kruidenier, slager, bakker (voor “plm. 60 personen)”.

Van vermoedelijk het met Pinksteren gehouden kamp 1962 is een boodschappenlijstje bewaard, waarop we o.m. lezen:

Bakker Van Beek: vrijdagavond bezorgen: 5 regerings-, 2 bruine broden, 1 wit, 80 repen koek.

zaterdagmorgen: 25 regeringsbr., 25 bruine, 1 wit, 120 sneden roggebrood

[groenteboer:] vrijdag of zaterdagmorgen plm. 7 uur: 21/2 kg uien 7,5 kg aardappelen, soepgroenten (maggi, bloemkool, peterselie etc.); 6 kg rauwkost andijvie; 8 groene komkommers, 5 kg tomaten, sla voor 65 personen, bloemkool? 21/2 kg appelen;

Slager De Schakel: 21/2 kg soepbenen, 2 kg spek, 6 kg gehakt (zaterdag vroeg);

Kruidenier Veenendaal: als vanouds. Plus 2 koekkisten, 8 à 10 blikken – 4 ‘grote’



TWEEDE HNL-MUZIEKKAMP (1945):

Zaterdag 4 t.m. zaterdag 11 augustus

(weer in De Treek, bij Leusden)

(bronnen: Renske’s cahier m.b.t. 2e t.m. 5e HNL-muziekkampen; aantekeningenschriften van Wil van de Vijzel. De grote overeenkomst tussen beide bronnen is verklaarbaar: Willy van de Vijzel vertelde me dat Renske tijdens het kamp iedere dag haar verslag dicteerde aan de deelnemers. )

Het tweede HNL-muziekkamp vond, evenals het eerste kamp in 1944, plaats op de Ooievaarshorst, de monumentale boerderij van de familie Lagemaat, in De Treek te Leusden, van zaterdag 4 t.m. zaterdag 11 augustus 1945. De deelnemersprijs was fl. 7.50 plus 2 gulden voor de uit te reiken muziek.

Die deelnemers, inclusief de leiding, waren 69 in getal; van hen konden vier slechts in het weekend aanwezig zijn, en één (Jan Boeke) slechts de laatste dagen. Het waren HNL-leden, oud-leden, en bevriende relaties; onder hen een aantal vakmusici, al dan niet nog in opleiding. Er waren 21 mannen gedurende de hele week. 32 deelnemers hadden muziekinstrumenten bij zich: 9 sopraanfluiten, 7 gitaren, 7 violen, 4 altfluiten, 2 dwarsfluiten, 2 accordeons, 1 cello, 1 mandoline, 1 banjo.

“Notenles” zou worden gegeven door Wil Waardenburg, zangles door Gillis Dorleijn; beginnende blokfluiters zouden spelen onder leiding van Wim van Veen, gevorderden onder Riet Andriessen; de gitaarspeler stonden onder leiding van Greet Schonewille, en de violisten moesten het doen met Eduard Becht. – Jan Cox was door Renske als dansleider aangetrokken vanuit het Ward-Instituut, ter vervanging van de verhinderde Riet Andriessen. (cf. Renske’s correspondentie met Jos Lennards, omslag 259 in het Lennards-Ward-archief KDC Nijmegen).

WIE MEEDEDEN:

MANNEN:

Eduard Becht (viool)

Joost Berman (viool) – uit Eindhoven

Peter Berman (fluit; cello)

Guust van Boetzelaar (mandoline)

Harry Charmant

Jan Cox (altfluit) – uit Weert; gehonoreerd aangetrokken vanuit het Ward-Instituut te Roermond

Gillis Dorleijn (sopraanfluit)

Wietze v.d. Heide (viool)

Fred Kraaykamp (viool)

Rinus Kuijper (sopraanfluit)

Jan Neuteboom

Henk Noorman (accordeon)

Naut Penninga - uit Eindhoven

Anton Reinders gitaar, accordeon)

IJsbrand Roosjen (viool)

Claas Slootman (gitaar)

Leo Smit (gitaar)

Klaas Uniken

Wim van Veen (dwarsfluit)

Karel van Wijngaarden

Kees Zandkuijl - uit Utrecht

Jan Boeke – uit Culemborg

Theo v.d. Heiden – uit Utrecht

VROUWEN:

Hanny Alings

Riet Andriessen (altfluit)

Loes Baars

Lila Berkelbach v.d. Sprenkel – uit Bilthoven

Dini Bosman

Annie Bregman

Gonnie Bremmers

Kitty Charmant

Lenie Charmant

Lenie Cnoop Pothuis (altfluit)

Marha Cobben

Tineke Cobben (sopraanfluit)

Ans Coldewy

Rie van Dalen (sopraanfluit)

Janny Doornkamp

Dorus Duyker (sopraanfluit)

Eef Eppinga

Adèle Ermel

Nantie Fabius – uit Bussum

Els Gottschal

Riek Hefting (gitaar)

Miep Huizinga (sopraanfluit)

Bep Korten (sopraanfluit)

Hanny Kraaykamp (gitaar)

Mieneke Kuyper

Lizzy Ledeboer (sopraanfluit)

Maartje Millenaar (banjo)

Annie Neuteboom

Renske Nieweg

Dina Nol (gitaar)

Bé van Ouwerkerk

Mieke Rochat

Alie Schonewille (sopraanfluit)

Greet Schonewille (gitaan)

Stan Schut

Henny Sneller

Mien Sneller

Tine Swemle

Willy van de Vijzel

Ellen Waardenburg

Inie Waardenburg (viool)

Karin Waardenburg

Wil Waardenburg (altfluit)

Marth de Wilde

Miep Zijlstra (viool)




Evenals in 1944 was het een echt studiekamp, met een pittig rooster. Dat blijkt alleen al uit de dagindeling:

7 uur (d.w.z. 6 uur, want de klok werd verzet): opstaan 7.45: ochtendgymnastiek:

jongens onder leiding van Jan Neuteboom; meisjes onder leiding van Hannie Kraaykamp

8 uur: ontbijt

8.45-10 uur: Algemene les

om 10 u: twee jongens weg voor de “Centrale Keuken”

10.15-11.15 uur: instrumentale lessen

11.15: koffie

11.30-12.15: Algemeen corvee

12.15-12.45: jongens dansen

1 uur – 1.45: eten (Centrale Keuken)

1.45-2.30: absolute rust (t.b.v. het rustuur van de familie Lagemaat)

2.30-3.45: vrij voor eigen studie

(3.15-3.45: dansen voor de dansleiders)

3.45: thee

4-5 uur: les

5.15-6.15: dansen met de hele groep

6.30: eten

8.15: avondprogramma

9.30: lezing door Wil Waardenburg

10 uur: avondwandeling

10.30: Christe du biste (gezamenlijk te zingen)

11 uur: taptoe


In haar Liedkampencahier heeft Renske voornamelijk korte aantekeningen m.b.t. de door haar zelf te geven lessen vastgelegd, en die worden in het hier volgende weergegeven. Behalve de inleiding door Wil Waardenburg komen de dansuren en andere activiteiten er niet of nauwelijks aan de orde. Wel noteert zij een welkomstwoord, en een slotbeschouwing, afgesloten met enkele evaluatieve punten.

In haar welkomstwoordje op zaterdagmiddag 3 uur (na het gezamenlijk gezongen ‘O Nederland let op uw zaak’) liet Renske ook geen twijfel bestaan over karakter en doel van dit treffen: er lag veel werk te wachten; zich prepareren op diverse taken: het te verwachten defilé in Utrecht, waar HNL voor was gecharterd; muziek in de jeugdbeweging; bevordering van de volkscultuur als één geheel: zingen, dansen, spel; gezamenlijk werken aan eigen ontwikkeling èn aan leidinggevende vaardigheid.

Het welkom was gericht aan “oude” en “nieuwen”, vanzelfsprekend diende men zich voor die nieuwen open te stellen. En men moest zich realiseren dat men op de boerderij gast was, dus: rust waar die gevraagd was, zorgvuldigheid, het terrein netjes houden! De strikte dagindeling kwam aan de orde: alles moest op tijd kunnen verlopen; behulpzaam zijn bij de corvees, naar de corveechefs luisteren! De aandacht werd ook gevestigd op het tentoongestelde materiaal op de grote tafel in de deel; ook daar zorgvuldig mee omspringen! – En er ging een presentielijst rond.

DIRECT AAN HET WERK!


Reeds om half vier was het aanpakken geblazen. Zich voornamelijk baserend op de toenmalige inzichten van Jop Pollmann hield Renske een inleiding over het Nederlandse volkslied. Ik baseer mij bij de hier volgende weergave op Renske’s volledig uitgeschreven tekst op pp 7 t.m. 29 van haar aan het 2e t.m. het 5e HNL-muziekkamp gewijde cahier. In dit zeventig jaar later in veel opzichten wel sterk achterhaalde relaas werden een aantal principiële uitgangspunten expliciet gesteld:

Wij willen in dit kamp ons speciaal verdiepen in de kwestie volkslied-jeugdmuziek. Voor een groot deel dekken die elkaar. Zeker zal de basis van alle jeugdmuziek het volkslied moeten zijn. Daarom willen we ons dus bezinnen op het Nederlandse volkslied en haar geschiedenis omdat we daardoor beter het nú zullen kunnen begrijpen.”

Daarna verduidelijkte zij het onderscheid volkslied-kunstlied:

Beide hebben componist en dichter, maar het volkslied is dynamisch, verandert in de gemeenschap. Tenslotte is het de bovenpersoonlijke volksgemeenschap, de natie zelf, die zich in het volkslied uitspreekt.”

Onder ‘volk’ (naar Bernet Kempers) te verstaan:

alles wat zich niet door speciale ontwikkeling of beschaving van de volksgemeenschap heeft afgescheiden (priester, adel)”

Wezenlijk voor het volkslied is het motorische element, het dòèn. Denk maar aan de ‘kalemanden rok’, de zinloze refreinen, het weglaten van coupletten bij uitvoeringen. (Eén van de problemen van het ‘uitvoeringen geven’; het volkslied is niet gericht op luisterend publiek!)

Uit dit gericht zijn op het zingen zelf volgt vanzelf 1e dat het volkslied strofisch is, niet doorgecomponeerd. Het volkslied volgt dus niet de precieze betekenis van de tekst (Schubert!). Ook hier weer: niet ingesteld op een luisterend publiek. 2e Geen uitdrukking van uitersten. Melodieën van zeer uiteenlopend karakter kent het volkslied niet. Op dezelfde melodie wordt gezongen het kerstlied ‘Met desen nieuwen jare’ en het lijdenslied ‘Ic wil mi gaan vertroosten’. Diepe verslagenheid en uitgelaten vreugd kent het volkslied niet. Het zingen zelf, dat is het wat zijn eischen stelt: het motorische element.

Dit is ook een van de oorzaken dat er geen uitgesproken verschil bestaat tussen een geestelijk en een wereldlijk lied.

Renske noemt daarbij “contrefacten” en “helemaal nieuwe teksten” als voorbeelden:

Het viel eens hemels douwe voor mijn liefs vensterkijn’ en

Het viel eens hemels douwe op een jong maagdekijn’

Innsbruck ich muss dich lassen’ en

O Welt ich muss dich lassen’

Psalmteksten te zingen op gangbare wereldlijke melodieën, zoals de Souterliedekens;

‘O Haupt voll Blut und Wunden’ op ‘Mein Gmüt ist mir verwirret’ en nog andere voorbeelden.

Men voelde geen breuk, geen tegenstrijdigheid tussen beide. Melodieën in de zin van on-religieus of anti-religieus besonden niet.”

Hierbij maakt Renske haar gehoor attent op

het eigenaardige probleem, dat de tekst door de melodie minder duidelijk ons denken overbrengt. Palestrina – Engelse kerkhervormers: voorlezen met verstaanbare stem. In onze kerken: de gezangen voorlezen. Aan de andere kant ontneemt de melodie aan het woord de excessen van het subjectieve gevoel: grotere objectiviteit”.

Het volkslied steunt op een gemeenschap en spreekt vanuit de mens tot zijn medemens over de mens; vanuit het volk tot het volk en spreekt over het algemeen menselijke. We horen in het volkslied nooit zeer individuele gevoelens spreken in de zin van Kloos, maar steeds het algemeen en groot menselijke, hoewel dit wel door een ‘ik’ gezegd wordt.

Zo staat dus altijd de mens in het centrale punt, de mens met zijn groot verdriet, zijn zorg en zijn vreugde; en hierdoor staat altijd de kern, datgene wat het wezen is, in het lied in het middelpunt.”

Vervolgens geeft zij een aantal indelingen van het volkslied: geestelijk-wereldlijk, verhalend, historisch; strijdliederen, arbeidsliederen, minne-, drink-, spot- en andere gezelschapsliederen. Natuurliederen kent het volkslied niet. Trouwens, veel liederen moeten verloren zijn gegaan, want wie zou ze in die tijd hebben kunnen noteren? Monniken, maar “die schreven niet zomaar een of ander liedje op”. Dat er toch nog zoveel bewaard is gebleven is vooral te danken aan hun bruikbaarheid voor geestelijke zang, en omdat er veel in meerstemmige composities zijn verwerkt.

In het spoor van Pollmann ziet Renske, omdat het volkslied op de gemeenschap steunt, in de (geïdealiseerde) Middeleeuwen de bloeitijd (plm. 1350-plm. 1550), met daarna verval tot in de “diepe put” van de 19e eeuw. De neergang was begonnen met de scheiding tussen katholiek en protestant, door de Hervorming; maar ook doordat de ontwikkelingsniveaus in de “nieuwe tijd” sterk uiteen begonnen te lopen: kun je bij Breero nog volkse kanten ontwaren, bij de patriciër Hooft, echte Renaissancemens, was dat al heel anders. Ook de gekunstelde rijmvormen van de rederijkers, het calvinisme, het groeiende internationalisme (toenemende populariteit van Engelse, Italiaanse en Franse melodieën) en vooral ook de ontwikkeling en groei van instrumentale muziek in de 17e eeuw hebben de eigen Nederlandse volkscultuur negatief beïnvloed; met in de 19e eeuw pianobegeleiding bij melodieën die voornamelijk op de drieklank werden gebaseerd.

De instrumentale melodie heeft een ander karakter dan de vocale: grotere beweeglijkheid, sprongen, [toon]omvang, [consequenties voor de] ademhaling. De instrumentale muziek is meer internationaal omdat hier niet de taal, zo typisch nationaal eigendom van het volk, bij betrokken is.”

Na de 18e eeuwse saaie braafheid (1781: ‘Economische Liedjes’ van Wolff en Deeken), vanuit neerbuigende belangstelling voor het volk bij de bovenste maatschappelijke lagen, komen de wetenschappelijke herstelpogingen in de 19e eeuw: Hoffman von Fallersleben, Jan Frans Willems; Scheurleer. En de praktische: “liederen in den volkstoon” (J.P. Heye, Hol, Viotta, Worp, Lovendaal, Loots): vaak te zoet en te gekunsteld, of louter op de actualiteit afgestemd (Speenhoff). Coers’ ‘Liederboek van Groot Nederland’ (1897) komt ter sprake, Van Duyse’s ‘Het Oude Nederlandsche Lied’ (1903-1909), en de oprichting van de Vereeniging ‘Het Nederlandsche lied’ (1904). Vanaf 1897 worden volkszangavonden georganiseerd, aanvankelijk vooral luisterconcerten met solist. Maar Wierts gaat met de mensen zingen en weet enthousiast meedoen op te roepen.

Het lied in de volkstoon is historisch bezien van grote waarde voor het weer gaan zingen van ons volk, maar het bezinnen op wat een volkslied is en kan zijn, dat ontbreekt nog op dat moment, en daar zitten we nu midden in. Het lied in de volkstoon draagt geen eigen nationaal karakter, de teksten zijn veel te geïdealiseerd en hebben niet de eenvoudige sobere zeggingskracht. […] Men moet behalve enthousiast ook doelbewust te werk gaan en zich afvragen wat nu eigenlijk het Nederlandse volkslied is. […] Waarin zich nu het specifiek Nederlandse karakter in ons lied manifesteert, dat willen we morgen bekijken.”

En toen was het half vijf, en ging er gedanst worden tot half zes. In Renske’s cahier vermeldt het avondprogramma na het eten om 6 uur: vanaf 7.15 u:

instrumenten, Roozemond, Halleluja, Christe du biste, Du bist der mensen”

Het laatst genoemde lied is de canon door Piet Tiggers geschrven tijdens zijn gevangenschap in Scheveningen op het thema van Bachs orgelpassacaglia: “Du bist tot aan de verste landen des eerdrijks west en oost, ja tot aan d’uiterste zeestranden der mensen hoop en troost”.


ZONDAG 5 AUGUSTUS 1945


Anders dan bij latere Liedkampen meldt Renske’s verslag voor de zondagochtend geen dienst of bezinningsbijeenkomst. Om tien uur begon een wandeling; in de rust daarvan werd begonnen met het instuderen van Clemens non Papa’s driestemmige zetting ‘Ick gingk noch ghisteravond’. Tussen de middag werd gegeten “bij De Bruin”, waarna dansen. Vervolgens hield Renske een referaat [op de locatie “De Bruin”? tijdens het vervolg van de wandeling? Zowel Renske’s notities als de aantekeningen van deelneemster aan het kamp Wil van de Vijzel, blijven hier onduidelijk. RM] over:

Het Jeugdlied”


De in Renske’s cahier uitgeschreven tekst daarvan luidt:

Het lied in de Nederlandse jeugdbeweging zal vóór alles moeten zijn: het Nederlandse volkslied.

De jeugdbeweging is iets anders en meer dan de losse, ongeorganiseerde jeugd. De jeugdbeweging is een sociaal verschijnsel, dat nog maar betrekkelijk kort bestaat. In de jeugdbeweging wordt gestreefd naar een betere levenshouding – een levenshouding van mèt elkaar i.p.v. naast elkaar leven. Hier wordt getracht naar een gemeenschap. Het is dus helemaal niet toevallig, dat juist in de jeugdbeweging werd gegrepen naar het goeie volkslied. In de katholieke, socialistische en in de vrije jeugdbeweging in zeer beperkte mate, heeft men reeds jaren lang veel en goed gezongen.

Naast het volkslied heeft de jeugdbeweging echter ook zijn
  1. jeugd-, strijd- en bewegingsliederen. Deze zijn in iedere beweging verschillend en moeten, voorzover het geen Psalmen en (oude) gezangen zijn, nieuwe liederen zijn. Dit is een groot probleem. Tot nog toe is in dit opzicht lang niet genoeg de verantwoordelijkheid gevoeld. Want ook dit moeten liederen zijn, die zowel als tekst en als melodie beantwoorden aan de aestetische eischen die aan een goed lied gesteld moeten worden; bovendien moeten zij steunen op het volkslied en passen in de sfeer van de jeugdbeweging.

  2. Marschliederen: deze zijn in volkslied en canon veel te vinden. Strijdliederen behoeven dit zeker niet te zijn. De propagandistische waarde gaat immers nooit van de betekenis der tekst uit. Wèl van het zingen zelf.

  3. Natuurliederen (’t zomert over bos) Deze vinden we heel weinig in het volkslied. Natuurlijk is er een zekere behoefte om uiting te geven aan het buiten zijn, ook in de tekst, maar we moeten hier erg mee oppassen. Ook hier hebben we dan weer nieuwe liederen nodig en dus doet zich dezelfde moeilijkheid voor als bij het jeugdlied in engere zin. Aan de andere kant moeten we ook niet puriteins zijn, maar wanneer we verkeerde liederen zingen, dan houdt dit alles wel erg tegen. Vóór alles komt het echter aan op de sfeer welke achter het lied zit: is het de dreun – ’de Langestraat’, ‘Jippie, jippie jee’ – is het, wat óók kan, zwoel, sentimenteel, of is het inderdaad jong, krachtig, frisch èn Nederlandsch! Deze eisch staat direct naast de aesthetische eischen die we aan een lied moeten stellen. ”


Vervolgens werden marsliederen opgezocht en “in de praktijk beoefend”.

Om half vijf was men weer “thuis”, dus op de boerderij, voor corvee en eigen studie. ’s Avonds werd gezongen met instrumenten, en geluisterd naar een inleiding door Wil Waardenburg. Renske’s aantekeningen daarvan zijn bewaard in haar cahier m.b.t.. het 2e t.m. het 5e muziekkamp (pp 57 tm 66):

Eerste avondbespreking van Wil. W.”.

Wil Waardenburg behandelde daarin n.a.v. Jan Romeins vier delen “Erflaters van onze beschaving” de vraag: wat houdt toch onze ‘nationale eenheid’ in, waaraan zich sinds de bevrijding zo een duidelijke behoefte manifesteert.

Zij vindt bij het echtpaar Romein:

enkele groote menschen [besproken (…)] die onze traditie en ons denken gevormd hebben”

De titel van die studie kwam bij haar op toen zij zich het hoofd brak over bovengenoemde vraag. Uit haar referaat de volgende uitvoerige citaten:

Ligt de godsdienstige verbondenheid en het samen streven naar één ideaal niet veel dieper dan de nationale band? Is het niet vrij oppervlakkig, dit roepen om nationale eenheid op alle mogelijke gebied (vakbeweging, jeugdbeweging, etc.)

t Is vanzelfsprekend dat dit nu gebeurt, vijf jaar lang is het kleine beetje nationaal bewustzijn dat we hadden systematisch onderdrukt en in deze druk gegroeid tot de weelderige plant die we nu een beetje aarzelend uit zijn onderduikers schuilplaats te voorschijn halen.

Maar nu is de vraag of dit nationaal bewustzijn alleen een reactie op de voorbije oorlog en onderdrukking is, of dat wij ons in deze oorlog waarden bewust zijn geworden die we een beetje vergeten waren in tijden dat we er niet voor hoefden te strijden.

Welke krachten hebben het verzet tegen de Duitsers gevoed?
  1. de drang naar vrijheid

  2. der drang naar gerechtigheid

Het is niet toevallig dat wij ons deze jaren weer zo verbonden hebben gevoeld met onze voorvaderen uit de 80-jarige oorlog, zij stonden voor dezelfde dingen.”

Wil legt diverse keren expliciet verband tussen de hier aan de orde komende thema’s en de bij HNL gezongen liederen, met name de geuzenliederen en de gezangen bij Valerius. Opvallend is dat al zo vroeg na de bevrijding ook de “goede” Duitsers gememoreerd worden (met name kerkelijke, zoals ds. Niemöller, en de Munsterse bisschop die de aanklacht in zijn preek van 3 augustus 1941 met het concentratiekamp heeft moeten betalen).

Hun beginselen, hun kracht en volharding in het verzet zullen de basis zijn voor een nieuwe samenleving”

en zijn niet specifiek nationaal: dus ook niet “typisch Nederlandsch”: zij zijn

boven-nationaal. Ook ons land, en in ons land de verschillende gemeenschappen zullen hier hun kracht uit kunnen putten”

Daarna komt Wil Waardenburg terug op haar uitgangsvraag:

kan ons gezamenlijk Nederlander-zijn een basis zijn voor iets meer dan alleroppervlakkigste samenleving?”

En dan ziet zij een praktisch antwoord:

In Utrecht op de stichtingsvergadering van de N.J.G. [Nederlandse Jeugdgemeenschap] werden twee richtingen aangewezen:

  1. wij moeten onze verenigingen, onze jeugd, een religieus-moreele opvoeding geven, gebaseerd op de beginselen van gerechtigheid, barmhartigheid, naastenliefde en trouw. Dat is een stuk waarop wij allen ‘ja’ kunnen zeggen, ook, of juist, al zal iedere groep dit op zijn wijze vorm geven en verdiepen. Dit is onze vrijheid.

  2. Er zal een stuk nationaal-cultureel werk gedaan moeten worden. In de Christelijk-humanistische idealen voelen wij een onderlinge band; deze band heeft ook wel iets met ons Nederlander-zijn te maken via geschiedenis en traditie; maar uitsluitend Nederlandsch zijn deze grondslagen – gelukkig! – niet.

Maar op dat andere terrein, het cultureele, vinden we elkaar inderdaad als Nederlander. Als wij hier het Nederlandsche lied zingen doen wij dat niet omdat we het zoveel mooier vinden dan het Duitsche of het Fransche, maar omdat het voor de hand liggend is, dat wij Nederlanders het Nederlandsche volkslied zingen in de eerste plaats.

We hebben ook wel eens zin in andere liedjes en dat is ook best. Maar we moeten één ding bedenken: de liedjes zijn op de wereld voor ons plezier en voor ons gebruik, maar evenzeer is waar, dat wij er voor de liedjes zijn, d.w.z. dat wij een plicht tegenover die liederen hebben. Op ons Nederlanders rust de taak het Nederlandsche lied door te geven. Een ander volk kan dat niet doen.

Zooals het met het lied is, is het met onze heele cultuur. Wij hebben een speciale bouwtrant, eigen schilderscholen, eigen muzikale stijl en vooral een eigen taal, die zich uit in onze verhalen en verzen. Wij zjn ons nauwelijks bewust, hoe een groote schat wij hier te bewaren gekregen hebben. Wij hebben dezelfde taak tegenover onze nationale cultuur als een huisvrouw heeft tegenover de kostbaarheden die ze van haar voorgeslacht geërfd heeft, om te gebruiken, te bewaren en door te geven aan het volgende geslacht.

Daarom wilde ik in de avonden van dit kamp “erflaters van onze beschaving” voor ons laten komen. Niet met de breedte, ieder gebied van onze beschaving vertegenwoordigend, zoals Jan en Annie Romein doen. Heel persoonlijke keus, zonder vel verband; maar wèl allemaal menschen die ons nu nog iets te geven hebben van schoonheid:

Willem van Oranje

Bredero

Gezelle

Marsman. ”



MAANDAG 6 AUGUSTUS 1945



Om 8.45 u begon de algemene les. Verscheidene deelnemers aan het kamp moesten liedjes als ‘Molenaartjes wind’ en ‘’t Ros Beyaard’ aangeven, ook het middendeel van dat laatste; en daarbij kwam de kracht van het begin ter sprake, en hoe het ritme de melodie steunt.

Spanning en ontspanning, en de maat in drieën kwamen ook aan de orde bij ‘Suze Nanje’: gezamenlijk langzaam en vlug geoefend.

Deze canon was bovendien aanleiding voor uitvoeriger bespreking: de grondtoon vaststellen; zien hoe de dalende melodie zich ontspant, des te meer omdat ze op de terts inzet. En zo kon worden gefocust op principes als arsis (spanning opbouwend) en thesis (ontspannend). Arsis: bij stijgende melodie, grootte der invallen; begin van muzikale zin; belang van de tekst. Thesis: bij dalende melodie; rustpunten; lange slottonen. En hoe deze beweging in de muziek een grotere groep tonen omspant – ‘groot ritme’: bijbehorend gebaar.

Afsluitend moest Greet Schonewille de groep de canon ‘Vriend Pieter’ laten zingen.

Om kwart over tien: les in groepen. Van 16.00-17.00 weer een algemene les, waarbij IJsbrand Roosjen ‘de kadulletjes’ en Jan Neuteboom ‘Daar was een wuf dat spon’ hadden te leiden.

’s Avonds werden de karakteristieke eigenschappen van ons volkslied behandeld in een inleiding door Renske.

[Opvallend: nu en in latere aantekeningen geen enkele verwijzing naar het vallen van een atoombom op Japan, noch naar de Japanse capitulatie; en dat terwijl in Renske’s eerdere notities de oorlogssituatie – in Nederland – zo een grote rol heeft gespeeld.]



DINSDAG 7 AUGUSTUS 1945


De “algemene” ochtendles begon om 8.45 u met het zingen van ‘Daar zat enen boer en spon’ (in het cahier van Wil van de Vijzel: ‘En daar zat ene uil’) en de canon ‘Alleluja’ , waarna een nieuw lied werd ingestudeerd: ‘’sNachts rusten meest de dieren’. Door die laatste melodie te vergelijken met ‘ Altijd is Kortjakje ziek’ kwam het verschil tussen grote en kleine terts toonladders aan de orde.

Vervolgens liet Renske de groep enkele zangprogramma’s van een half uur opstellen, voor resp. meisjes, jongens, en gemengde stemmen (leeftijd 12 – 14 jaar). Daarmee kwamen de eisen ter sprake die je in acht moet nemen bij het programma opstellen: begin met een bekend en graag gezongen lied; plaats een nieuw in te studeren lied vóór in het programma; daarna bekende andere liederen; kies hoofdzakelijk eenstemmige liederen, daarnaast canons.

De middagles (16.00-17.00u) ging over “het goede en het slechte lied”. Nanti Fabius en Karin Waardenburg lieten ‘Het Angelus’ zingen; Antön Reinders de canon ‘Illumina’.

Daaraan demonstreerde Renske haar eerder toegelichte criteria: Het zoetelijke en sentimentele ‘Angelus’ bijvoorbeeld: klokken nagebootst – in het echte volkslied zul je dat niet tegenkomen. Populair, omdat men niet bekend was met het echte volkslied!

N.B.: Bij ‘Het Angelus’ noteert Renske een verwijzing: “Van Weeren 122”. Die bron ken ik niet; Van Weeren was componist van enkele liederen, opgenomen in een bundel uit 1904 – zie Liederenbank – en Picarta meldt o.m. nog zijn medeauteurschap met G.W. Lovendaal van de bundel “Zingende jeugd” (1894). In 1907 verschijnt zijn bundel “Liederkeus voor de school en het leven”, waarvan B.J. Douwes in nog 1950 een 16e druk heeft bezorgd (ex. in UB Groningen). Die bundel heb ik niet gezien. – Misschien betreft ‘Het Angelus’ echter een o.m. in 1936 in “Jan Pierewiet” (p120) opgenomen lied van Catharina van Rennes op tekst van V.A. de la Montagne?

Renske had die criteria behandeld aan de hand van verschillende liederen: ‘Ons stroomt nog fris bloed’, (in “De Lijster” 1926) waarin zij goede stukken vindt , “het zingen zelf heeft hier zijn invloed al doen gelden”; ‘Heerlijke terwe’ (in “Jong is ons herte” 1932): “stereotype kwintval”, “tekst: materialistisch”, “steeds hetzelfde ritme en melodie”, te vergelijken met ‘Jonge dochter’ en ‘Gildebroeders’ – maar die hebben “een grotere opbouw”.

De Utrechtse componiste en zangpedagoge Catharina van Rennes ( 1858-1940) kwam aan de orde: “zeer muzikaal, doch zij schreef geen volksliederen”. Immers: zij schreef “bijna een zekere standsmuziek”, met pianobegeleiding en meest harmonisch meerstemmig; haar te verfijnde stukken, met vaak een grote omvang, vergen voordracht, en dat plaatst ze bij het kunstlied, dat hoort niet bij volksliederen. Zij heeft zeker historische betekenis; maar veel van de door haar getoonzette teksten – vaak uit het Duits – en ook melodieën zijn toch wel erg verbleekt.

Nadat enige liederen uit de bundel “Lentezangen” (1922; samenst. G. van Hees en J.G. van Herwaarden) zijn doorgenomen vervolgde Renske haar betoog met het criterium “de sfeer in de muziek”. Anton moest een “echte” masr spelen op zijn accordeon: “metrisch, star, geen leven erin, geen gevoeligheid, geen werkelijke kracht, maar heel sentimenteel, lawaaierig, bombastisch en volkomen uiterlijk”. Zoals ook in ‘Mijn oom die heeft een schuiftrompet’ en ‘Julia, Julia’ (populaire liedjes waarvan slechts latere versies te vinden zijn in de Liederenbank van het Meertens Insituut).

Ook de kwaliteit (en het morele niveau…) van de tekst gold als criterium. Zosignaleerde Renske uit een recente bundel de meeste grofheden die zich bedenken laten: ‘Hoor kindren laat de verduistring neer’ ”. [“Wij zingen weer. 16 actuele liederen door C.B. Visser te zingen op bekende melodieën” , Gouda, Mulder 1945, 16pp . – exx in NIOD en Zeeuwse Bibliotheek Middelburg; niet in de Liederenbank] ”



WOENSDAG 8 AUGUSTUS 1945



In de ochtendles (8.45-10 u) werden de Ward-bewegingen besproken aan de hand van ‘Kortjakje’ en ‘Nu zijt wellecome’; een stijgende melodie kan soms toch naar een thesis leiden; met arsis geen “zweepslagen”! Verscheidene mensen moesten voor de groep komen om leiding te geven. Opnieuw kwam de programmering voor 12–14-jarigen aan de orde.

De middagles (16.00-17.00 u) werd besteed aan het leiding geven. Daarbij kwamen tevens ter sprake of een lied moeilijk of gemakkelijk is, en de opvoedkundige waarde van het zingen.

Wil van de Vijzel noteerde “Punten die van belang zijn bij het lesgeven”:

  1. De groep aankijken.

  2. Lied zonder boekje leren, vooral bij jongeren (dus goed prepareren)

  3. Geen slappe houding; armgebaar en gezicht levendig; sober en zeer duidelijk; let op gelijke inzet; sfeer van het lied tot uitdrukking brengen.

  4. Stilte voordat je begint.

  5. Spreek als regel de tekst onhoorbaar mee; bij nieuw lied meezingen.

  6. Vertel zoveel mogelijk over de tekst

  7. Klappen bij moeilijke ritmen.

  8. Nooit een lied zonder meer over laten doen

  9. Ademhaling in verband met de melodiebouw.

  10. Voor in de mond zingen; articulatie. Maar vóór alles natuurlijk zingen, niet overdrijven, geen speciale oefeningen.

  11. Zakken kan voorkomen worden: let op te slappe houding; op tijd ademhalen; voldoende voorstelling van de melodie; voldoende kennis van de tekst; stemmen niet forceren, licht zingen; geen vermoeidheid; tempo niet te langzaam.

Algemene remedie tegen zakken: alle stijgende stappen groot nemen, alle dalende stappen klein. Belangstelling prikkelen, weten hoe de melodie gebouwd is, weten waar de gevaarlijke plaatsen zijn. Drieklanken (mi hoog nemen); toonherhaling: bepaalde sprongen; het zich bewegen over enkele tonen.

  1. Glijden van de stem (portamento / ha-ha-ha ).

  2. Alle technische fouten zoveel mogelijk verbeteren vanuit de sfeer van het lied (eventueel met duidelijke voorbeelden).

  3. Weet van te voren goed wat je wil gaan doen.

  4. Duur zangles: in jeugdbeweging plm. een half uur; in bepaalde zanggroepen kan het langer.

  5. Geef zangles regelmatig, niet zo nu en dan eens.

  6. Sober zijn met nieuwe liederen: veel oud, weinig nieuw.

  7. Bepaal de moeilijkheden: qua omvang, sprongen, tempo, karakter van het lied; de tekst kan de moeilijkheid van een melodie opheffen.


De opvoedkundige waarde van het zingen ligt:



DONDERDAG 9 AUGUSTUS 1945


De algemene les ’s morgens: begonnen met enkele eenvoudige canons (‘Hoor de avondklokke luidt’, ‘Wees toch stil’, ‘Wie gaat er mee’).

Vervolgens het onderwerp metrum versus ritme behandeld – ritme laten meekloppen; Verschil tussen een vrij ritme (gregoriaans, Çhriste du biste’) en het ritme als spanning en stuwing naar hoogtepunt: ‘Haymonskinderen’ (in ‘’t Ros Beyaard’). De spanning in de melodie wordt versterkt door de ritmische spanning; Ritme als één geheel voelen!

Het metrum (kwantiteit, stramien, uitgemeten tijd) als “de dansvloer” van het ritme (kwaliteit, spanningskracht van de levende beweging der melodie). Het gregoriaans, met zijn wisseling van 2 en 3 in notenwaarden, mist het regelmatig terugkerende metrum, maar vertoont wel een rijke, vrije en toch uitermate ritmische beweging! ‘Het was een maged’ met ‘Kinder swijght’ vergeleken; voor het metrum ook gekeken naar ‘De boer had maar enen schoen’ en ‘Als de rombom heeft geslagen’.

In het Nederlandse volkslied valt het accent van de tekst samen met het zwaartepunt van het ritme. Levendig ritme: door de dikwijls wisselende deling van de tekst.

In de middag werd uit Doorn bezoek van het N.C.S.V. (Nederlandse Christen Studenten Vereniging)-kamp aldaar ontvangen, dat geleid werd door Ietske Jansen uit Utrecht..

‘s Avonds is door de kampleden gewerkt aan een lekespel “Karel ende Elegast”, bedoeld voor de slotavond op vrijdag.



VRIJDAG 10 AUGUSTUS 1945



De algemene les ’s morgens gold twee onderwerpen. Gebruik makend van de Ward-methode liet Renske aan de canon ‘Neemt mij in der hand’ het samengaan van zelfstandige maar harmonisch toch gebonden stemmen ervaren, in een tekening van de stemmengang. Daarna kwam het transponeren aan de orde, met de canon ‘Kom toch en volg mij na’: welke toonaarden zijn het meest geschikt voor blokfluiten?

En wederom werden er “enigen voor de troep” gezet.

N.B. Merk op hoe Renske in deze notitie automatisch de AJC-term gebruikt voor het hier wellicht meer passende woord “groep”. Voor haar functioneert het hele project nog altijd als een opleiding voor jeugdbewegingswerk in de op te bouwen nieuwe maatschappij.

De middag werd besteed aan voorbereiding en repetitie van het spel “Karel ende Elegast”. (Daar is een anderhalve pagina lange tekst in typoscript van bewaard.)



ZATERDAGMORGEN 11 AUGUSTUS 1945: SLUITING:


Op pagina 51, 53 en 55 van het Liedkampencahier heeft Renske, gezien de soms moeilijke leesbaarheid van bepaalde woorden: in één ruk, de tekst uitgeschreven van een afsluitend woord, dat nog wordt gevolgd door “enkele practische opmerkingen” om bij een volgend kamp mee rekening te houden.

In haar korte toespraak plaatst zij de ervaringen van de afgelopen week voor de kampgenoten nogmaals in een groter perspectief: de taak die hun wacht in de jeugdbeweging.

“ ‘Laat niet tot dank voor ’t aangenaam verpoozen, de eigenaar van ’t Bosch de schillen en de doozen.’

Wij hebben deze week hier gewerkt en ons aan alle kanten ‘volgezogen’. Niet alleen op het gebied van zingen en muziek maken, maar ook wat dansen betreft. Zang, muziek, dans en lekenspel – het hoort alles bij elkaar. Deze week is dat weer duidelijk gebleken. Jan Cox was eigenlijk geen vreemde voor ons en aan zijn lessen hebben we veel gehad.

Dit kamp was geheel ingesteld op de praktijk, omdat onze meest directe taak, die van het zingen in de jeugdbeweging is en deze taak is voor de meesten volkomen nieuw. Steeds zullen we daarbij moeten bedenken, dat de muziek ìn de jeugdbeweging staat, zodat we zowel aan het een als aan het ander moeten werken. En natuurlijk zal het in de ene jeugdbeweging anders zijn dan in de andere. Zeker zijn er velerlei moeilijkheden, òòk met bestuursleden. Blijf dan trouw en laat het werk niet los en begrijp waarom anderen nog zo vreemd tegenover het volkslied staan. Zelf hebben we ervaren hoe het lied en de dans ons leven gelukkiger en rijker kunnen maken, aan de andere kant kennen wij nu ook onze verantwoordelijkheid t.o.v. onze volkscultuur. In het volbrengen van deze taak zijn we, dunkt me, deze week een klein beetje gesterkt!

Tot slot zingen we ’t Wilhelmus 1, 2, 6. ”

De praktische opmerkingen luidden:

  1. 8 uur ontbijt: dan is men niet klaar om kwart voor 9 om met de les te beginnen. Er is zeker nog een kwartier nodig om borden te wasschen, boeken te halen enz.

  2. In deze groep neemt het opscheppen van eten aparte tijd

  3. Moet er meer vrije tijd zijn voor bestudering van boeken en het praten met elkaar? – Voor de zeer actieven zou dit nodig zijn, de anderen hebben in de eigen studietijd tijd genoeg.

  4. Erg goed is het zelf geen groep te nemen bij de aparte lessen.





DERDE HNL-MUZIEKKAMP (1946):

Zaterdag 27 juli t.m. zaterdag 3 augustus (te Leersum, bij boer Van Laar)

(Bronnen: Liedkampencahier van Renske, haar 3HNL-cahier, en de aantekenschriften van Wil van de Vijzel)



Op 18 en 19 mei 1946 had HNL met een dertigtal leden te Bunnik al een weekend in de jeugdherberg Rhijnauwen beleefd, waar ’s avonds gezongen was en voorgelezen uit “Kunst en samenleving” (1917) van Just Havelaar (1880-1930, bekend religieus-humanistische schrijver en huisvriend geweest van Renske’s ouders.). Op zondagochtend was een wandeling gemaakt, met zingen in de rust; ’s middags gedanst en gezongen met instrumenten. Kosten per persoon: fl. 1,20 + kaartje voor de tram heen en terug; HNL had fl 20.00 bijgedragen. Een goed voorspel van het zomermuziekkamp!

Anders dan alle overige muziekkampen van Het Nederlandse Lied vond in 1946 dat derde Liedkamp plaats in Leersum, bij boer Van Laar, van zaterdag 27 juli t.m. zaterdag 3 augustus. De deelnemersprijs was fl. 10.00.

(N.B.: Renske noteert als adres: Van de Hoogtstraat – maar die is in Leersum niet te vinden; misschien bedoelt zij de Hoogstraat?)

Het lijkt een experiment te zijn geweest dat zowel qua locatie als programma niet onverdeeld als succes is beleefd, ondanks de ervan mee naar huis genomen “rijkdom” waarvan Renske in haar slotwoord gewag maakt. In de volgende jaren zal het Liedkamp weer bij de Lagemaats in De Treek worden gehouden.

Omtrent het proces van de thematische conceptie ervan is mij ook over dit kamp niets overgeleverd; maar de uiteindelijke opzet ervan lijkt zeer overdacht, en dat niet alleen inzake de muzikale aspecten. Het dunkt mij ook niet onwaarschijnlijk dat Renske’s ideeën mede gevoed zijn in haar contacten met Wil Waardenburg en andere haar zo nastaanden in vriendschap, levensvisie en idealen.

De keuze voor het lekenspel “Loflied” houdt duidelijk zinvol verband met die voor Psalm 23 ‘Der Herr ist mein getreuer Hirt’ van Schütz welke in deze week centraal zal staan. De speltekst is door Renske uitgeschreven op pp 91 t.m. 119 van haar cahier (alleen de oneven pagina’s beschreven, de even pagina’s slechts gebruikt om af en toe en nog extra bij de tekst passend muziekstuk te noteren).

Het blijkt te gaan om een sterk verkorte bewerking door Wil Waardenburg (mededeling dd 10 november 2013 van Wil van de Vijzel), deels in dialoogvorm, van de vertelling “Het Loflied” uit Aart van der Leeuws verhalenbundel “De gezegenden” uit 1923. De strekking ervan past goed in de krachtige en positief christelijke levensvisie van Renske: al onze dagen leven met muziek – en dat zij uiteindelijk dan wel altijd met een danklied.

De jonge pas tot ridder geslagen Luifried, op weg naar zijn ouders, verliest een gevecht met een sterkere, die blijkt de engel Michael te zijn; hem wordt het leven gelaten op voorwaarde dat hij iedere avond van ganser harte een dankend loflied zal zingen. Ook als hij door verschrikkelijke levenservaringen geteisterd wordt blijkt hij zijn belofte te kunnen houden. De tamelijk vrije bewerking (voorgelezen vertellende passages, afgewisseld met scènes in dialoogvorm) is niet zonder humor; zo vraagt één personage, alluderend op een in HNL verfoeid liedboek: “kun je nog zingen… kom dan mee”.



WIE ER MEEDEDEN


Die deelnemers, inclusief de leiding, waren nu 72 in getal, weer met een overwicht aan vrouwen (51) tegen slechts 21 mannen. Voor 14 deelnemers was het de derde keer, voor 27 de tweede keer en 31 deden voor het eerst mee. Wederom betrof het HNL-leden, oud-leden en bevriende relaties.

Voor de organisatie kon met enkele aanpassingen worden teruggevallen op het beproefde systeem van vorige jaren: een vast dagrooster, indeling in groepen (met ieder een “groepshoofd”), corveeploegen met verschillende taken.

In de groep waren 41 instrumenten beschikbaar: 16 sopraanblokfluiten, 6 altblokfluiten, 1 à 2 tenorfluiten, 1 basfluit; 7 violen, 6 gitaren, 3 à 4 dwarsfluiten, 1 cello.

Rinus Kuyper, Gillis Dorleijn en Tineke Cobben waren hoofd van de blokfluitengroep; Greet Schonewille van de gitarengroep, Herman Waardenburg (cello) van de strijkers. De “bladlezers” waren in twee groepen verdeeld, en zouden het onder elkaar wel regelen. Ook de dwarsfluiters vormden een groep. Wil Waardenburg zou zorgen voor de “theoretische opbouw”.

Weer was Jan Cox aangetrokken als dagelijkse dansleider: voor de HNL-leden die altijd al vòòr de wekelijkse repetitie op vrijdag gedanst hadden. De overigen zouden op dat uur (16.45-17.45) dansen onder leiding van een van de dansleiders uit de groep (Harrie Charmant, Be Ouwerkerk, Ali Schonewille, Ellen Waardenburg, Nel Visser, Jan Neuteboom, Dina Nol, en eventueel: Annie Neuteboom en Hannie Alings).

DE DEELNEMERS:

MANNEN:

Joost Berman (viool)

Jan Beijlsmit (sopraanfluit)

Huub Booyen (sopraanfluit, altfluit) DANST MET JAN COIX

Jan Cox

Harrie Charmant (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Wiet (Louis) Charmant DANST MET JAN COX

Gillis Dorleijn (basfluit) DANST MET JAN COX

Bert Eldinga

Jan Ellerman DANST MET JAN COX

Dick de Gans (dwarsfluit)

Jan Grandia

Fred Kraaykamp (viool)

Rinus Kuyper (sopraanfluit, dwarsfluit) DANST MET JAN COX

Cor Molenveld (gitaar) DANST MET JAN COX

Jan Neuteboom (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Henk Noorman (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Hans Roosjen

IJsbrand Roosjen (viool) DANST MET JAN COX

Jaap Stilleboer DANST MET JAN COX

Klaas Uniken

Herman Waardenburg (cello)


VROUWEN:

Hannie Alings (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Zwaan Blokzijl (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Dini Bosman

Annie Bregman DANST MET JAN COX

Nel Brouwer uit Hillegersberg

Kitty Charmant DANST MET JAN COX

Lenie Charmant DANST MET JAN COX

Marietje Cobben (altfluit)

Tineke Cobben (altfluit) DANST MET JAN COX

Janny Doornekamp

Jetje van Eck uit Hattem DANST MET JAN COX

Jet Elzas (gitaar) DANST MET JAN COX

Adèle Ermel (altfluit) DANST MET JAN COX

Lous Eshuys (viool)

Greet van Eycken

An Grandia

Ciska Haitjema uit Dedemsvaar

Lenie Haitjema

Pauline Kalff (sopraanfluit)

Pietje Kardolus DANST MET JAN COX

Lucy Korver

Hannie Kraaykamp (gitaar)

Annie Kuiper

Mineke Kuyper (sopraanfluit)

Lizzy Ledeboer (sopraanfluit)

Hennie Meurs

Annie Neuteboom DANST MET JAN COXRenske Nieweg

Dina Nol (gitaar) DANST MET JAN COX

Grietje Oudenampsen

Be Ouwerkerk (sopraanfluit DANST MET JAN COX

Truus Ouwerkerk (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Ellie Pol

Steintje Postma (gitaar)

Eef Ridderhof (viool)

Anneke de Roock

Nel de Roock (viool)

Jos Schelling (dwarsfluit) uit Rotterdam

Alie Schonewille (altfluit, gitaar) DANST MET JAN COX

Greet Schonewille (dwarsfluit, gitaar) DANST MET JAN COX

Joop Schonewille (opraanfluit) DANST MET JAN COX

Greet Struik (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Tine Swemle (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Nel Visser DANST MET JAN COX

Detje de Vries (sopraanfluit) DANST MET JAN COX

Willy van de Vijzel (sopraanfluit, tenorfluit) DANST MET JAN COX

Ellen Waardenburg DANST MET JAN COX

Wil Waardenburg (altfluit, tenorfluit) DANST MET JAN COX

Anneke Wansink

Marth de Wilde uit Haarlem

Miep Zijlstra (viool)


CORVEE:

GROEPEN:

A : blokfluiten I + bladlezen II

B : violen, bladlezen I + blokfluiten III

C : blokfluiten II, dwarsfluiten, gitaar, Jan Grandia

D : dansleiders, theorieopbouw


VIER SOORTEN CORVEE:

  1. koud: (ontbijt en avondeten) chefs: An Grandia en Dina Nol

  2. warm: (warme maaltijd om 12 u, afwas) chefs: Jet Elzas, Pauline Kalff, Lizzy Ledeboer (ieder 2 dagen)

  3. sprokkel: (terrein + koffie en thee) chefs: Wiet Charmant, Hans Roosjen; Alie Schonewille

  4. aardappelen en groenten: Jeltje van Eck, Joop Schonewille

CORVEELIJST:

zaterdag: koud: A; sprokkel & terrein: C+D; groente & aardappelen: B.

zondag: koud: C; warm: D

maandag: koud: D; warm: C; sprokkel&terrein: A+B; groenten&aardappelen: C+D

enz.



HEEN EN TERUG PER AUTO (van Wansink): fl. 1.00 retour

DANSGROEPEN:

35 deelnemers zouden vrijdags dansen onder leiding van Jan Cox:

Adèle Ermèl

Willy van de Vijzel

Pietje Kardolus

Kitty Charmant

Lenie Charmant

Annie Bregman

Zwaan Blokzijl

Detje de Vries

Greet Struik

Annie Neuteboom

Greet Schonewille

Alie Schonewille

Joop Schonewille

Nel Visser

Truus van Ouwerkerk

Bé van Ouwerkerk

Tineke Cobbe

Jet Elzas

Hannie Aling

Wil Waardenburg

Ellen Waardenburg

Tine Swemle

Jeltje van Eck

Dina Nol


Louis Charmant

Harry Charmant

Cor Molenveld

Rinus Kuyper

Gillis Dorleijn

Huub Booyen

IJs Roosjen

Henk Noorman

Jaap Stillebroer

Jan Ellerman

Jan Neuteboom


De overigen dansten dan onder leiding van een van de dansleiders.

DAGINDELING:

    1. corvee op

    1. Reveille (Purcell)

    1. Gymnastiek (jongens o.l.v. Wiet Charmant, meisjes o.l.v. Hannie Kraaykamp):

    1. ontbijt – Rozemond

    1. corvee

        1. algemene les

    1. koffie

      1. werken in groepen

    1. (warm) eten

        1. corvee en studie

        1. rust \ mannendans \ spel

        1. Schütz

    1. thee

        1. dansen

    1. broodmaaltijd

19.45 instrumentaal spel (met zang)

avondprogramma

grammophoon

    1. ommetje

22,15 Christe du biste

22.45 taptoe (Georg Rhaw)



ZATERDAG 27 JULI 1946:

Om plm. half vier in de middag kwam men aan en ter ere van de verjaardag van Hans Roosjen werd begonnen met het zingen van De Pinksterblom, naar een oude AJC-traditie. Daarna hield Renske een openingstoespraakje, waarin onder meer puntsgewijs de te verwachten stof aan de orde kwam: zangleiding; muzikale opbouw; nieuwe liederen (mèt spel); dansen; en psalm 23 van Schütz. En dat laatste kon alleen “door de ondergrond die we al hebben”. Gewezen werd op de boekenmuziektafel: “zing je vol!”, maar wees voorzichtig met dat materiaal en vergeet het niet terug te brengen… Renske maakte attent op het feit dat ruim dertig deelnemers voor het eerst meededen; die werden voorgesteld. Het corvee kwam ter sprake, en zij meldde dat ’s avonds behalve het koraal van Schütz een inleiding door Tine Swemle op het programma stond over de overgang tussen middeleeuwen en renaissance.

ZONDAG 28 JULI 1946:

Renske noteert in haar cahier: om 7 uur op, ontbijt; en een (gezongen) kampdienst onder leiding van Tine Swemle. Na het votum werd Singet dem Herrn, gevolgd door gebed, lezing van Johannes 10, en het Sanctus; een preek over psalm 23, Befiehl Du Deine Wege, gebed en afsluiting met Du bist der mensen hoop en troost.

Daarna koffie met koek, gevolgd door een wandeling; en buten werd Schütz ingestudeerd (‘Er weidet mich’). Na de middagrust instrumentaal samenspel (Händel) en dansen.

’s Avonds een muziekhistorische inleiding over de ontwikkeling van de meerstemmigheid tot en met de 16e eeuw, de rol van de kerk, de plaats van de vocale muziek. Er werden grammofoonplaten bij gedraaid ter illustratie.

MAANDAG 29 JULI 1946:

Om half tien een les zangleiding waarin Huub Booyen en Lenie Charmant ieder gedurende 10 à 15 minuten de groep liedjes, waaronder een canon, moesten laten instuderen. Huub koos o.m. voor Freu dich, Lenie voor Do, do, kindje van de minne. Dat liep nogal uit, waardoor er geen tijd overbleef voor de geplande algemene les.

Tussen 11 en 12 uur werd in groepen gewerkt. De violisten voornamelijk aan Schütz, maar verder ook aan Purcell: pavane en chaconne (“lastig en niet direct aansprekend door het ritme”, noteert Renske later, “beter misschien enkele delen uit Fischers suites, Praetorius’ dansen, Bach, Händelduetten”).

Over de groep die zou leren van blad te zingen is Renske in haar evaluerende aantekeningen uitvoeriger. Zij noteert puntsgewijs de te volgen werkwijze:

  1. maat en ritme klappen, eventueel per zin;

  2. waar ligt de do;

  3. langzaam tempo, zodat ieder het overzien kan;

  4. tracht direct, althans in hoofdzaak, in het goede ritme te zingen;

  5. grote sprongen opvullen.

Opgegeven materiaal; enkele liederen uit de bundel; Engelse canons; Gequetst ben ic van binnen (zetting Alie Michielsen); Schein: Waldliederlein.

In de praktijk is van dit werk niet veel terecht gekomen. Men is vrijwel direct aan Schütz gaan werken. Bij de beginnersgroep moet zeker leiding zijn.

Over de andere groepen meldt zij “geen bijzonderheden”.

’s Middags werd vóór het dansen gewerkt aan het deel Er erquicket meine Seele van de psalm van Schütz. De avond werd besteed aan samenspel (Händel, Sweelinck, Zum Lob) en aan Jan Beijlsmits inleiding over de Beatrijs.

DINSDAG 30 JULI 1946:

De algemene ochtendles begint met zangleiding door Truus Ouwerkerk (o.m. Hoe groot o Heer) en Jet Elzas. Aan de orde komt ook het gebruik van de stemvork.

De eveneens gezongen liedjes Warme Parnas en Din din din zijn het materiaal waaraan Renske haar les over grondtoon, grote terts, kleine terts, solmisatie en absolute toonnamen en toonaard vastknoopt. Daarbij passeren verscheidene liedjes uit de bundel de revue; ook het vaak voorkomende “aanloopje” so-do bij een melodie komt ter sprake: hoe noteer je dat?

Na het werken in groepen (van 11 – 12 uur), eten en rust is van kwart over drie tot half vijf gewerkt aan Schütz (vanaf Du bereitest vor mir).

Na het dansen en het avondmaal volgde het avondprogramma, dat in het teken van Schütz stond. Strijkers en dwarsfluiten speelden een Pavane van Maurits de Wijze, Grietje Oudenampsen en Jan Beylsmit zongen, begeleid door strijkers en basso continuo Schütz’ Klein Geistliches Konzert ‘Erhöre mich Got wenn ich rufe’. Tenslotte werden grammofoonplaten gedraaid.

WOENSDAG 31 JULI 1946:

Omdat het eten voortaan uit de centrale keuken kwam, kon het ochtendcorvee verder vervallen. ‘s Avonds wel nog een klein sprokkelcorvee.

De algemene les begon nu om half negen, en duurde tot 10 uur. Eerst weer zangles voor Harry Charmant (De vastenavond en Dona nobis pacem) en Greet (Struik? Van Eycken? Schonewille? Wild vogeltje – Clemens). Renske zelf vervolgde haar les over toonladders, toonaard, leidtoon, grondtoon – hoeft geen do te zijn! – voorteken fis bij de veel voorkomende G-toonaard . Alles natuurlijk in zingende praktijk geïllustreerd (handzingen volgens de Gehrels-methode) met verscheidene liederen en canons.

De verdere dag het afgesproken programma: na de koffie van half elf tot half twaalf in groepen werken; tussen twaalf en één uur: mannendansen en studie; eten. Daarna rust, en om kwart over drie: Schütz nu in zijn geheel, met instrumenten.

Het avondprogramma meldde zingen (Palestrina: de canon Illumina oculos meos) en een demonstratie blokfluitkwartet (mèt Piet Andriessen [=?? RM] en Jan Cox).

NB: zowel Renske als Wil van de Vijzel schrijven duidelijk, en herhaald: “Piet”. Ik kan die naam niet plaatsen; wel is Riet Andriessen een ook in de (dans)leiding actief HNL-lid geweest – maar zij staat niet vermeld in de deelnemerslijst van het Liedkamp 1946. Was deze Piet misschien een voor die gelegenheid opgekomen collega van Jan Cox?

DONDERDAG 1 AUGUSTUS 1946:

Het was de vorige avond kennelijk laat geworden: de reveille werd een kwartier verschoven! De zangles begon om negen uur. Willy van de Vijzel moest Die timmermans en Hup één, Zwaan Blokzijl Mien mouder laten instuderen.

Uit de aantekeningen van Renske en Willy blijkt niet of daarna de blijkens pp 83-84 van haar cahier door Renske voor algemene lessen wel geprepareerde overige onderdelen (over toonladders, stemomvang, transponeren e.d.) nog echt zijn gegeven. Vermoedelijk niet, want deze ochtend is vermoedelijk aan Schütz en aan eigen studie besteed en de hele vrijdag, laatste volledige dag vóór het vertrek op zaterdag, werd gewerkt aan het lekenspel.

Tijdens de middag, na de rust, stond instrumentaal samenspelen op het programma, èn het repeteren voor dat lekenspel (wie daar niet aan hoefde mee te doen mocht gaan wandelen).

De avondinleiding behandelde de vraag welke muziek als lekenmuziek gespeeld kon worden, en waarom bijvoorbeeld geen Mendelssohn.

VRIJDAG 2 AUGUSTUS 1946:

Vóór de koffie werd Schütz gerepeteerd; na de koffie het lekenspel, dan nog zonder de verkleding. Er werd pas laat gegeten; na de rust werd gedanst, en het avondmaal werd vervroegd.

Daarop volgde het verkleden, voor het spel “Loflied” dat om acht uur begon. Diverse uit het bestaande HNL-repertoire of pas in dit kamp geleerde liederen en zettingen kwamen tijdens dat stuk, als illustratie bij de ontwikkeling in de scènes, min of meer toepasselijk aan bod.

Om tien uur was er een kampvuur, met dansen op het plein. En vóór de taptoe klonk Scarlatti nog, als “fluitconcertje”.

ZATERDAG 3 AUGUSTUS 1946:

Pakken, opruimen etc. – maar wel om half elf nog werken in groepen

Wil Waardenburg: “theoretische opbouw”

Jan Cox: dansen

Renske: muzikanten.

Om half twaalf allen tesamen voor de sluiting:

Die mey plaisant

’t Ros Beyaard

Island,

Zum Lob

Schütz Psalm 23


Afsluitend evaluerend woord van Renske:

Deze 23e psalm heeft voor ons allen na dit kamp wel een heel bijzondere betekenis gekregen. We hebben dit loflied hier samen leren zingen en het heeft gisteravond in het spel een nog diepere achtergrond gekregen: Luifried die iedere avond zijn lof- en danklied zingt en dat tenslotte aan andere mensen doorgeeft.

We hebben dit spel gespeeld uiterlijk onder wel hele ongunstige omstandigheden, vooral voor de muziek, en natuurlijk was dat jammer. Het had zo anders kunnen klinken en op dat allermooiste ben je ingesteld. En toch is dit spel goed geweest, goed van sfeer en geest en om het wezenlijke van wat we hebben willen zeggen.

Dat we dit jaar deze psalm gestudeerd hebben, is geen reden om het volgende jaar weer zo iets te doen. Wat we dit jaar gemist hebben is het gewone, fijne samen zingen en spelen. Dat is echt dit kamp wat in het gedrang gekomen, maar daar staat tegenover, dat we ons nu in Schütz verdiept hebben, wat we als een grote rijkdom mee naar huis nemen en natuurlijk gaan we er in Amersfoort op dóór werken.”

Gesloten werd met O Nederland let op uw zaak.

Volgens haar praktische gewoonte noteerde Renske ook na dit kamp een aantal evaluerende opmerkingen.

Er konden zeven nieuwe liederen worden ingeboekt: De vastenavond, Mien mouder dei wol mi geven, Freu dich des Lebens, ’s Nachts rusten meest de dieren, Die nachtegaal die zank een lied, Illumina oculos meos (Palestrina), Do do so la.”

“ ’s Middags geen “zware” lessen meer (Schütz), wel inleiding of instrumentaal samenspel.

Veel gelegenheid geven voor “gewoon” zingen.

Ochtend: algemene les moet wel anderhalf uur zijn wanneer er zanglessen bij inbegrepen zijn. Nodig is eerst gewoon wat samen te zingen, eventueel een enkel nieuw lied te leren.

De rust moet rust zijn.

Mannendansen kunnen misschien drie kwartier? (zie eerste kamp: een half uur).

Is het mogelijk de dagen te verstellen en zo de laatste dag als Zondag te nemen?

óf middenin met wandeling.

Zo mogelijk niet vóór 7 uur reveille, de dag wordt te lang.

Is het mogelijk tijdens het instrumentaal samenspel met de zangers iets anders te doen?

Houd rekening met het feit, dat het zitten op die bankjes een vermoeiende geschiedenis is. ”





VIERDE HNL-MUZIEKKAMP (1947):


MAANDAG 25 AUGUSTUS t.m. ZONDAG 1 SEPTEMBER (bij de Lagemaats, Ooievaarshorst Leusden)

(bronnen: Liedkampen- en repetitiecahiers Renske, kampencahier Wil vd. Vijzel; lessenschrift Wil Waardenburg)



Tijdens de 300e HNL-repetitie op 27 juni 1947 had Renske het komende Liedkamp al aan de orde gesteld. Er was een kampcommissie samengesteld, en opgeven voor deelnemen kon een week later. Op 9 juli ging een circulaire de deur uit met “de officiële mededelingen”: weer “ouderwets” op de Treekboerderij d’Ooievaarshorst, nu van maandag t.m. zondag: 25 augustus – 1 september.

Uit deze convocatie (hier met verbetering van onjuiste verwijzing naar rechts) :

[…] Vanaf het station [Amersfoort] is het kamp per bus te bereiken, die naar Woudenberg-Venendaal-Arnhem gaat. Uitstappen: halte bij de Kerk, Nieuw Leusden [2013: Leusden Zuid]. Je loopt dan iets terug, direct links het Schoollaantje in, waar je aan het eind links d’Ooievaarshorst vindt [in totaal plm. 1000 m].

Aankomst in het kamp: Maandagmorgen, 25 augustus 10.30 Bus vanaf ’t station om 10.10.

Met het oog op de verdere dagindeling, is het noodzakelijk, dat ieder zich precies aan deze afspraak houdt! Voor die dag moet het brood voor 12 uur zelf meegebracht worden.


De prijs van het kamp bedraagt f 14.— (Lang leve de radio!) meenemen:

bonnen: brood (véél), vlees, boter, kaas, melk.

In natura: suiker, jam, wat thee en koffie óf chocola, een tikje groene zeep, W.C. papier, wasblik, toiletgerei, eetgerei, kaarsen (!), veiligheidsspelden, muzieklessenaars, wasknijpers, zangbundel, muziek, muziekpapier, aantekenschrift, gymnastiekschoenen, een theedoek en iets ouds voor de pannen.

[Renske vult in handschrift nog aan: lakens, dekens! zaklant. of sluitende stallantaarn; wasblik]

Het bezoek van buiten willen we graag tot een minimum beperken. Daarom stellen we degenen, die toch graag in ons kamp op bezoek willen komen alleen Donderdagavond daartoe in de gelegenheid – Geen andere avond!

En nu dus tot de 25e Augustus

Met hartelijke groet namens de Kampcommissie,

RENSKE NIEWEG ”

Toelichting: “lang leve de radio”, want de kosten konden zo laag worden gehouden dankzij het honorarium dat HNL ontving voor de tweewekelijkse radio-uitzendingen waaraan de groep vanaf eind 1946 haar medewerking verleende.

En de oorlog was dan wel al twee jaar voorbij, veel levensmiddelen waren nog slechts op de bon verkrijgbaar, ook als je op een boerderij logeerde!

Leveranciers waren: de firma J. Venendaal, kruidenier te Leusden; de slager J.J.C. Schram op de Rijksstraatweg, G. Hienekamp, melkhandel, R. v.d. Peut groenteboer, en de bakker Van Dalfsen.

In haar cahier noteerde de ervaren Renske nog méér, dat per se mee moest:

zes kaarsen, stallantaarns (petroleum met kaars), een achttal ijzeren roosters, drie emaille emmers, vijf wasketels, vier teilen, wasblikken, elektrisch snoer, dubbele stekker, grote inktpot, biscuitblikken of bussen, houten lepels, een ketel.

Via het Blokland Gasthuis (mevrouw Ten Bos) nog: twee gamellen en een juspan; van de gemeente zes banken; van de Speeltuin (Huslage) vijftien stoelen (à 10 ct per stoel per dag). Bij Van Veen op de Bisschopsweg konden twee schragen plus planken worden geleend, en voor f 10.— was de auto van Biezenbos beschikbaar.

DAGINDELING:

6.30 Corvee

7.00 Reveille door de deelnemers zelf

7.45 Ochtendgym, jongens o.l.v. Wietje, meisjes o.l.v. Hannie Kraaykamp

8.00 Rozemond, ontbijt

9.00 klaar met aardappels (in de ontbijtkring), algemeen corvee

9.30-9.45 stemvorming o.l.v.Miep Zijlstra

9.45 zingen, zangleiding, melodie in het volkslied

11.00 koffie

11.30 dansen elementair }

12.30 dansen dansleiders vrijdagavond ) of omgekeerd

1.45 warme maaltijd

2.30 absolute rust (mannendans)

3.30 onderling musiceren

4.45 thee

5.00 les van Wil of instrumenten

6.00 of dansen en corvee

of 5-6.30 instrumenten; zangers corvee

7.00 broodmaaltijd – daarna gezamenlijk dansen

plm. 8.45 programma

10.00 avondwandeling

10.30 Christe du biste

11.00 taptoe.


Maar voor de eerste kampdag, maandag gold:

10.30 = 12.30: in het kamp zijn (: de klok twee uur verzet!)

12.30 aankomst

2.00 eten (het meegebrachte brood, en thee)

3.30 opening, mededelingen

3.45-5.15: les van Wil

5.15 thee

5.30 dansen (er tussen in gezongen), en corvee

7.00 warme maaltijd

8.00 zingen

10.00 avondwandeling enz.



WIE MEEDEDEN (inclusief kampleiding):

42 vrouwen alle dagen, 1 vrouw tijdelijk;

19 mannen alle dagen; 2 mannen tijdelijk.

Hannie Alings (sopr.fl.),

Cor Bedee (Amsterdam, met Hélène R.),

Joost Berman (viool; Eindhoven, met Liesbeth G.),

Jan Beylsmit (sopr.fl.),

Johan de Boer (gitaar),

Han Boerebach,

Guust van Boetzelaer (mandoline.),

Annie Bregman (sopr.fl.),

Wietje Charmant,

Marietje Cobben (altfl.),

Tineke Cobben (altfl.),

Jan Cox,

Tineke Dekker (viool),

Gillis Dorleijn (gitaar),

Kiki Drijfhout (Rotterdam Kralingen),

Bert Elzinga,

Adèle Ermel (altfl.),

Ali Felix,

Inge Foest,

Liesbeth Gillissen Verschage (Eindhoven, met Joost B.),

An Grandia,

Jan Grandia,

Nans ten Have,

Greet Jacobs,

Pauline Kalff (sopr.fl.),

Fred Kraaykamp (viool),

Hannie Kraaykamp (luit),

Lucy Korver,

Annie Kuiper,

Mieneke Kuyper (sopr.fl),

Rinus Kuyper (bl.fl),

Henk Kwakkel (viool),

Jo Kwakkel,

Lizzy Ledeboer (sopr.fl.),

Bets Munnik (Ermelo),

Rudi Nicolai,

Renske Nieweg,

Henk Noorman (dwarsfl.),

Jeanne Punseli,

Hélène Riedijk (Amsterdam, met Cor B.),

Anneke de Roock,

Nel de Roock,

Hans Roosjen,

IJs Roosjen (viool),

Jos Schelling (dwarsfl.),

Ali Schonewille (altfl.),

Greet Schonewille (dwarsfl.),

Joop Schonewille (sopr.fl),

Miep Sneller,

Fol Spies (Soest),

Greet Struik (sopr.fl),

Tine Swemle (altfl.),

Nel Visser,

Detje de Vries (gitaar),

Willy van de Vijzel (cello),

Inie Waardenburg (viool),

Wil Waardenburg,

Anneke Wansink,

Jaap Weeda (Rotterdam),

Vera Wijnbergen,

Miep Zijlstra (viool).


Een paar dagen: Nanti Fabius, Frits Noske;

Bij het slot: Harry Charmant.



DANSGROEPEN:

Elementair:

Cor Bedee, Joost Berman, Jan Beylsmit, Johan de Boer, Han Boerebach,

Marietje Cobben, Tineke Dekker, Kiki Drijfhout, Ali Felix, An en Jan Grandia, Nans ten Have, Fred Kraaykamp, Annie Kuiper, Henk Kwakkel, Jo Kwakkel, Rudi Nicolai, Helene Riedijk, Anneke de Roock, Nel de Roock, Jos Schelling, Mien Sneller, Tine Swemle, Anneke Wansink, Jaap Weeda, Miep Zijlstra.

Vrijdag:

Annie Bregman, Tineke Cobben, Bert Elzinga, Adèle Ermel, Inge Foes, Greet Jacobs, Pauline Kalff, Hannie Kraaykamp, Mieneke Kuyper, Lizzy Ledeboer, Hans Roosjen, IJs Roosjen, Joop Schonewille, Fok Spies, Greet Struik, Inie Waardenburg.

Dansleiders:

Guust van Boetzelaer, Wietje Charmant, (Harry Charmant), Gillis Dorleijn, Lucy Korver, Rinus Kuyper, Henk Noorman, (Ali Schonewille), Greet Schonewille, Nel Visser, Detje de Vries, Willy van de Vijzel, Wil Waardenburg, Vera Wijnbergen.

CORVEE:

Alle dansgroepen in A en B verdeeld, en daaruit steeds combinaties van twee groepen.

OPENINGSWOORD VAN RENSKE, maandagmiddag 24 augustus, 3.30u.

Renske wil het kampgebeuren in een groter, cultureel-maatschappelijk actueel verband geplaatst zien; ook verwijst zij naar actuele politieke problematiek: “Indonesië”. Dat zij – in 1946! – niet “Nederlands-Indië” zegt, lijkt mij wel veelzeggend voor haar impliciete, eerder gesignaleerde politieke visie: die van de progressieve “Doorbraak” van die jaren. In die kringen immers leefde sympathie voor een zelfstandig worden van wat nog altijd een van de Nederlandse koloniën was. Overigens valt in de van dit kamp bewaarde aantekeningen weinig te lezen dat in het programma een nadere inhoudelijke invulling van achterliggende politieke ideeën ten deze doet vermoeden.

Men leze haar eigen openingswoorden op pp 132-133 van het kampencahier:

Ons kamp is het hoogtepunt in het Liedjaar. Daarom beginnen we met De Fiere Pinksterblom.

Dit 4e kamp wel niet in die nood van ons volk als het 1e jaar, maar toch ook nu weer de grote bezorgdheid om wat er in Indonesië gebeurt. En in deze spanning beginnen wij ons 4e muz.- en danskamp in het bewuste weten, dat dit niet los van de wereld, los van ons eigenlijke leven staat; niet een vlucht uit ons dagelijks leven is, maar dat de cult. ontwikkeling van ons volk een deel van datzelfde leven is.

Ons kamp is geen gewoon zang- en danskamp. Het is goed om dat tegen onze gasten te zeggen. We zingen hier meer meerst. werken/

We willen in deze week onze horizon verwijden. Is het mogelijk muz.geschiedenis

  1. als geschiedenis van de levende muziek te bestuderen. Sommigen zeggen: ’t Lied zingt

  2. oude (= M.E.) muziek. Dit mag niet 1650 is niet 1950!

  3. Dan: muz.gesch. verbonden met de cult. gesch., de geschiedenis v.h. denken. De muziek hangt niet los in de lucht.

Zò kunnen we via het volkslied ons inzicht in de hele muziek verdiepen. We doen dit o.l.v. W[il] W[aardenburg].

Dansen Jan Cox.

Welkom aan onze oude en nieuwe gasten.

Bibliotheek: terugbrengen, niet in de zon

Stencils van niet-Ned. Lied mensen aan Adèle betalen”

Om kwart voor vier begonnen deze pittige studiedagen al met stevige kost. Gedurende anderhalf uur maakte Wil Waardenburg een aanvang met een stoomcursus Europese muziekgeschiedenis, die in de loop van de week zou voeren tot in de vroege romantiek. Startend bij de vroege christenen, de joodse en Griekse invloeden op hun in de catacomben gezongen hymnen, kwamen via Constantijn, Gregorius en Karel de Grote nu de vroege middeleeuwen aan bod: o.m. de liturgische gezangen, hun melismatisch karakter, de eenstemmige zangpraktijk en Guido van Arezzo. Vervolgens de riddertijd, de eerste meerstemmigheid en de rondtrekkende speellieden; en dat alles enigermate geplaatst in een sociologisch c.q. maatschappelijk kader, met verwijzingen naar bekende literaire verhalen uit die tijd zoals Karel ende Elegast en Floris ende Blanchefloor. Een tijd en verhalen die als lekenspelen aan de orde kwamen tijdens verscheidene Liedkampen.

De avond van deze maandag werd, vóór Wil met Renske de taptoe verzorgde, gezamenlijk besloten met het zingen van Rozemond, De Mei die ons de groente geeft, Christe Du biste en een tekst van Hendrik Isaac: Mijn lant wil niet meer treuren (vermoedelijk in de 4-stemmige zetting van diens Innsbruck ich musz dich lassen).

(N.B.: Deze tekst niet te vinden in www.Liederenbank.nl. Via Google blijkt dat de tekst ook is gebruikt door Theo Bosman 1941 in een compositie opgedragen aan koningin Wilhelmina te Londen, te vinden in het Nederlands Muziek Instituut, aanvraagnr. 241/01-010; verder door G. Boudijn in een door het USO gegeven Dies-concert in Tivoli op 25 maart 1954.)



DINSDAG 25 AUGUSTUS 1947


Na de reveille (verzorgd door Wil en Renske), ochtendgymnastiek (Hannie Kraaykamp), ontbijt en corvee startte het ochtendprogramma: stemvorming door Miep Zijlstra en les Renske over melodieën in hun tijd. .

Renske liet zingen (: Wech op, Kom mee naar de bruisende zee [= canon Hey ho to the greenwoods van Byrd]) en gaf zangles (: Stort tranen uyt te leiden door Henk Kwakkel). Daarna behandelde zij de melodie van het volkslied:

Als zangleiders en als mensen met een grote belangstelling voor het volkslied, is het nodig inzicht te hebben in de melodie, in het karakter en in de bouw. Het karakter van de melodie houdt weer nauw verband met de tijd, waarin het lied ontstaan is en geeft ook aanwijzing, op welke manier we het moeten zingen. Het gaat hier dus om een stijlbegrip. Een melodie uit de 14e, 15e, is anders dan een uit de 17e, 18e en weer anders dan een uit de 19e of onze eeuw. Het gaat hier echter om de melodie van het volkslied.

Vandaag 15e eeuw. Wie weet voorbeelden?”

In haar cahier verwijst zij hierbij (en ook de volgende dagen) naar eerdere notities over dit onderwerp, die van haar les op de eerste kampdag van 1945.

De les van het middagprogramma vermeldt de suite van Scheidt voor de instrumentalisten. ’s Avonds: kwam de luitist Harry van Oss spelen, en dat was een succes [bron: Wil van de Vijzel 17-11-2013 aan de telefoon; over deze toen bekende luitist en zanger van volksliederen en balladen, geboren te Middelburg 8.8.1906 te Middelburg vond zij nog informatie in Elseviers Muziek Encyclopedie uit 1963]. De taptoe werd verzorgd door Rinus en Gillis (tenor en bas).


WOENSDAG 26 AUGUSTUS 1947


Vermoedelijk hebben Lizzy Ledeboer en Pauline Kalff voor de reveille gezorgd.

Lizzy en Nans ten Have kregen ’s morgens een zangleidingsopdracht (resp. Ik voele mij gedrongen en Ik voer laatst over zee.

Renske begon haar les over het verschil tussen kunst- en volkslied met En daar zat enen uil, Ain boer, Mouk daar staat een vrijer voor de deur. Daarop volgde een nagesprek over Van Oss, wiens specialiteit een programma van volksliedjes en balladen was. Een kunstenaar moet om zijn publiek te boeien in zijn presentatie over grote expressie (mimiek!) beschikken, zijn stem kunnen nuanceren, zo nodig fluisteren. Wat kunnen wìj van zo een voordrachtskunstenaar leren? Hij bedient zich van het volkslied. Maar volkslied op zijn wijze mist alle natuurlijke eenvoud; het is er helemaal op gericht om een publiek te boeien en dat is niet des volkslieds! Je zou het zelf nooit zo zingen voor je plezier! Aan de andere kant: wéét dat je kunstenaar moet zijn om dat zo te kunnen; wij beseffen er de moeilijkheden niet van. Het zou direct tot maniertjes kunnen leiden!

Op het middagprogramma: de suite van Scheidt, en de strijkers speelden Schütz.

’s Avonds hield Jan Neuteboom een inleiding over “Het culturele element in de jeugdbeweging”. Daarbij haalde hij Huizinga aan, die in zijn “Geschonden wereld” rechtsorde als voorwaarde stelt. Renske noteerde zijn verhaal in steekwoorden:

Cultuur is de ontwikkeling van de menselijke geest tot de hoogste graad. Dit bevoorrecht zijn legt ons grote verplichtingen en zware verantwoordelijkheid op t.o.v. mensen die niets hebben en t.o.v. wie na ons komen. Vereist roepingsbesef: het culturele element dienen; voorwaarde is: gemeenschap. Technische voorbereiding is nodig. Feest vieren is ook uiting van cultureel werk Cultuur moet een gemeenschap achter zich hebben.

Jan Grandia kwam met een reactie, ook door Renske genoteerd:

Materiële aspecten en menselijke macht zijn belangrijk; maar het belangrijkste is onze ondergeschiktheid aan een hogere waarde. De achtergrond: liefde, rechtvaardigheid. De mens is hier niet de norm; wat noemde Hitler liefe? Ondergeschiktheid aan Gods liefde, zoals die geopenbaard is in Christus.

Maar er werd die avond ook gemusiceerd: Nel Visser of Nel de Roock, Henk Kwakkel Adèle Ermel en Jan Beylsmit brachten Crucifixus van Willaert ten gehore.

Gillis Dorleijn (basblokfluit) en Greet Schonewille (gitaar) verzorgden de taptoe.

N.B.: over de als loopjongen en stoffeerder begonnen, latere sociaal-pedagoog dr. Jan Grandia (1913 - 1990), initiator van het grote Rotterdamse project ‘Onderwijs en Sociaal Milieu’ (1969 en later) zie F.A. Diepenhorst in het Rotterdams Jaarboekje 1991:

http://rjb.x-cago.com/GARJB/1991/12/19911231/GARJB-19911231-0141/story.pdf


DONDERDAG 27 AUGUSTUS 1947


Johan de Boer bracht met zijn gitaar een zachtzinnige reveille. In het ochtendprogramma studeerde Renske Psalm 23 van Schütz in, en dat gebeurde buiten! Na de koffie de dansles.

Wil van de Vijzel meldt het draaien van grammofoonplaten ( Dufay, Josquin, Palestrina, Marcello), en driestemmig Praetorius zingen (Nel Visser, Adèle Ermel, Jan Beylsmit), les van Wil Waardenburg en spel van Jan Cox (Nonesuch) – dat moet ’s middags zijn geweest.

De avond was de bezoekavond, waarbij gezamenlijk onder meer Psalm 23 van Schütz werd gezongen, maar later ook Piu non si trovano, Die Mey, Mijn lant; de instrumentalisten speelden een suite van Scheidt, Rudi Nicolai droeg een gedicht voor, Frits Noske, Nel de Roock, Henk Kwakkel en Miep Zijlstra speelden Corelli en er waren kleine muziekstukjes en gitaarspel.

De taptoe werd weer verzorgd door Gillis en Greet (basfluit en gitaar).


VRIJDAG 28 AUGUSTUS 1947


Reveille door Greet, Joop en Ali Schonewille: trio van Fuchs, achter de hooiberg nog herhaald voor de jongens.

Ochtendprogramma: Renske over middeleeuwse melodieën, na zangleidingsles voor Henk Kwakkel (Stort tranen uyt).

Les van Wil Waardenburg.

Nel Visser (of Nel de Roock?), Adèle Ermel, Jan Beylsmit en Henk Kwakkel zongen het Bachkoraal Ich bin’s ich sollte büszen.

Er is een plaat van Bach gedraaid: hobo en clavecimbel, aria en recitatief.

’s Avonds speelden Greet Schonewille en Jos Schelling samen dwarsfluit; Nanti Fabius, Adèle en Inie Waardenburg musiceerden met Frits Noske (zang, bas- en altfluit). Jan Cox demonstreerde het syllabisch karakter in het Gregoriaans aan de paassequens en het melismatische aan de introïtus. Daarna mannendans, en zingen met z’n allen.

Taptoe met drie violen (Miep Zijlstra, Henk Kwakkel, Nel de Roock)


ZATERDAG 29 AUGUSTUS 1947


Tineke Cobben en IJsbrand Roosjen verzorgden de reveille met een menuetje van Bach. Er was een incidentje met Jaap Weeda (kokende thee)

Onder leiding van Renske werden de liederen voor zondagmorgen geoefend: Singt dem Herrn, Du bist der mensen hoop en troost, befiehl Du Deine Wege (twee coupletten), H. Isaac’s Innsbruck (tekst).

Bij de zangleidingsles (Wiet Charmant) werden punten opgegeven. Ter sprake kwamen: het bepalen van de moeilijkheidsgraad van een melodie; zingen aan tafel, bij een kampvuur, tijdens het aardappelschillen – met of zonder iemand die ervóór staat? Of beide? Volgens Renske kan leuk zingen toch goed zingen zijn – enzovoort…

In de notities van Wil zowel als van Renske is – zonder nadere toelichting – sprake van examens. Het is niet meer te achterhalen wat daarmee is bedoeld. Wil van de Vijzel kan zich niet herinneren dat er tijdens de kampen ooit sprake zou zijn geweest van een soort examen.

En Wil Waardenburg vertelt het verhaal van de vier Aymonskinderen, ter voorbereiding op het spel, dat ’s middags wordt geoefend.

’s Avonds zorgt Jan Grandia voor een vervolg op de inleiding van Jan Neuteboom.

Jos Schelling verzorgt met zijn dwarsfluit de taptoe.



ZONDAG 30 AUGUSTUS 1947


Pauline Kalff en Jan Beylsmit zorgden voor de reveille. Om 10 uur begon de kampdienst geleid door Bert Elzinga, over de tekst “Weest dan niet bezorgd”. Daarna koffie, en wandeling voor wie niet nog bepaalde onderdelen had te oefenen. Na de warme maaltijd werd meteen verder gerepeteerd aan spel en meerstemmig zingen met instrumenten.

Daarna was het “vrij” – en tijdens het eten was er gelegenheid om zich voor het Haymonsspel te verkleden.

De sluitingsavond begon om 9.00 u, een uur later dan gepland… Tevoren werd de familie Lagemaat toegezongen en bedankt. Wil Waardenburg, Rinus Kuyper en Gillis Dorleijn lieten Clemens en Schein horen, en er was een kwartetje dat Susato speelde. Om 10.30 uur (dus half acht “burgertijd”!) een korte wandeling, en daarna nog souper in de ondertussen versierde schuur.

Tot slot Renske’s in haast genoteerde woorden bij de kampsluiting:

Als ik nog eens de week aan me voorbij laat gaan: rustig begin, ’s avonds Isaac, Die Mey; Harry van Oss op Dinsdag; enz. – dan zijn dat vele mooie ogenblikken. Toch is het niet dit alleen, wat ons kamp heeft doen slagen. Er zijn talloze factoren waardoor dit, zoals Greet zegt: een mieters kamp is geworden. Het heeft geen zin uit te pluizen, welke die factoren zijn. We constateren hier dankbaar het feit.

Enkele mensen wil ik graag bedanken:

1) Jeanne en Bets:

a.grote rust voor het hele kamp b. heerlijk gegeten c. in de groep opgenomen. – boeken gegeven: Rembrandt, Van Gogh

2) Jan Cox


Wij hebben ervaren dat wij deze week andere mensen zijn geworden: de één tot rust gekomen; het staan in de groep; enz.

En juist als wij nu zo’n sterk en goed kamp samen gehad hebben, beseffen wij des te meer onze verantwoordelijkheid t.o.v. hen, die buiten dit alles staan en de jongeren die achter ons aan komen; een verantwoordelijkheid die des te groter is, naarmate wij meer capaciteiten hebben.

Waarin uit zich dat concreet?
  1. werken in een bepaalde groep of beweging. Sta in het midden van die groep; je weet het gaat om de jongens en meisjes in de eerste plaats, niet om je eigen succes. Houd vol aan een eenmaal genomen besluit.

  2. t kan ook zijn: ons volk als geheel: Nederlands lied. a. open gemeenschap. Geen gesloten huisje, geen muren om ons heen trekken en wéér een groepje erbij. Open moet onze groep staan, omdat wij zelf de waarde en de rijkdom ervan ondervinden en kennen. b. De radio: een enorme kans om voorbereiderswerk te doen. Wij staan mee verantwoordelijk voor de geestelijke armoede, stijlloosheid en smakeloosheid van ons volk. Wanneer ons werk niet een dienend werk is, is het ijdel en moeten we er maar mee ophouden. [in potlood heeft zij er later nog bijgekrabbeld: Als summum van schoonheid: oude kerk etc.; wanneer wij iets aan de cult. ontw. van ons volk willen bijdragen zal er hard gewerkt moeten worden. Cultuur traditie, vandaar aanknopen bij het oudere (lang niet alles geschikt!) ]


Juist deze week heeft door gesprekken en de inleidingen deze dienende verantwoordelijkheid sterk doen gevoelen.

Zo gaan we gesterkt en dankbaar in September het nieuwe Liedjaar beginnen, in het besef dat wij nog altijd moeten zeggen: O Nederland let op uw zaak! ”



Als praktisch evaluerende opmerkingen schreef Renske nog op:

“Even zingen aan tafel brengt een prettige stemming.

Stemvorming [door] Miep [Zijlstra] uitstekend.

Nieuwe dagindeling plezierig, geeft rust aan het hele kamp.

Twee kooksters noodzakelijk!

In het midden van de week eens de gewone roosters doorbreken en naar buiten gaan.

Niet roken terrein, brandgevaar

Materiaal: Banken: Gemeente, De Baas

Stoelen: Huslage Speeltuinver. Soesterkw. f. 0.10 per stoel per dag

Pieter Blokland Gasthuis: 3 pannen

A.J.C. 1 gamel

Schragen: 3 J.P.Hollestelle Lingestr.1 Werkplaats De Teut ”


VIJFDE HNL-MUZIEKKAMP (1948):


MAANDAG 16 T.M. ZONDAG 22 AUGUSTUS 1948

(bij de Lagemaats, Ooievaarshorst Leusden)

(bronnen: Liedkampen- en repetitiecahiers Renske, kampencahier Wil vd. Vijzel)



Op zondag 21 maart, ’s middags om 3 uur, was HNL met een aantal gasten vanaf de Theosofische Loge onder leiding van Rudi Nicolai naar de boerderij van de Lagemaats gewandeld, voor een geslaagde paasviering aldaar. Bij die gelegenheid is ook het hier volgende lied gezongen, een

“Smeekschrift”

op de wijze ‘Den uil die op de peerboom zat’:



“Het Lied” met Rens uit Amersfoort (bis)

dat kwam weer naar dit kost’lijk oord

Van Simmedondeine, van fazilonla

Het Lied’ vivat! (bis)

De lente heeft zich reeds gemeld (bis)

De zomer komt ras aangesneld

Het Kamp vivat! (bis)

Zeg weet je nog van vorig jaar? (bis)

Toen kwamen we hier en zongen maar!

Die Rens vivat! (bis)

We willen nu toch weer een kamp (bis)

Maar waar naar toe, och wat een ramp

De Treek vivat! (bis)

Boer Lagemaat, wij smeken U (bis)

Och laat ons komen, weer bij U!

De boer vivat! (bis)

Hoera, wij zien het aan beider lach (bis)

Dat “’t Lied” ook dit jaar komen mag!

Die Lagemaats! (bis)

Eind mei werd bij de repetities het komende lustrumkamp ter sprake gebracht. Plannen (Wil Waardenburg!) waren er o.m. voor een poppenkastspel “Floris en Blancefloer”, en gepolst werd wie poppen konden maken; ook moest er een poppenkast komen. Voor zaterdag 14 augustus stond met hulp van Guust van Boetzelaer een voorkamp op het programma om de locatie in te richten. En op maandag 16 augustus was een auto beschikbaar. De kampprijs was bepaald op fl. 14.— (wat uiteindelijk een tekort van plm. 100 gulden bleek op te leveren), en er werd een circulaire verstuurd zoals in het vorige jaar, met wederom de zinsnede:

Het bezoek van buiten willen we graag tot een minimum beperken. Daarom stellen we degenen, die toch graag in ons kamp op bezoek willen komen alleen Donderdagavond daartoe in de gelegenheid – Geen andere avond!.

Deelnemers waren opnieuw HNL-leden , oud-leden, en bevriende relaties in den lande. Uit Amsterdam kwam Stephan Haug meedoen, een natuurkundestudent die tevens vrijgesteld leider was bij de KAJ (Katholieke Arbeidersjeugd). Daar leidde hij het zingen in een experimenteergroep “De Spelevaart”, die bedoeld was om “verantwoord amusement voor jonge katholieke arbeiders” te zoeken in volkszang, volksdans en lekespel. Geraakt door de radiouitzendingen van HNL had hij enige maanden tevoren contact met Renske Nieweg gezocht en was met haar in een vriendschappelijke briefwisseling geraakt.

Via hem zouden later verscheidene Amsterdammers, de meesten lid van bovengenoemde volksdansgroep, met HNL komen meezingen bij vieringen en in de Liedkampen. Onder hen Piet Kunst, Fien van Hout, Franz van Raij, Lies Helsloot, Inie Middelkoop, Piet Bibo, Riet Nieberg, Thea Schaap, Lambert Smit, Cor Bekker, Mieke en Rijk Mollevanger. – Arbeidersjongeren waren in die Amsterdamse Spelevaart overigens met een lantaarntje te zoeken; het gros van de dertig à veertig leden kwam uit het onderwijs (leerkracht, student) of soms de middenstand: (winkel- of kantoorbediende).

[N.B.: deze groep Amsterdammers moet niet verward worden met een andere groep “Amsterdammers” die HNL vanaf 1949 zou komen versterken bij de radio-uitzendingen; dat waren muziekstudenten, aspirant vaklui dus, van wie velen ook in een Liedkamp zouden komen meedoen. Met hen ook vormde Renske het soms apart van HNL optredende “Amsterdams Madrigaal Ensemble”, bestaande uit de sopranen Anke Attema, Bep Boetje, Gretha Krom, Wil de Soet, Riek Waas; de alten Anny van Es, Clara Frankfort, Henny Hoffman, Elly Imhoff, Janny Nijland; de tenoren Fred Bongers, Wouter Goedkoop, Joop Löbler, Frans Mueller, Jaap Wilkens; de bassen Gerard de Beer, Henk Kroes, Aart van Doorn, Joop Hessenhouwer, Martin Frankfort en Rinus de Waart.]

Renske noteert in haar cahier de deelnemers (inclusief de leiding 19 mannen, 59 vrouwen) in groepen, die correspondeerden met corveeploegen en dansgroepen (A en B: elementair; C en D: gevorderd), met een restgroepje van bij de leiding betrokkenen en van personen die alleen in het weekend aanwezig zouden kunnen zijn:

A:

Hans Roosjen (voorman)

Jan Grandia

Jan Beylsmit,

René Paris

Fred Kraaykamp [viool]

Marietje Cobben [dwarsfluit]

Miep Zijlstra [viool]

Dini Schuitemaker

Marijke Ram [viool]

Stina de Roe

Dini Winter


B:

Ton Pesch (voorman)

Greet Jacobs (“voorvrouw”); [sopraanfluit]

Han Boerebach

Bert Elzinga

Goof van Herpen

Lizzy Ledeboer [sopraanfluit]

Inge Foest [altfluit]

Rie ter Kuile

An Grandia

Tineke Dekker [viool]

Dorus Beylsmit [sopraanfluit]

Tine Swemle [altfluit]

Nel de Roock


C:

Gillis Dorleijn (voorman); [gitaar]

Ali Schonewille [altfluit]

Pietje Kardolus [sopraanfluit]

Vera Wijnberg

Joop Schonewille [= later Suzan] [altfluit]

Detje de Vries [gitaar]

Rinus Kuyper [sopraanfluit]

Rudi Nicolai [altfluit]

(IJs Roosjen, soms gast)


D:

Jan Neuteboom (voorman); [sopraanfluit]

Lucie Korver [sopraanfluit]

Wietje Charmant

Guust van Boetzelaer [sopraanfluit]

Stephan Haug [sopraanfluit]

Hille Span

Tineke Cobben [altfluit]

Greet Schonewille [dwarsfluit]

Betty de Vries [cello]

Hannie Kuyper [sopraanfluit]

Willy van de Vijzel [cello]

Steintje Postma [gitaar]


Wil Waardenburg

Adèle Ermel

Jan Cox

Rinnie Rijksen

Jenny Busser

Renske Nieweg


Weekend:

Dina Nol

Dini Fabricius

Els van de Wetering

Elly Kley

Huub Booyen

Ellen Waardenburg

Krijnie van Leeuwen

dagelijks: Greet Struik



De dagindeling was als vanouds: de klok werd een uur vooruitgezet en het rooster was veelal reeds vertrouwd:

6.30u corvee; 7.00u reveille voor de anderen; 7.45u ochtendgymnastiek onder leiding van Lucie Korver (de meisjes) en Ton Pesch (de jongens); 8.00u gezamenlijk buiten Rozemond zingen (driestemmige zetting van Carla Kohnstamm; een ritueel dat tot en met het laatste kamp werd aangehouden) en daarna ontbijt; 8.45-9.00u aardappelen schillen, groenten schoonmaken; 9.00u algemeen corvee.

9.00u stemvorming door Miep Zijlstra; 9.45u zingen met de gehele groep.

11.00u koffie en boterham

11.30u dansen (groepen A en B); 12.30u dansen groepen C en D; corvee)

13.45u warme maaltijd; 14.45u: “absolute rust” (maar daarin wel drie kwartier mannendansen, en verschillende kleine ad hoc groepjes musiceerden ergens in het bos of in de hooiberg…)

15.45u musiceren in de officiële groepen, tot 17.00 u: thee

17.45-18.30u instrumentengroep; de zangers o.l.v. Rinus Kuyper. Ondertussen wel om 18.00u corvee;

18.45u broodmaaltijd (bij goed weer: op banken buiten, in de wei)

19.30u dansen voor allemaal; waarna

om 20.30 het avondprogramma begon, dat tegen 22.00u kon worden gevolgd door een korte avondwandeling en een gezamenlijk avondlied. Daarna als afsluiting van deze volle dag: een door enkele kampdeelnemers verzorgde muzikale taptoe.



DE AANTEKENINGEN VAN RENSKE EN VAN WIL VAN DE VIJZEL OVER DEZE WEEK


Anders dan m.b.t. voorgaande jaren heeft Renske in haar cahier geen van dag tot dag notities nagelaten. Wel is in het aantekeningenschrift van Wil van de Vijzel het verloop van de week in steekwoorden genoteerd, zodat we toch over een iets minder globaal overzicht beschikken. Beiden legden ook kort verslag van de inleiding door Jan Beerends, vriend van Jop Pollmann en hoofdleider van de rooms-katholieke volkshogeschool Drakenburgh te Baarn, die op dinsdagavond.werd gegeven.

Sommige (hieronder zoveel mogelijk letterlijk, en in vet corps weergegeven) aantekeningen van Renske zijn kennelijk concepten van wat zij tijdens het kamp wilde doorgeven. Zij leveren een inmiddels vertrouwd beeld van haar ethische en artistieke overtuiging, van haar idealisme – èn van een sterk moralistische inslag. Het begon al meteen, na de aankomst in de loop van de ochtend:

Bij de opening, ’s maandags aan de broodmaaltijd:


Even met een paar woorden dit 5e kamp openen. In de 1e plaats welkom: onze oudleden, fijn dat jullie er zijn! In de 2e plaats aan onze gasten: Dini Schuitemaker, Jet Schalij, Betty de Vries, Jenny Bussen, Rinnie Rijksen. In de corveegroepen [waar Jet Schalij nog niet was ingedeeld] en in het musiceren in kleinere groepen zullen we elkaar gauw genoeg leren kennen.

Wij gaan deze week samen dit kamp opbouwen. Geen afwachtende houding hoe of het zal worden. Kom vooral met ev. voorstellen.

Bibliotheek: ‘spaar de dieren’ of: 1) leg alle muziek en boeken ’s avonds terug; 2) laat nooit een boek buiten liggen; 3) gebruik alles veel! Veel reproducties!

Indeling: Stencils: de nieuwe voor ieder gratis, de andere voor de niet-Liedmensen aan Adèle betalen. Doe dit uit jezelf!

Zangleiding: opgeven [= je melden wanneer je wilde oefenen in zangleiding geven]

Reveille, taptoe – Greet Schonewille

Instrumentale repetitie – altijd potlood mee

Wat doen we deze week?

Waarna ongetwijfeld iets over de te verwachten stukken zal zijn gezegd.

Uit de notities van Wil weten we dan, dat op die maandag na de maaltijd van 13.00 uur (kamptijd) gezongen is onder leiding van Jan Beylsmit (Wij zijn al bijeen, Komt vrienden in het ronde), dat er “muziekjes” zijn gespeeld; dat er gedanst is; dat daarna instrumentaal is gemusiceerd (Die Mey plaisant, een allemande van George Witkop). Dat na de avondmaaltijd Wil Waardenburg over volkslied heeft gesproken; dat er vóór de avondwandeling nog gezongen is (Naar Oostland, O bone Jesu). En dat de taptoe werd verzorgd door Renske met Joop en Ali Schonewille (een 3-stemmig stuk van Regnard, vermoedelijk Als ic u vinde).

Maar vóór dat zingen had Renske nog wat op haar lever gehad:

s Avonds vóór het zingen:

We gaan deze week veel muziek maken, maar we moeten weten hoe we daar tegenover staan. Een lied is maar niet een lied zonder meer, maar is de uiting van een bepaalde geest. Op ’t moment dat we met anderen werken, in wat voor verband ook, brengen we een bepaalde sfeer, geest over. Natuurlijk door onze persoon, maar ook door hetgeen we doen, zeggen en zingen. En nu gaat het er in onze tijd om – in deze wereld van vandaag, waar wij allemaal als hele kleine schakeltjes in ons volk, in de wereld en in deze tijd staan, dat wij kleur bekennen en duidelijk voor ons zelf uitmaken wat we willen. Willen wij naar onze beste krachten in deze wereld werken, dan hebben wij te kiezen, aan welke kant wij willen staan: aan de kant van de vervlakking, het banale, laat maar gaan, wat doet het er toe, óf aan de kant van hen, die weten van een andere mogelijkheid, die weten, dat op alle gebied óók een stroming is, ik zou haast zeggen: opwaarts gericht. Dit geldt zowel op religieus als op cultureel terrein.

Op ons terrein: zonnige zang - uit en thuis Dan wordt het je opeens duidelijk, dat je maar niet kunt doen wat je ‘wel leuk’ vindt: vandaag zo ’n liedje, morgen walgen.

Wij mogen en kunnen niet meer neutraal staan!


In haar cahier volgt dan een (misschien later genoteerd?) summier weekoverzicht annex studieprogramma - met karakteriserende (en kritische!) opmerkingen over enkele in die lessen ter sprake komende canons en liederen:

Maandagavond inleiding Wil, nieuwe muziek gezongen

Dinsdag avond Beerends inleiding

Woensdag

Donderdag: programma gasten

Vrijdag: tekstcritiek; grammofoon Krönungsconcert

Zaterdag Floris en Blancefloer

Zondag muziek, dansen, sluiting; kampvuur

Lessen:

Dinsdag: plm. herhaling vorig jaar naar aanleiding van Naar Oostland en Begeertens lust.



Wil vermeldt voor deze dinsdag 17 augustus: reveille door Jan Cox en Rinus Kuyper (muziek van Britten), en ochtendgymnastiek met Lucie Korver.

Om kwart voor tien stem- en ademhalingsoefeningen onder leiding van Miep Zijlstra: “tong gymnastiek”, kermislier, ie-oe, aa-ie-oe, geeuwoefeningen”

Om tien uur de les van Renske: Daar is een kindeke geboren [op ’t toppeltje van ’t huis], Naar Oostland (“hoofdtonen bim-bam, lippen nauwelijks op elkaar. Stromend karakter [van melodieën] omstreeks 1600, melodisch materiaal vijf tonen, kwintsprong, secunde”). Begeertens lust (Valerius, 1626): “ander karakter na 1600…melodisch materiaal rustige toonschreden”, zoals ook in het motiefje bij ’t Ros Beyaard [bron tekst en melodie: Klemens Wytsman 1868, cf.. NV’77 p436].

Melodische patronen kwamen aan de orde n.a.v. Waar dat men zich al keert of wendt, Begeertens lust, Herders hij is geboren. Tenslotte werd de driestemmige zetting door Annie Langelaar gezongen van het Valeriuslied Komt nu met zang.

Na half twaalf: dansen (Erwtenpluk, Christchurch Bells, New Castle, Childgrove), corvee, maaltijd en rust.

’s Middags: strijkers o.l.v. Miep Zijlstra (Scarlatti); instrumentale muziekgroep (Dowland King of Denmark, Die Mey plaisant, Wel Island) Daarna weer dansen.

’s Avonds: na de inleiding van Beerends (‘Levensvolheid, levensstijl’) werd er van alles gezongen: Mozart- en andere canons (Lieber Freistaedtler, Bona nox; Vriend Pieter; Abendlied van Schütz). Lizzy Ledeboer en Tine Swemle verzorgden de taptoe met Purcells A Song Tune.



Dinsdagavond: notities van Renske Nieweg bij de inleiding door Jan Beerends (r.k. volkshogeschool Drakenburgh) over:

Levens volheid en levensstijl.

‘t Opgroeiend geslacht staat in spanning tot de vorige generatie. Dit is altijd een conflict. Hierbij komen twee aspecten:

1) het tijdelijke, eigen aan een bepaalde generatie

2) het blijvende

Een figuur of een huis uit een bepaalde tijd heeft een bepaalde stijl. Zij drukken een bepaalde geestes- en levenshouding uit een bepaalde tijd uit - De mens schept de tijd - hij verwezenlijkt een bepaald levensgevoel. Dit confronteren we, met wat Chesterton noemde: de eeuwige mens.

Het eeuwige beginsel tracht zich in alle mensen te openbaren. In een stijl manifesteert zich een bepaalde levenshouding:

17e eeuw: breed burgerschap

M.E. groot ridderschap

Altijd spreekt een bepaald iets zich uit in de mens (bepaald = beperkt) Dit bepaalde brengt het conflict met de jonge generatie De taak van iedere generatie is creatief, is opnieuw haar eigen levensgevoel uit te drukken

Schilderkunst: iedere generatie moet de vormen van een vorige generatie kapot breken. Begin 16e eeuw: Memling, van Eyck:

fijne ingetogenheid, grote rust, paradijselijke wereld - alles is geordend.

Maar er komt een nieuw levensgevoel: Renaissance: alles is in beweging: Breughel herfst - winter - horizontaal gebouwd. Het nieuwe levensbewustzijn vindt nieuwe vormen.

Leven is ondenkbaar zonder vorm. Maar óók: de vorm moet gevuld zijn met leven. Als het leven eruit is, moet de vorm kapot.

De mens van nu, die tot bewustzijn komt geeft een kunst vol ontkenning, afbreken. Dit is nodig om tot een nieuwe levensbron te komen De mens zoekt zichzelf te zijn.

Maar eerst moet er besef zijn van levensvolheid Deze levensvolheid moet eerst groot en monumentaal zijn. De eeuwige mens zoekt zich te realiseren

‘t Eerste gevecht van elk mens bij bewustwording is zich zelf worden. Maar dat kan pas na confrontatie met de orde om zich heen. Eenzaamheid tegenover al het andere. Alle verbinding is verbroken. Niet meer één met de natuur. Men zoekt naar een nieuwe verbinding, bewust. Het is de uitdrukking van het eeuwige, dat ons doet grijpen naar oude liederen en dansen.

De gemeenschap strekt zich uit in de tijd, niet het ogenblik van nu. Wij zijn met de mensheid van vorige eeuwen verbonden. Deze traditie dragen wij in onszelf voort. Wij zijn een schakel in de tijden. Wij zijn innerlijk verbonden met de mens van vroeger. Dit alles is in ons. Wij moeten onderscheiden tussen heilige traditie en conventionele vorm -

[N.B.: HET IS MIJ ONDUIDELIJK OF DE MIJNS INZIENS ONHELDERE EN DOOR ZIJN ABSTRACTIENIVEAU INHOUDELIJK WEINIG HOUVAST BIEDENDE NEERSLAG VAN HET VERHAAL VAN BEERENDS DIENS WOORDEN EN INTENTIE JUIST WEERGEEFT. WAAROM WAS JUIST HIJ GEVRAAGD? HOE KWAM RENSKE TOT DIE KEUZE? OP WIENS ADVIES? (POLLMANN?) IK VIND HET ALLEMAAL NOGAL HOOGDRAVENDE EN PRETENTIEUZE CULTUURFILOSOFIE VAN DE KOUDE GROND - MAAR DAT GEEFT OP ZICHZELF WEL WEER ENIG ZICHT OP VOEDINGSBRONNEN VOOR HNL IN DIE TIJD. DE NOTERING DOOR RENSKE (DIE NIET ERG VERSCHILT MET DIE VAN WIL VAN DE VIJZEL) IS WEINIG KRITISCH; DAT BLIJKT ALLEEN AL UIT DE ERIN VOORKOMENDE HERHALINGEN VAN NIETSZEGGENDE FRASEN.

KENNELIJK ZOCHT RENSKE IN DE LOOP DER JAREN STEEDS NAAR DE JUISTE VORM VOOR VERDIEPING MOGELIJK MAKENDE REFLECTIEMOMENTEN IN DE KAMPWEEK. DE EERSTE EN DE TWEEDE KEER WAREN HET DE AVONDLEZINGEN DOOR WIL WAARDENBURG; IN HET DERDE KAMP EEN INLEIDING DOOR TINE SWEMLE; IN HET VIERDE DE AVOND MET HARRY VAN OS PLUS DE NABESPREKING DAARVAN OP DE VOLGENDE DAG; EN DE INLEIDING DOOR JAN NEUTEBOOM.]



Renske’s notitie m.b.t. de te geven les op woensdag 18 augustus:

Woensdag: twee canons

1) Viva la musica: 2 melodieën + bas

Karakter: sterk, vast, fris

Weer allemaal secunde-gangen, kleine omvang, 1e en 2e boog: melodieën

Als canon: 3 gelijke bogen – afhankelijk van elkaar

2) Avondstilte

Karakter: rustig, maar week, zoet en sentimenteel

Vergelijk Ic zeg adieu

  1. accoorden in de melodie(melodie veel zwakker, verg. beide bassen!)

  2. klankwerking in de melodie: voorliefde terts, sext (verg. karakter)

  3. als canon: heel simpel: 2 accoorden, 3 gelijke bogen.


Wil meldt reveille met een Frans stuk door Tineke Cobben en Jet Schalij, ochtendgymnastiek, ontbijt, en “tong toeklappen” onder leiding van Miep Zijlstra, die laat oefenen met kaakbewegingen (naar voren, naar achteren, opzij). Daarbij werd ook een kinderliedje gebruikt:

Sinte Pieters hondeken lag op zijn stoeltje dood

En uit de buurt de hondekens die waren al genood

Zij kookten daar een papken, pap, pap, papken

Al voor de hondekens.

Deze stemoefeningen werden voortgezet met langdurige aa-aaa-aaa omhoog en omlaag, mmm-mmm-mmm zoemen en bim-bam-bim-bam.

“Kermislier” kwam ook te pas in de daaropvolgende les van Renske, waarin kritisch werd bekeken hoe enkele 19e-eeuwse canons (Viva la Musica en Avondstilte) op accoorden zijn gebouwd en grote intervallen, niet zo geschikt voor de menselijke stem, soms niet schuwen. Zie hierboven. – Begonnen werd aan een nieuw stuk: Je ne fus jamais si aise van Pierre Certon (plm. 1572).

Verder nog die dag: dansen (waarschijnlijk o.m. Greenwich Park), corvee, eten, Scarlatti na (of tijdens??) de rust. Les van Wil Waardenburg over het volkslied; gezamenlijk dansen vóór de avondboterham.

’s Avonds spelen en zingen (Begeertens lust, Vier weverkens, ’t Ros Beyaard, Wat voor vijand, Naar Oostland; en het 4-stemmige Innsbruck ich muss dich lassen van Heinrich Isaac.

Als taptoe een modern Frans stuk voor dwarsfluiten altfluit, door Greet Schonewille en Jan Cox.



Voor donderdag 19 augustus 1948 noteert Renske slechts:

Donderdag: ‘s ochtends instrumentenrepetitie vanwege de avond.

Detje de Vries, Rudi Nicolai en Wil van de Vijzel verzorgden de taptoe met een mars van Händel.

Na het ontbijt begint meteen de instrumentale repetitie voor het avondprograma dat de gasten zal worden aangeboden. Daarna dansen, maaltijd en rust. En Scarlatti. En Mozart.

Eind van de middag arriveert het bezoek, waaronder de boswachter. Gezamenlijke maaltijd, en dan het avondprogramma:

Gezongen worden: Die Mey plaisant, Begeertens lust, Naar Oostland. Het instrumentale programma omvat een kwartetje met 16e-eeuwse voor- en nadans van Valentin Hausmann, drie luitisten die Praetorius spelen, twee allemandes (P. Matthijs) en Scarlatti.

Nel de Roock en Marijke Ram verzorgen de taptoe met een stuk van Händel.



Vrijdag 20 augustus 1948 begint per taptoe door kampleden van Middeloo. Miep Zijlstra laat toonguirlandes zingen op ‘ma, ma, ma’; verder lip-oefeningen doen op een ploffer: p,p,p,p.

Renske geeft een theorieles over melodie, volgens het concept in haar cahier:

Vrijdag:

1) Dona – verg. Avondstilte; betrekkelijk vlakke melodie

(Angelus: aan de ene kant: rechte, vlakke melodie; aan de andere kant: accoordsprongen; weke sentimentele melodie (en tekst!) Lieve lente

2) Accoordmelodie: Eikenhout (verg. O Nederland)

3) Instrumentaal, marsachtig, flink, pathetisch: Waar de blanke top

Zingen we dan geen liederen uit deze tijd? De boer had, Drie schuin tamboers, Daar boven, Mien mouder, Patriotjes

Trekkerslied

1) Karakter: Hans de Gans [niet in Liederenbank]: rotliedjes, Logé’s kweekschoolkamp Tessel

[Later toegevoegd:] Je kunt ook ieder volkslied cabaretachtig verknoeien; ’t gaat om de manier waarop – het karakter!

2) Wàt? Hijs je rugzak [niet in Liederenbank]

òf Cabaret: nooit volkslied, alleen actueel, moet voorgedragen worden

3) Nederlands of buitenlands

Waarom annexeren wij onszelf? Nooit nemen we het mooie buitenlandse lied, altijd het gemakkelijke, draaiorgelachtige Lustig ist das Zigeunerleben etc.!



Rudi Nicolai leidt de Sweelinck-canon Zonder Ceres en zonder Bacchus; Wil van de Vijzel meldt een daarna volgende raadselachtige bijdrage van Nel de Roock: “Japanezen (a-ee-o-oe-è)”. Stephan Haug leidt de tweestemmige canon van een onbekende componist Prijs toch den dag (ook bekend als O klaag toch niet; in NV’77 opgenomen als O schone dag).

Na dansen en eten een wandeling, en een “instrumentale les zonder instrumenten, canon Amsterdam”. De les van Wil Waardenburg ging over “tekstcritiek” – maar onduidelijk blijft wat dat precies behelsde.

Die dag werden nog gezongen: Ik voele mij gedrongen, Ik kwam lest over een berg, Naar Oostland, en het driestemmige Mozartstuk: Piu non si trovano. Tenslotte werd geluisterd naar de opname van een pianoconcert van Mozart, KV 26 het Krönungskonzert.

De taptoe werd die dag verzorgd door Betty de Vries en Wil van de Vijzel, cellisten, met een stuk van Obrecht.

Zaterdag 21 augustus

Reveille door Greet, Joop en Ali Schonewille. Miep Zijlstra geeft adem- en stemoefening m.b.v. Beethovens metronoomcanon (“haha, haha, haha”: middenrif!) en de canon Lachend, lachend, lachend tooit de lente, ook al vol hahaha in de rest van het lied. Ook lijkt ze gewerkt te hebben met een mysterieus niet in de liederenbank te vinden liedje Was je hemdeken maar uit.

Renske liet zingen: O Heer die daar, Sanctus, Befiehl Du Deine Wege, O bone Jesu, en bij de koffie: Je ne fus jamais…

Na het dansen was het sprokkelen geblazen voor het kampvuur; maaltijd, rust, Scarlatti, instrumenten. Eten in de ganzenwei. En alweer dansen

’s Avonds is gewerkt aan het poppenspel, waaraan verscheidene kampleden moesten bijdragen in de vertolking van de personages. De tekst, zeer vrij naar het oude verhaal, was in stencilvorm geleverd door Wil Waardenburg, die ook als regisseur kon optreden. Bij diverse passages moest door de kampgemeenschap passende zang en muziek worden geleverd en zo kwam veel te pas van wat tijdens het kamp was ingestudeerd, ook instrumentaal zoals Allemande I van Dowland, een ouverture en een bourree van Händel, een Courante van Foucart. Al dan niet instrumentaal begeleide liedjes en meerstemmige stukken dienden bij bepaalde passages eveneens, soms licht bewerkt, ter passende illustratie van het middeleeuwse verhaal: Al die willen te kap’ren varen, Daar is een kindetje, Het viel eens hemels dauwe, Die eerste vreugd, Ik voele mij gedrongen, Begeertens lust, Ik zeg adieu, Gekwetst ben ik van binnen, ik kwam laatst over een berg gegaan, Ik vrolijke bootsgezel, In ’t fortuintje moeten we wezen, Naar Oostland, De Mey die ons de groente geeft, Piu, Je ne fus, Altijd zijn die cipiers dronken, Juch holla!

De dag werd besloten met een taptoe door Gillis Dorleijn en Rinus Kuyper.



Zondag 22 augustus 1948 opende met reveillemuziek door Miep Zijlstra, Dini Schuitemaker en Jan Beylsmit. Om 10.15u, na het ontbijt, leidde IJsbrand Roosjen, oud-katholiek pastor in opleiding, een dienst.

Er werd tot het middagmaal nog in kleine groepjes gemusiceerd (instrumentaal: Purcell, Obrecht; zang: o.m. Wij zijn al bijeen).. Na de rust was er “thee met witte puntjes” en vond een “volksvoorstelling” poppenspel plaats, met boer Van Apeldoorn als gast.

Wil van de Vijzel meldt voor deze slotavond o.m. nog muziekjes voor drie luiten, voor gitaar en dwarsfluit en altfluit, een duetje van Bach (Marijke Ram en Nel de Roock), Heer geef ons kracht, mannendans, Franse dans, Engelse dans (Greenwich Park, If all the World was paper), Scarlatti, Zum Lob der Musik (Ahle), “en verder van alles gezongen”. Jan Neuteboom brengt “Dieuwertje Diekema” (Kees Stips parodie op “Marina Lecina” van Weremeus Buning) ten gehore. Kampvuur. “Lampionnenoptocht terug naar Lagemaat”. – “Na sluiting weer opnieuw (heel dicht om ’t vuur) gaan zingen (Piu, Rijck God etc.)” – Kortom typisch de laatste avondsfeer…

Taptoe door Nel de Roock, Marijke Ram en Fred Kraaykamp en Wil van de Vijzel: kwartet van Purcell.

Renske krabbelt achteraf met potlood in haar cahier:

Bij ’t kampvuur behoorlijk programma, fluiten etc.

Maandag 23 augustus:


Reveille door Renske en Rinus. Maar er zijn geen aantekeningen bewaard over ontbijt en vertrek – ongetwijfeld na nog wat gezamenlijke zang!

Renske had in haar cahier nog als mogelijk studiemateriaal genoteerd:

Materiaal om te zingen

Jubilate Deo [canon a5 van Gumpelzhaimer]

Musica aldersoetste const [Nederlandse tekst op 4-stemmig stuk van J. Jeep]

Beatus [canon a3 van Sweelinck]

Vanitas [canon a3 van Sweelinck]

Waarom koken de boeren de pap zo dun [Jaap Kunst, Terschellinger Volksleven 1937]

Ik hoorde dees dagen [cf. Van Duyse II p 925, en III p 273; o.m. ook in Jan Pierwiet 1936]

Wachterlied Pijper [uit ‘Twee Wachterliederen’ 1934]

Daar komt een kanonneken aan [cf. Van Duyse II p 1484-1485, nrs 894-897]

Ik weet een rein kasteel [Van Duyse II p 899, nr 437]

Van die liederen zijn echter slechts de canons van Sweelinck in de aantekeningen van Wil van de Vijzel terug te vinden – vermoedelijk is deze “reserve” niet nodig geweest…

ZESDE HNL-MUZIEKKAMP (1949):

DINSDAG 9 t.m. DINSDAG 16 AUGUSTUS 1949

(bij de Lagemaats, Ooievaarshorst Leusden)

(bronnen: Liedkampen- en repetitiecahiers Renske, kampencahier van c.q. mondelinge informatie door Wil vd. Vijzel)



In het cahier 5HNL (p57) krabbelde Renske enkele korte notities mbt. het voorkamp (door drie jongens te regelen) en wat relevante kampbenodigdheden: o.m. een gamel van de AJC, zes teilen, drie geëmailleerde emmers, extra messen, stallantaarn, wasblikken, en oude doeken om het brood mee toe te kunnen dekken. Grietje Huizinga zou de administratieve zorg op zich nemen.

Voor haar notities m.b.t. het zesde Liedkamp begint Renske aan een nieuw cahier, het derde – maar ze schrijft overwegend met potlood, en haar aantekeningen zijn nu soms vrijwel onleesbaar. Kennelijk is de verbleking al spoedig begonnen, en heeft zij bepaalde gedeelten (met name de deelnemerslijsten) toch leesbaar willen houden door die in inkt over te trekken. Helaas echter zijn andere optekeningen niet op die manier behandeld. En zo is niet alles, en het Justus-Havelaarcitaat dat zij vermoedelijk als motto heeft bedoeld, nog maar nauwelijks te ontcijferen:

Alle kunst heeft ons gelukkiger te maken, dat geldt ook voor de volkskunst en zo hoop ik dat deze week ons gelukkig(er) zal maken.

En: De kunst heeft de geestelijke mens in ons op te wekken, te versterken en bewust te maken.”

Een gedachte die wel helemaal spoort met het beeld dat wij ons intussen hebben kunnen vormen van deze idealistische muziekpedagoge!

In het cahier zijn voor 1949 als inliggende documenten nog een speciaal voor dit kamp aangeschafte wandelkaart bewaard voor het Landgoed “Den Treek-Henschoten” (ad fl. 7.50), alsmede een “Vergunning tot bivak” dd 9.8.1949 ad fl. 25.--, voor plm. 50 personen van 9 – 16 augustus, op naam van Wil Waardenburg.



De kampweek liep dit jaar van dinsdag t.m. dinsdag; natuurlijk werd de klok weer verzet. Gasten waren dit keer welkom op de vrijdagavond. Op de donderdag zou een inleiding over de 19e eeuw worden gegeven; op de zondag was weer een kampdienst gepland, maar ook een wandeling. De dagindeling liet de vertrouwde afwisseling zien van reveille – ochtendgymnastiek – Rozemond – ontbijt – corvee – zingen & spelen – koffie – dansen – absolute rust – onderling musiceren – thee – zingen met instrumenten – corvee – mannendans – zingen – algemene dans – eten – avondprogramma – avondlied – avondwandeling – Bona Nox…

Zoals altijd had Renske tevoren een groepsindeling gemaakt, en zich voor verschillende activiteiten verzekerd van de inzet van bepaalde deelnemers. Zo zouden Inge Foest, Lizzy Ledeboer, An Grandia en Stephan Haug een commissie van ontvangst vormen en er was een groepje dat een welkomstlied zou verzorgen. Onder de 65 personen die zich oorspronkelijk hadden aangemeld waren 22 mannen; drie van hen staan echter doorgestreept in de lijst (Gerard de Beer, Rene Paris), maar één van hen (Guust van Boetzelaer) zou wel op zaterdag verschijnen. Ook enkele vrouwen staan doorgestreept: Grietje Oudenampsen, Elly Kley (wel op zaterdag aanwezig), Adri Klaasse-Bos, Ali Schonewille, Laura Hilgerson (elders weer toegevoegd…); Joost Tromp en Tine Swemle staan ongenommerd onder aan de lijst van deelnemers. En Elly en Wout Goedkoop brachten hun 3-jarig zoontje Wout junior mee; zoals ook het echtpaar Waas hun zoontje van 3. Er waren trouwens méér weekendgasten, onder wie zes mannen (Cor Molenveld en Jan Neuteboom, Han Boerebach, Johan [ws.: de Boer, gitaar], Jan Grandia, Ton Pesch); en de vrouwen Grietje Huizinga, Elly Kley en vermoedelijk Laura Hilgerson.

Bijzonder was ook, dat een aantal Amsterdammers het kamp kwamen meemaken, muziekstudenten die HNL versterkten bij de wekelijkse radio-opnamen; als aanstaande vakmensen toch wel met een andere mentale insteek dan de gewone leden van de zanggroep. Renske was zich ervan bewust dat dat wel eens moeilijk zou kunnen zijn, maar zoals van haar te verwachten sprak zij de hoop uit op wederzijdse verrijking.

De deelnemerslijst:

Hannie Bakker

Jan Beylsmit (sopraanfluit)

Bep Boetje (luit)

Joke Boetje

Freddie Boterman (altfluit)

Annie Bregman (sopraanfluit)

Marietje Cobben (dwarsfluit)

Tineke Cobben (luit) (altfluit)

Jan Cox (sopraanfluit) (altfluit)

Gillis Dorlijn (gitaar)

Nettie Elzinga

Inge Foest (altfluit)

Elly Goedkoop

Wout Goedkoop

Hennie van der Graaf (piano)

An Grandia

Stephan Haug (sopraanfluit)

Goof van Herpen (sopraanfluit)

Joop Hessenhouwer

Laura Hilgerson

Greetje Huizinga (viool)

Annechien Idenburg

Greet Jacobs (sopraanfluit)

Lucie Korver (sopraanfluit)

Hannie Kraaykamp (luit)

Rinus Kuyper (sopraanfluit)

Henk Kwakkel (viool)

Lizzy Ledeboer (sopraanfluit)

Krijnie van Leeuwen (sopraanfluit)

Joop Löbler (viool)

Bets Munnik

Cees Mus (viool)

Rudi Nicolai (altfluit)

R[enske[ N[ieweg]

Dina Nol (luit)

Henk Noorman dwarsfluit)

Dina Nijdam

Gerrie Obbink (viool)

Lettie Philippo (sopraanfluit)

Marijke Ram (viool)

Tini Römer (piano)

Anneke de Roock

Hans Roosjen

Nel van de Rotte (luit)

Jet Schalij (altfluit)

Greet Schonewille (dwarsfluit)

Joop Schonewille (altfluit)

Jan Seyffert

Jo Snoeren

Hille Span

Tine Swemle

Joost Tromp

Detje de Vries (luit) (altfluit)

Wil van de Vijzel (cello)

Wil Waardenburg (luit)

Leman Waas

Riek Waas

Anneke Wansink (sopraanfluit)

Riekje Wielinga (sopraanfluit)

Jaap Wilkens

Miep Zijlstra (viool)

Indeling in vier corveegroepen:

  1. An Grandia (“voorvrouw”), Tineke Cobben, Gillis Dorleijn, Stephan Haug, Adri Klaasse-Bos, Krijnie van Leeuwen, Cees Mus, Dina Nijdam, Letty Philippo, Jet Schalij, Greet Schonewille, Leman Waas, Riek Waas, Riekje Wielinga, (Miep Zijlstra).

  2. Anneke de Roock (“voorvrouw”), (Hannie Bakker), Guust van Boetzelaer, Annie Bregman, Marietje Cobben, Goof van Herpen, Greetje Huizinga, Annechien Idenburg, Elly Imhof, Elly Kley, (Hannie Kraaykamp), Henk Noorman, Dina Nol, Gerrie Obbink, Detje de Vries, (Wafelbakker), Jaap Wilkens.

  3. Greet Jacobs (“voorvrouw”), Jan Beylsmit, Hennie van de Graaf, Joop Hessenhouwer, Laura Hilgerson [maar doorgestreept], Rinus Kuyper, Joop Löbler, Nel van de Rotte, Tini Römer, (Ali Schonewille) Jo Snoeren, Hille Span, (Willy van de Vijzel), Anneke Wansink.

  4. Inge Foest (“voorvrouw”), Bep Boetje, Joke Boetje, Netty Elzinga, Elly Goedkoop, Wouter Goedkoop, (Henk Kwakkel), Lizzy Ledeboer, Lucie Korver, Rudi Nicolai, Marijke Ram, Hans Roosjen, (Joop Schonewille), Jan Seyffert.


De twee dansgroepen:

  1. Guust van Boetzelaer, Annie Bregman, Marietje Cobben, Tineke Cobben, Gillis Dorleijn, Netty Elzinga, Inge Foest, Stephan Haug, Laura Hilgerson [doorgestreept], Annechien Idenburg, Greet Jacobs, Adri Klaasse-Bos, Elly Kley, Lucie Korver, Rinus Kuyper, Henk Kwakkel, Lizzy Ledeboer, Krijnie van Leeuwen, Rudi Nicolai, Dina Nol, Henk Noorman, Gerrie Obbink, Lettie Philippo, Marijke Ram, Hans Roosjen, Nel van de Rotte, Jet Schalij, Greet Schonewille, Hille Span, Detje de Vries, Willy van de Vijzel, Anneke W[ansink], Riekje Wielinga

  2. Hannie Bakker, Jan Beylsmit, Bep Boetje, Joke Boetje, Elly Goedkoop, Wouter Goedkoop, Hennie van der Graaf, An Grandia, Goof van Herpen, Joop Hessenhouwer, Greetje Huizinga, Elly Imhoff, Hannie Kraaykamp, Joop Löbler, Cees Mus, Dina Nijdam, Tini Römer, Anneke de Roock, Jan Seyffert, Jo Snoeren, Leman Waas, Riek Waas, Jaap Wilkens, Miep Zijlstra.



Wat Renske op het programma had staan:

Na vorig jaar globaal aandacht te hebben besteed aan het verschil tussen melodieën uit verschillende eeuwen zal het nu gaan om “het wezen van de eenstemmige melodie”. Dat gecombineerd met stemvorming en systematisch trainen van het muzikaal geheugen (volgens de methode van A.M. Eldar [=Anna Fles (1854-1906) RM].) Symmetrische opbouw, herhalingen, hexachorden, Ut quaeant laxis… Ook enkele kenmerken van het volkslied zullen aan de orde komen en de vaak Dorische melodieën.

Zingen:

Mijn morken [gaf mi een goet wijf]; Vagebondenlied [Wi comen hier ghelopen]; Gekwetst ben ic van binnen; Cantate Domino; ’t Krieken van de dag; Da pacem domine; Boyce; Wij reizen om te leren [“Wij reizen om te leren / Door heel het land / En hebben als wij keren / Ook meer verstand”]; En laat ons nog eens rondgaan; Mijn hartelijk lief; O God Heer, Gy zijt [=?; in 5HNL: eenstemmig lied nr159]; Beatus qui soli deo (Sweelinck); Wilt doch belijen;

Ten behoeve van het radioprogramma o.m.:

De grote zon; Ego sum pauper; Springt op en toon je schoen; O Nederland let op uw zaak; het Vagebondenlied; Te Kieldrecht; En daar zat ene uil.

Zingen met instrumenten:

Krieger: Al ben ik; De grote zon; Wie dat zich zelfs verheft; Psalm 23

Instrumenten:

Ouverture Muffat; Isaac Lied; Mozart: contradans en menuet; Purcell: trumpet tune; Krebs: menuet; Faber suite



OPENINGSWOORD

Natuurlijk had Renske weer een openingswoord voorbereid, tevoren nog deels in steekwoorden met inkt genoteerd in haar cahier (p14vv):

Viva la Musica! Eindelijk is het zover, 9 Aug. Veel verwachting, ook nieuwsgierigheid. Hoe zou het zijn – nieuwen. Een paar dagen geleden aantekeningen [gemaakt:] Individu en Gemeenschap – ik dacht aan onze groep. Ind[ividu] en Gem[eenschap], niets met elkaar te maken. Wèl: Ind[ividu] en massa [:] Geen dwarsverbinding [maar] naast elkaar.

Daartegenover: Persoonlijkheid en Gemeenschap: wèl dwarsverbinding, mèt elkaar en verantwoordelijk voor elkaar.

Geest van vriendschap en hartelijkheid, die in tal van kleine dingen tot uiting komt. Dìe geest willen we hier samen opbouwen en dan is onze afwachtende, min of meer negatieve houding opeens omgezet in een positieve actieve.

Een enkel woord aan jullie, Amsterdammers. Persoonlijk ben ik erg blij dat jullie hier zijn, òòk met je naaste familie: hartelijk welkom. Voor jullie [is] alles nieuw: groep, kampleven, de lekenmuziek, volksdans, de sociale problemen: muziek als opbouwen element in ons Ned. volk, jeugd, verhouding kunst-volk, niet als persoonlijk genieten in de eerste plaats. Daar praten we in Amsterdam niet over, ook net in onze opleiding. Jullie hebt alleen de uiting van onze houding in dit opzicht leren kennen: [in onze] radio[-programma’s].

Jullie aanwezigheid hier kan een wederzijdse verrijking betekenen. Langzamerhand [is er dan] geen verschil meer tussen A’foort en A’dam! Eén gemeenschap als Ned[erlands] Lied!

Wat gaan we doen? Eigen ontwikkeling en ontspanning maar ook onze plaats in ons volk. Doorgeven.

1e) mevr. ’s Jacob, 16e, 17e [eeuwse] Ned. kunst. Muz[ikaal] geheugen, zingen, spelen, dansen. Vrijdagavond bezoek, Zondag kampdienst.

2e) voorstellen: Jan, Wil, Bets en Freddy, Gré.

3e) bibliotheek [: materiaal uitgestald op tafel in de slaapschuur, RM] 1. indeling, 2. alles ’s avonds terug 3. nooit iets buiten laten liggen 4. gebruik alles veel!

4e) stencils: nieuw [zijn] gratis, overige te betalen als je geen HNL-lid bent, aan Gré Huizinga

5e) altijd potlood bij je [hebben!] ”

Zijn de notities in Renske’s cahier t.m. dinsdag nog goed leesbaar in inkt opgesteld (inclusief het programmapunt na het eerste uur zingen: “sprokkelen allemaal” t.b.v. de stookplaats), voor de summiere, vluchtige aantekeningen tijdens de dagen daarna is potlood gebruikt, en die 16 verbleekte pagina’s zijn nog maar moeilijk te ontcijferen, al springt de reminder “Zondag Tineke jarig” op p19 stevig in het oog.

Het zijn, op een vier bladzijden beslaand concept slotwoord na, trouwens geen samenhangende verhalen die er staan opgetekend, maar voornamelijk pro memorie lijstjes van geplande of gezongen liedjes en muziekstukken, en rijtjes van voor diverse activiteiten ingedeelde kampdeelnemers.

Daaronder ook een lijst van groepsleden die kennelijk bij een – niet bewaard gebleven – zangspel “schipbouwen” zijn betrokken geweest, onder leiding van Jan Seyffert “schipverkoper”. Daarin waren kennelijk drie “blauwkousen” (Hannie Bakker, Annie Bregman en Gerri Obbink), twee of meer “studenten” (Jan Grandia, Henk Noorman en Stephan Haug), “J.S. Bach” (Wout Goedkoop), een “Pantagruel” (Joop Hessenhouwer) en een “Bruiloftsstoet” (allen, behalve de orkestleden) betrokken. Pas de praktische evaluatieve opmerkingen na afloop van het kamp zijn weer (gedeeltelijk) in inkt.

Verscheidene van de genoteerde liedjes fungeerden als illustratie bij behandelde onderwerpen: dorische melodieën of symmetrische opbouw in hexachorden en door herhalingen.

Verder blijkt tijdens de lessen de gregoriaanse Johanneshymne Ut quaeant laxis aan de orde te zijn geweest, natuurlijk in verband met de solmisatiepraktijk. Wat de betekenis of functie van het in de aantekeningen los voorkomende woord “baktrog”, soms in combinatie met “Amsterdammers” is geweest bleef me onduidelijk, tot ik telefonisch van Wil van de Vijzel hoorde (2.10.2017) dat dat een stuk was dat de Amsterdammers in die week hebben opgevoerd. Merkwaardig lijkt mij, dat aantekeningen c.q. nadere informatie ontbreken over de inleiding over 16e en 17e-wse Nederlandse kunst (mevrouw ’s Jacob, woensdag) en die over de 19e eeuw op donderdagmiddag. Zij kwam op woensdagavond, en is beloond met een veldboeket. Wil van de Vijzel kon mij nu vertellen dat die mevrouw ’s Jacob op kasteel Staverden woonde, dat nu een chic restaurant is, maar van 1905 tot 1963 bezit was van het patricisch geslacht ‘s Jacob. Vermoedelijk bezat dat kasteel nogal wat oude kunst, en was die mevrouw ’s Jacob daar goed over geïnformeerd? – Wie de kampdienst op zondagmorgen heeft geleid wordt evenmin duidelijk uit Renske’s aantekeningen; wel dat daar zou moeten worden gezongen: ‘O Heer gij zijt’, psalm 23 (Schütz) of ‘Beatus’ (“na de bijbellezing”), en ‘Wilt doch belijen’.

CONCEPT SLOTWOORD VAN RENSKE

[in potlood; kennelijk een niet volledig uitgeschreven voorbereiding, vandaar tussenvoegsels, opengebleven en nog aan te vullen plekken. Renske sprak overigens altijd uit het hoofd, nooit van een papier!]

Een kamp als dit is een eigenaardig iets. Voor de oudjes is het gewoon het doorgaand vervolg van het vorige kamp (niet één week een kamp maar een vervolgverhaal – Tine Swemle) – en juist dit maakt het voorde nieuwen moeilijk, óók omdat wij het ons toch dikwijls niet realiseren hoe vreemd het voor sommigen is of het zonder meer vergeten. – En dat gold dit jaar wel bijzonder, omdat de groep uit A’dam uit zo ’n andere hoek komt, dan de meesten van het Lied. Dat is toch voor een groot deel jeugdbeweging of onderwijs.

En ook voor de A’dammers is dit zeker niet een gemakkelijke week, maar ik geloof toch dat we samen een heel goede week gehad hebben. Niet gemakkeijk omdat er veel van je gevraagd wordt bij zo’n kamp zowel geestelijk als lichamelijk, en jullie zult nu ook meer begrepen hebben waarom.

Het lijkt alweer zo lang geleden – mevr. Jacob

Geef datgene wat je jezelf als een groot geluk en ook als een kracht in je leven voelt ook aan anderen. Niet zoals Pant[agruel] vanmiddag: vanuit zijn grote hoogte naar de arme Bastiaan, maar heel eenvoudig door naast de mensen en vooral de kinderen te gaan staan waarmee je werkt, als mensen niet als […] heel eenvoudig d.w.z. liefdevol, trouw en met bezieling want het gaat hier immers om de mensen met wie we werken – aesthetiek 2e plaats

Voor een deel van onze groep directe realiteit – Maar voor ons allen geldt als we aan de radio denken. Persoonlijk vind ik dit werk een voorrecht, óók een moeilijke opdracht, maar ook een taak die wij mogen vervullen en waar we vrijwel allen aan mee kunnen doen.

Ik hoop niet, dat jullie, vrienden Stephan en Jan Seyffert, thuis een nachtmerrie krijgt van hex[achord]en. En eerlijk gezegd dacht ik, dat het meer voor de grote belangstelling van jullie ( verdiep je zelf, studeren) [onduidelijke brontekst niet beter te reconstrueren, RM]

Week was mooi weer – veel gebeurd – Jacob lang geleden Vrijdag g[??]

Kamp één vervolg, Fijn dat de oud[ste?] ervaren IJs[? Geweest?] Alles vanzelfsprekend doorgaand

Dit maakt het moeilijk voor de meest[?] A’dam niet gemakkelijk, maar toch goed

Deze week veel gedaan, niet wat we hadden willen doen maar toch veel.

Heerlijk bij gedanst, de hele groep danst nu

Jan Cox, haast niet-bedank[??] tot de familie [??]

Datzelfde Bets, Fred,

Lagemaat huisgebruik – je moet hier maar eens zò komen

Verzorging Wil en R

Meeleven met het kamp

Foto’s komen


Een nieuw jaar beginnen waarin wij moeten proberen datgene wat we zelf als geluk kennen door te geven, niet in de vorm van concerten, maar eenvoudig door het anderen ook te geven. Niet als P[antagruel?] eenvoudig naast elkaar staand, en liefdevol, trouw, volhardend, bezielend

Eigen groep: dit is voor ons directe realiteit – > Markthal

Radio: voorrecht èn moeilijke opdracht

Jullie merken er niet zoveel van, Jan en Stephan

Thuis hex[achorden] - grote belangstelling werk aan je zelf en verdiep je

Dit toont dat we maar niet een beetje genieten van het zingen [en] dansen, maar ook

En laat ik dan tenslotte eindigen met [aan jullie ?] 17 Dec. ”



Renske weet van lange-termijnplanning: op zaterdag 17 december 1949 vond op het sociaal-pedagogische opleidingsinstituut Middeloo, aan de Koningin Wilhelminalaan te Amersfoort, de jaarlijkse Kerstviering van Het Nederlandse Lied plaats, en daarvoor zijn reeds bij dezen ook de Amsterdammers en andere kampgasten uitgenodigd!

Op de laatste pagina van het kampverslag in het cahier enkele praktische notities, o.m. inzake de herkomst van geleende materialen (bij VCJC, AJC, Blokland Gasthuis, Hollestelle, De Teut). En enkele reminders t.b.v. het volgende kamp, zoals: “een pan erbij kopen”; “Geen stallantaarns”, “Toch verdeling van instr. groepen. Musiceren op die manier intensiever”; “Wel zangleiding”; “Geen nachtwandelingen”; “Ieder moet weer aan het werk, laatste week”; “ochtendgymnastiek”.

Maar geen uitvoerige evaluatie; die zat eigenlijk al in het slotwoord.

ZEVENDE HNL-MUZIEKKAMP (1950)

DONDERDAG 24 - DONDERDAG 31 AUGUSTUS 1950



Weer op de boerderij van de familie Lagemaat, de Ooievaarshorst te Leusden. Bron: het Liedkampencahier van Renske, met andere daarin liggende documenten en notities van haar hand.

Dit derde Liedkampencahier (bevattende de aantekeningen m.b.t. de kampen van 1949 en 1950) is bewaard met voor 1950 de volgende inliggende documenten: een convocatie dd 1.6.1950; twee met potlood beschreven blocnotevelletjes; een [misschien jonger] stencil met de partituur van het stuk van Jeep; een stencil van 6 aan elkaar geniete vellen folioformaat met de tekst van het dat jaar ingestudeerde lekespel; een gestencild tekstboekje “Aanvulling op ‘Jong is ons harte’ samengesteld voor de V.C.J.C. zomerkampen in 1945” door A.K. Abkouwer, J.C. van Hoboken en R. Mooi. – Zie verder hierbeneden.

CONVOCATIE: “De grote zon, de zomer is gekommen!”

Onder dit motto werden HNL-leden en –vrienden in den lande op 1 juni per stencil opgeroepen om zich, vóór 1 juli, op te geven voor het zevende muziekkamp op de vertrouwde plek in De Treek. Kampprijs: f 18.50. Aanvang: donderdagmorgen 24 augustus, 10.30u; graag op tijd zijn (“voel je voor ’t hele kamp verantwoordelijk, dus ook voor ‘t begin”)! Meenemen: “klaargemaakt brood voor de maaltijd van 12 uur van die dag” en: “wat koffie, wasblik, toiletgerei, lakens, dekens, w.c.papier, eetgerei, theedoek, 2 kaarsen, muziek, zangbundel, muziekpapier, aantekenschrift, muzieklessenaar, wasknijpers, gymnastiekschoenen”. Bezoek van bevriende buitenstaanders alleen op zondagavond, van 17.30 tot 20.00 uur.

(En passant ook: hou de datum 21/22 oktober a.s. vrij: dan vieren we ons 10-jarig bestaan op De Grasheuvel, de jeugdherberg te Amersfoort)!

DE NOTITIES IN HET CAHIER, MET INGESLOTEN DOCUMENTEN


Renske zou Renske niet zijn geweest wanneer ze het evenement tevoren niet zorgvuldig organisatorisch-zakelijk had doordacht. Maar zij kon steunen op de ervaring van eerdere kampen, zowel van HNL als de AJC. Zoals altijd noteerde zij te voren in een speciaal liedkampen-cahier (in inkt, later aangevuld met potlood) de lijsten van deelnemers en geplande programmapunten; groepsindelingen voor het musiceren, het dansen en het corvee; de dagindeling; de taakomschrijvingen van de diverse corveeploegen. Maar anders dan voorheen blijken haar verdere notities geen naar een zekere volledigheid strevende verslaglegging. Kwam ze daar door de drukte niet aan toe, of vond zij het niet meer zo nodig, na zoveel jaren? Zij bereidde een openingswoord voor; maar dat is, slechts gedeeltelijk, in potlood, alleen overgeleverd op een apart blocnotevelletje; zoals ook, op een ander velletje en eveneens in potlood, een ontwerp toelichting op het belangrijkste nieuw in te studeren stuk: Bachs “Wachet auf, ruft uns die Stimme”. In het cahier wel, in inkt, de vier pagina’s beslaande synopsis van een gepland spel, inclusief een lijst van daarbij passende liederen en muziekstukken. Bij het cahier is ingesloten een gestencilde, in potlood geannoteerde tekst van (of gebaseerd op) dat spel: “De potsenmaker van Onze Lieve Vrouwe” (naar een Frans gedicht van 1268).

N.B.: zie voor deze bron o.m. http://www.dbnl.org/tekst/_maa003198301_01/_maa003198301_01_0108.php#273 :

“ de bron van de hele traditie blijkt […] de legende Del Tumbeor Nostre Dame. Het belangrijkste handschrift waarin de legende bewaard is, is het handschrift 3516 (283 B.F.) van de Bibliothèque de l’Arsenal te Parijs, dat in 1268 te dateren is. “


Waarschijnlijk was het Wil Waardenburg die de keuze voor dit spel had gesuggereerd; zij kan het gekend hebben uit de vertaling van Victor E. van Vriesland, in de Uilenreeks nr. 44 uitgegeven door Bigot & Van Rossum te Amsterdam (1941).



CONCEPT OPENINGSWOORD:

De grote zon

Half juli zijn we uit elkaar gestoven na een voorzomer van stevig werken, persoonlijk en als groep, o.a. voor de viering van het eerste lustrum NJG [Nederlandse Jeugd Gemeenschap] in Utrecht. En nu, éen wee voor dat in September weer alles begint, komen we in ons muziekkamp samen om deze week met veel muziek en dans, ik mag wel zeggen: te vieren. Want het is voor een groot deel van ons een feest, deze week hier samen in de vriendenkring van Het Lied bijeen te mogen zijn en zowel wat dansen als zingen betreft eens wat dieper te mogen duiken [?], dan dat op de wekelijkse vrijdagavonden mogelijk is. Wij verheugen ons op deze week, omdat we daarbij het beeld van vroegere kampen voor ons hebben. – En dan, zoals ieder jaar, zijn er ook al degenen die hier voor ’t eerst komen in de 1e plaats onze gasten. Ik hoop dat wij goeie gastheren en -vrouwen zullen zijn, en òòk, dat jullie je zo vlug mogelijk geen gasten meer voelt, maar opgenomen bent in de hele groep. Dit geldt ook voor degenen uit onze groep (8) die hier voor ’t eerst zijn en de natuurlijke houding hebben van afwachten, van hoe zal ’t zijn ”

[een waarschijnlijk vervolg op een volgend velletje is niet bewaard]



Na haar aanvankelijke notities heeft Renske in haar cahier niet meer consequent en overzichtelijk van alle dagen precies verslag gelegd, en bovendien schreef zij alleen nog in potlood; die aantekeningen zijn mede door verbleking moeilijk leesbaar.

Haar werkwijze was kennelijk zoals voorheen: vóór de aanvang van het kamp op p33 in het cahier met inkt een lijst van deelnemers noteren – vermoedelijk in volgorde van aanmelding; met daarom open laten van enkele volgende pagina’s. Vervolgens, p35, op dezelfde wijze zakelijke en organisatorische gegevens inschrijven, waaronder ook programmapunten en groepsindelingen. Ook daarvoor liet zij enkele – maar niet genoeg – pagina’s open, om daarna, p40, een algemeen dagprogramma en de corvee-indeling vast te leggen. Zo komt het dat we daarachter (p42vv) verdere groepsindelingen tegenkomen, gevolgd door een synopsis van het geplande lekespel. Tenslotte noteert zij op p50 vast de dagindeling van donderdag 24 augustus – nog steeds in inkt. Daarna is bijna alles in potlood, veelal wel in chronologische volgorde. Maar daar heeft zij slechts anderhalve bladzij voor opengelaten; op p52-53 staat, in inkt, een lijst van geplande, en meestal wel afgekruiste liederen. Pagina 53 is wel voor de helft nog gevuld met latere notities, in potlood. Bladzijden 54-55 bevatten kennelijk tijdens het kamp met potlood gemaakte aantekeningen van diverse aard, voor een belangrijk deel fragmentarische reflecties op wat zij met de aandacht voor het volkslied beoogt. In de met inkt geschreven twee regels boven aan op p57 herkennen we dan de beginzin van het daar verder niet uitgeschreven openingswoord dat we verder alleen en dan nog slechts voor de eerste helft kennen uit het hierboven genoemde kladje.



HIER VOLGT DE ZOVEEL MOGELIJK LETTERLIJKE WEERGAVE VAN DEZE KAMPNOTITIES:



DE LIJST VAN DE RUIM 60 KAMPDEELNEMERS (p33 van het cahier)

(achter de namen noteerde Renske het instrument dat betrokkene kon bespelen [sopr. = sopraanfluit etc.]):



Annechien Idenburg sopr.

Margote Idenburg viool?

Henk Waardenburg viool Kon.Wilh.ln 42 Voorburg

Noor Grotendorst sopr Regentessel. 19 Utrecht

Mien Kret sopr Rob.Schumannstr 16 Utr.

Harry Charmant sopr

Inie Waardenburg vanaf de 27e viool

Dina Nol gitaar

Willy vd Vijzel sopr/cello

Jet Schalij sopr./alt

Jet v Rhijn sopr/alt

Rudi Nicolai alt

Wim Buitenhuis tenor

Ans Meester sopr? [doorgestreept, vervangen door:]

Go Ensing

Jenny de Hoog viool

Detje de Vries gitaar/alt

Gillis Dorleijn gitaar

Greet Dorleijn dwars/gitaar

Grietje Oudenampsen sopr

Jan v Nieuwenhuizen sopr

Tine Swemle alt

An Grandia

Jan Grandia (later)

Rinus Kuyper zondag/maandag/sopr/alt [doorgestreept, vervangen door:]

Ton Pesch

Cees Huis viool

Gré Huizinga viool [doorgestreept, vervangen door:]

Bert Elzinga

Tineke Cobben alt

Ali Veenstra sopr

Nettie Elzinga plm. sopr

Joop Stouthamer sopr

Bea Modderman sopr

Cor Molenveld gitaar [doorgestreept, vervangen door:]

Flip Wafelbakker

Lettie Philippo alt

Han Boerebach

Joop Schonewille alt

Jan Seyffert tenor

Goof van Herpen sopr

Lizzy Ledeboer sopr/ten?

Ellen Waardenburg alt

Ietske Jansen dwars

Freddy Boterman sopr/alt?

Wim van Sark viool

Miep Zijlstra viool

Steintje Postma gitaar

Luci Korver sopr

René Paris sopr [doorgestreept, vervangen door:]

Corrie de Groot alt

Elly Imhoff [doorgestreept, vervangen door:]

Anneke Wansink

Marietje Cobben dwars

Hans Roosjen

Sjieuwke Kuperis plm sopr

Bets Munnink

Jan Cox

W.W. [= Wil Waardenburg]

R.N. [= Renske Nieweg]

Jan Neuteboom (te laat?) sopr

Hannie Bakker

Stephan Haug sopr

Co Poot C P Thielestr 24 R’dam (W) CJVJF [= Christen Jonge Vrouwen Federatie]


Weekend:

Marry, Bertus (hele week?), Rene, Ton, onleesbaar, Gerri Dollardstr 6 (J.Stoute), Riek – Leman – Fritsje Waas, Greet Jacobs Utr.weg 177, Ans vd Ham Middeloo, Wim Schreuder, Elly (Imhoff), Guerst [?], Henk Noorman, Dini Schuitemaker, Gré Struik, Jan Enck (zat.middag-maand.avond), Hanna Maas (vrijdagav. t.m. zond.av), Gré Huizinga, Ali Schonewille

ZINGEN:

Bach: Wachet auf; Jeep: Musica alderzoetste konst; Holborn; Die winter is vergangen; Distler / Hindemith; Bach Pleni sunt coeli; Mozart Fa la la; O Heer gy zyt; Wij reizen; (Heer in Uwen toorn, 314); (Jubilate Gumpelzh[aimer]); Da pacem; Ik meen het; Wie gaat er mee; Stilte alom; Wij gaan naar buiten

RADIO 16 Sept.:

Pinksterbl[oem]. (dor[isch]) [cf. http://www.liederenbank.nl/image.php?recordid=135679&lan=nl ; cf. ed. Marie Veldhuyzen 1985 van: Oude en Nieuwe Hollantse Boerenlieties en Contredansen, dl 2, 2e dr. A’dam Chez Estienne Roger, tussen 1700 en 1716, nr 171 (laatste melodie van dl 2)] ; Wie gaat er mee [simpele canon uit het VCJC circuit]; O Heer gy zyt [mijn God en Here]; Cantate ([canon van] Hayes); [Komt hier gij] Pronckerd [kijken]; Nu wil ik een liedeke [zingen]; Jeep [Musica alderzoetste konst]; [Daar ging een] Meid om water; Hup één [canon van Cherubini]; ’t Krieken [van de dag is dood (avondcanon op tekst van Gezelle)]; Zeg luister [toch laat ieder zwijgen (canon van Haydn)]

SPELEN:

Bach: trio en Gavotte; Marienauer dansen [vermoedelijk uit manuscript van klooster Marienau]; Faber; Scheidt; Isaac; Krebs; (Telemann – Dolce; Lünike [??] prelude)

SPELEN & ZINGEN:

Island; Daar ging een meid om water uit; Die timmermans


[ORGANISATIE:]

Administratie: Gré Huizinga; Terreinchef: Wim Buitenhuis; kooksters en uitgaande post: Bets Munnik, Luci Korver; Elektriciteit etc: Rudi; Sprokkelen: Jan Neuteboom; Ontvangst: Jet van R[hijn], Lizzy, An Grandia, Stephan, (Gillis). Schrijven: Jet Elzas, Diny Schuitemaker, Ans de Groot

Auto om 7.30 van Biezenbos vertrok pas 9.10 bij ons – tegen 10 u in ’t kamp, dit is te laat



GROEPSINDELINGEN [Cahier pp 37b vv: PLANNING VOORAF mbt GROEPSINDELINGEN:]

I. sopraan[blokfluiten], plm. elementair, o.l.v. Gillis:


Jan van Nieuwenhuizen, Ali Veenstra, Nettie Elzinga, Joop Stouthamer, Bea Modderman, Goof van Herpen, Lucie Korver, René Paris [doorgestreept], Jan Neuteboom, Sjieuwke Kuperis, Harry Charmant, Go Ensing, Stephan Haug



II. alten elementair:

Tine Swemle, Lettie Philippo, Corrie de Groot, Freddie Botermans [met dezen te spelen:]

Dansliedjes o.l.v. Gillis: Jan v. Nieuwenh., Bea Modderman [doorgestreept], Goof v. Herpen, Lucie Korver, Jan Neuteboom, Ton Pesch, Go Lensing [doorgestreept], Joop Stouthamer, Anneke Wansink, Ali Veenstra, Harry Charmant [doorgestreept]; [met potlood toegevoegd:] Lettie Ph., Corrie de Gr.

Overbezet, weg: Jet Schalij, Nettie Elzinga, [doorgestreept: Sjieuwke K, René Paris (fluit [van] Wil), Joop Stouthamer]

1.Vrolijk en blij 2.Entlaubet, Monteverdi, Brunswick, o.l.v. Jet v. Rh?: sop. Go Lensing, Co Poot, Han Boerebach (?), Ben Jacobs, Han Roosjen, alt Tiny Swemle, sopr. Mien Kret, Dit?



III. sopranen gevorderd:

Annechien Idenburg,Noor Grotendorst, Mien Kret, [doorgestreept: Freddy Boterman(?), Ans Meester] - [met dezen te spelen:]

Isaac, Ach Deine Hand [?], In Freuden froh, Taufstein [=?]; o.l.v. Jet v.Rh.: Noor Gr. Sopr., Annechien sopr, Steintje alt, Joop Sch. alt, gitaar, [doorgestreept: Margote] viool, [in potlood bijgekrabbeld:] (Det)



IV. alten gevorderd:

Jet Schalij, Rudi Nicolai, Tineke Cobben, Joop Schonewille, Ellen Waardenburg, Jan Cox [met dezen te spelen:]

1.Isaac, 2.In Freuden froh, Ich sah einmal; 3.Taufstein; [o.l.v.?] Greet Dorleijn dw[arsfl.]; Noor Grotendorst & Annechien sopr,, Steintje & Joop Sch. alt, [Margote doorgestreept; met potlood verwijzingsstreep vanuit IV Tenoren:] viool, Det git., Jet Sch. bas?, Marietje Cobben dw[arsfl.]



V. Tenoren: Wim Buitenhuis, Jan Seyffert, Lizzy Ledeboer [met dezen te spelen:]

o.l.v. [?] Jet Schalij: 1.Josq. can[on] 5: [met] Stephan Haug & Bea Modderman; 2 Roten Bücher (7) [?]; 2.Six Elisabeth songs[?] no 5; Kees Otten c.s. [+ twee onleesbare items]

Alte Liedsätze


laatste Miep + kwartet

[Onduidelijk blijft mij uit welke uitgave van welke zettingen het laatste stuk hier gepland staat. Miep Zijlstra speelde viool, en als professional zeker ook een toetsinstrument; zij was evenzeer in staat om een vocaal of instrumentaal kwartet te leiden. Maar wie vormden dat kwartet? Is die geplande uitvoering tijdens de week trouwens verwezenlijkt? RM]

VI. Gitaren: Detje de Vries, Dina Nol, [doorgestreept: Cor Molenveld], Steintje Postma: Scheidt? Roten Bücher?; (Gillis), Greet

VII. Strijkers: Margote Idenburg (?), Jenny de Hoog, Gre Huizinga, Miep Zijlstra, Wim v. Sark, Inie Waardenburg, Cees Mus, (Henk Kwakkel), Wil v.d. Vijzel

Dwarsfluiten: Marietje Cobben, Jetske Jansen


VIII. Zangers (p39 van het cahier):

Grietje Oudenampsen

Elly Imhof [doorgestreept]

Hans Roosjen

Nel Visser [doorgestreept]

An Grandia

Han Boerebach

Jan Grandia

Co Poot

Ben Jacobs


[Daarnaast op pag 39: lijstje kampleden die zich vermoedelijk zullen wijden aan een suite van Johann Fischer:]

Fischer: Rudi, Ellen, Josje [doorgestreept], Jan Seyffert, Lizzy, Jenny de Hoog, Wim v. Sark, Miep Zijlstra, Gre Huizinga [doogestreept], Wil v.d. Vijzel

[Daaronder:]

Lechner, Albert Kürbishütte: o.l.v. Wil (Waardenburg]: Grietje Oudenampsen, (Inie), [doorgestreept: Elly Imhof & Nel Visser] Jan Cox, Harry Charmant, Jet Schalij [doorgestreept], Tineke C., Dina Nol, Wim Buitenhuis, Freddy, Henk Kw., (Wil v.d. Vijzel dwarsfluit?)

Kwartet Wil (Gabrieli, Lechner): Jet Sch., Jet v. Rh., Gre D., Gillis

[daaronder in potlood enkel namen, zonder dat het verband duidelijk is:]

[doorgestreept: Ans onleesbaar]. Flip Wafelbakker, Hannie Bakker, Rinie [?] Bakker, Bert Elzinga



[p40 - p41, in inkt:]

DAGPROGRAMMA

6.30 Corvee

7 Réveil

7.45 Ochtendgym

8 Wachet auf, ontbijt + alg. corvee

9.30 zingen + zangleiding

11 koffie + brood

11.30 dansen + corvee (+ instr.)

12.30 idem idem

13.45 maaltijd

2.30 abs. Rust + corvee (o.a. brood)

3.15 mannendans

4.15 instr. groepen

5.30 thee + causerie + alg. dansen

5.45-6.45 instrumenten

7 avondeten

7.45 alg. dansen

8.30 avondprogr.

9.45 thee + koek [in potlood: + avondwandeling)

10 sluiting [doorgestreept]

[10.30 naar bed gewijzigd in:]

10.15 sluiting

11.00 taptoe


Ochtendcorvee 6.30-11.30

stoken

pap, brood (ontb. + koffie), koffie

afwasteil, banken klaarzetten

ronddelen

afwassen, banken 1e les (+ groente en aard.)

koffie inschenken

banken 1e les opruimen


Middagcorvee 12.30-18.45

afkoken (2e groep)

banken - teil

ronddelen

afwassen, avondbrood

banken aan kant

thee ronddelen + banken middagles


Avondcorvee 11.30! – 12.30 + 18.45-23.00

1e kookploeg

banken + teil avondeten

ronddelen

afwassen

wasteilen

banken avondprogramma klaarzetten + opruimen

avondthee ronddelen



[p42-43, in inkt:]

Dansgroepen

A

Bert Elzinga

Henk Waardenburg

Wim Buitenhuis

Jan van Nieuwenhuizen

Jan Grandia

Joop Stouthamer

Goof v. Herpen

Wim v. Sark [doorgestreept]

Han Boerebach

Ben Jacobs

Margote Idenburg

Inie Waardenburg

Jenny de Hoog [doorgestreept]

Grietje Oudenampsen

Tini Swemle

Ali Veenstra

Nettie Elzinga

Bea Modderman

Lettie Philippo

Go Ensing

Jetske Jansen

Freddy Botermans

Miep Zijlstra

Corry de Groot

Elly Imhof [doorgestreept, vervangen door:]

Anneke Wansink

Marietje Cobben

Sjieuwke Kuperis

Co Poot

Nannie Bakker


B

Harry Charmant

Rudi Nicolai

Gillis Dorleijn

Rinus Kuyper [doorgestreept, vervangen door:]

Ton Pesch

Cor Molenveld [doorgestreept]

Jan Seyffert [doorgestreept]

Hans Roosjen

Jan Neuteboom

Stephan Haug


Annechien Idenburg

Noor Grotendorst

Mien Kret

Dina Nol

Wil v.d. Vijzel

Jet Schalij

Jet van Rhijn

Detje de Vries

Greet Dorleijn

An Grandia

Tineke Cobben

Joop Schonewille

Ellen Waardenburg

Steintje Postma

Lizzy Ledeboer

Nel Visser [doorgestreept]


[hieronder op p43, in potlood:]

Lucie

Bets M

Marietje Cobben

Marth de Wilde [aangestreept]

Ali Schonewille dans [aangestreept]

Greet Struik [aangestreept]

Wim Buitenh (Kürbis) [aangestreept]

Inie W (Kürbis) [aangestreept]

Grietje O (Kürbis) [aangestreept]

Ali Veenstra [aangestreept]

Nettie Elzinga [aangestreept]

Bea M [aangestreept]

Jetske [doorgestreept]

Harry (Kürbis) [aangestreept]

Rudi dans [doorgestreept]

Annechien [aan- of doorgestreept]

Mien Kret (kapel? [in het lekespel] [doorgestreept]

Noor Gr [aangestreept]

Dina (Kürbis) koningin [aangestreept]

An Grandia [aangestreept]

Ellen [doorgestreept, vervangen door:] Inge dans [WIE IS DAT?? Inge Engelberts-Foest? cf Feestelijke uitgave 1965 p31a nr 229; NIET IN LIJST DEELNEMERS!]

[op dezelfde blz, rechts van dit rijtje, in potlood, notities mbt het spel:]

[onleesbaar]

Gasten??

Dansgroep Noor Rudi

Ali Jan Neuteb.

Stein Gillis

Annechien [doorgestreept, vervangen door Lizzy & Ben] beuk KW

Lizzi Ben

Ellen

marktmensen

An Grandia [doorgestreept]

Jetske


Uitschrijven Geldeloos [: nl. partijtjes van ’Geldeloos je doet me pijn’, a3, bij die scene te zingen]



[p44-45, in inkt:]

Corveegroepen

I

Jan Grandia [met potlood daardoorheen:] Joop Stouthamer

Wim Buitehuis

Jan v. Nieuwenh.

Bert Elzinga [ertussen gekrabbeld]

Goof v. Herpen

Marietje Cobben

Jenny de Hoog [doorgestreept]

Tine Swemle

Nettie Elzinga

Bea Modderman

Lettie Philippo

Freddy M

Co Poot

Corrie de Groot

Hannie Bakker


II

Han Boerebach

Henk Waardenburg

Wim v Sark

Flip Wafelbakker [net potlood ertussen gekrabbeld]

Joop Stouthamer

René Paris [doorgestreept; met potlood vervangen door] Ben Jacobs

Grietje Oudenampsen

Inie Waardenb.

Margote Idenb.

Ali Veenstra

Jetske Jansen

Go Ensing

Miep Zijlstra

Elly Imhoff [doorgestreept, vervangen door] Anneke Wansink

Sjieuwke K.

III

Jan Neuteboom

Rinus Kuyper [doorgestreept, vervangen door] Ton Pesch

Rudi Nicolai

Cor Molenveld [doorgestreept, in potlood vervangen door] Jan Seyffert

Dina Nol

Noor Grotendorst

Mien Kret

Greet Dorleijn

An Grandia

Ellen W.

Joop Sch.

Gre Huizinga [doorgestreept]


IV

Stephan Haug

Gillis Dorleijn

Harry Charmant

Jan Seyffert [doorgestreept]

Hans Roosjen

Annechien

Wil vd. Vijzel

Jet v Rhijn

Steintje

Detje

Tineke C

Jet Schalij

Nel Visser [doorgestreept]

Lizzy L.


[op p 45 nog klein, in potlood drie namenparen gekrabbeld, misschien tbv. Dans in het spel? :]

Inie Bert

Lettie Joop

Co Poot Harry



[De pp 46 t.m. 49 zijn met scherp potlood als geheel doorgekruist voorzover de notities een gedeeltelijke synopsis in inkt betreffen van het voor dit kamp geplande lekespel (bewerking van het vierde bedrijf ontbreekt). Renske noteert daar welke muziekstukken bij welke onderdelen zouden passen. Dit overzicht is later vermoedelijk overbodig geworden, omdat een stencil met de hele speltekst beschikbaar kwam (elf met interlinie getikte pagina’s op zes aan weerszijden bedrukte foliovellen; het in Renske’s cahier bewaarde exemplaar is door haar met potlood geannoteerd; op de leeg gebleven versozijde van het laatste vel heeft ze de hele crew en rolverdeling vermeld.)

Op pag. 49 een lijst van bij het spel toepasselijke liederen, canons en muziekstukken, eveneens alles in inkt. – Het leeg gebleven deel van pag. 48 is – later – gebruikt om er met potlood enkele notities kwijt te kunnen mbt. hulpmiddelen die ten dienste staan wanneer je met een niet geschoolde groep wil zingen.]

Spel

Cantate Domino of Bach Pleni sunt [Canons, resp. van Hayes en van Bach – de laatste uit Jöde’s Der Kanon 1929, p98]

I

Markt, kroegje:

Nu wil ik een liedeke zingen

Island 1) kadulletjes

Fortuintje 2) kroesje

Kadulletjes

Curacao duivel op: kwezelken

Boterkraam: vier weverkens

\ duivel Joop boter vrouwtjes

Klerenkraam: Jet van Rhijn

Fluitmuziekje Bea, Joop [doorgestreept vervangen door:] Tineke C, leerj., Jan Seyffert

Volk op: Ah ben je daar [canon van Hauptmann] -> Jan

Jan spel met bal

Hup één [canon van Cherubini]


Af met: Vrolijk springen wij [canon van Caldara]


Koning wenkt nieuwe jas + baret bij Jet

Duivel lokt volk [opwaartse pijl naar Vrolijk springen wij] bij ingang paleis


Kloosterbel, allen af : Ubi sunt gaudia [canon van Hayes]


II

Changing of the guards:

instr. 3Schuintamboers


Aankomst gasten : hofkapel: Gavotte Bach (3)


Gesprek lakeien: Giov. houdt het niet

duivel op de vensterbank erbij

Flauw geklap

Leerjongens blazen

koning: dat hoor ik nu al voor de zoveelste maal: uitfluiten

Duivel springt naar beneden (?)

Giov. wordt er uit gegooid

volk ontzet

Hofkapel: Wie dat zich zelf

1x + laatste couplet allen zingen

Kloosterbel : Vanitas [canon van Sweelinck] (inzet bij ’t klooster)

III

Madrigaalzangers bieden zich aan bij de koning: Mocht ik met een lied [canon van Mozart]

Musica alderzoetste const

koning stuurt lakei om informatie

Goof v Herpen, Henk Kwakkel, Jan Beylsmit, Rinus, Elly, Nel Visser, Grietje, Miep [= de bijgekrabbelde madrigaalzangers]

goed gekeurd naar buiten op de markt: straatmuzikanten: meid om water

Jet verkoopt een cap wanbetaler: Ik meen het [canon van Beethoven]

Seyffert van de ene, Jan Cox v.d. andere kant

Volk verdeelt zich

Duivel haalt de mensen weg bij Seyffert

Seyfferti alleen

Hofkapel speelt Geldeloos [je doet me pijn… 3-stemmige zetting van Carla Kohnstamm]

volk zingt [3e couplet] mee: toen ik goed geldeke [had in mijn tas…]

Duivel lokt leerjongens weg
Kloosterklok

Portier: Die dit liedeke heeft gemaakt

Duivel achter op toneel

Seyffert pakt z’n boeltje

Allen zingen: Heer in uwen toorn (314) [canon van Caldara; pag.aanduiding van de bundel Nederlands Volkslied]

IV

Madrigaal koor: Musica aldersoetste konst


Welke hulpmiddelen leen bij gewone [hierbovengekrabbeld:] primitieve groep

1) eigen stem, voorzingen, meezingen Ubi sunt

afhankelijk [van] aard v.d. groep

langzamerhand minder

2) handen meemeten maatslaan geen betekenis

bouw bekijken maar toch het totale lied vasthouden. Die bouw laten horen. Nazingen.

Wie gaat er mee


[p49:]

Muziek spel

Liederen [als verticaal rijtje genoteerd:]

Cantate Domino, Kadulletjes, Nu wil ik een liedeke zingen, Ik meen het, Vier weverkens, Ah ben je daar, Hup één, twee, Vrolijk springen wij, Ubi sunt gaudia, Wie dat zichzelf [verheft], Mocht ik met een lied, Vanitas, O Heer Gij zyt, Die timmermans, (O Heer wil doch mijn rechter zijn), Heer in Uwe name (alle c), Op U o Heer heb ik vertrouwd [doorgestreept], Wachet auf // Du bist, Wilt doch belijen, Befiehl du, Komt nu met zang, Pinksterblom, Wie gaat er mee, Pronkerd, Meid om water, ’t Krieken, stilte alom, Wij gaan naar buiten, Distler, Hindemith, Bach: Pleni sunt, Die winter, Mozart Falala, Hartelijk lief, Harba lorifa, Juchholla

Instr. [als verticaal rijtje genoteerd:]

Vier weverkens; fluitmuziekje – Good morrow – Beggars – 2 gezellen; Drie schuintamboers; hofkapel: Dowland? ; fluitmuziek gezellen zie [boven]; Wie dat zich zelf; Geldeloos [in potlood onderstreept en:] in F; die timmermans; [in potlood onder dit rijtje gekrabbeld:] dans; Wachet auf?

[in potlood staat in het midden bovenaan de pagina een rijtje namen gekrabbeld:]

Jan Neut., Flip, Stephan, Han B., Rudi


[N.B.: Voor de gezongen liederen en canons putte Renske voornamelijk uit Nederlands Volkslied (Pollmann en Tiggers, 1949, 5e dr.); verder uit Viva la Musica (Geursen en Vellekoop, 1949) en Der Kanon (Jöde 1929). De zetting a4 van Johann Jeep kan zij gevonden hebben in Das Männerlied (Lipphardt 1934), en voor gebruik in een gemengde bezetting een kwint hoger getransponeerd.]



[p50, in inkt:]



Donderdag 24 Aug.

12.30 aankomst

corvee

13.45 maaltijd

14.30

15.-- opening

Zingen [in potlood:] Wachet auf, Meid om water, Vanitas 280/195 [waarnaar hier verwezen wordt blijft mij onduidelijk] , Wachet auf

4.30 thee

4.45 dansen

5.45 idem

7.-- avondeten

8.-- instr. groep + zingen

9.45 thee


[in potlood nog op deze bladzijde, als verticaal rijtje rechts boven op de pagina:]

11.30 aankomst, corvee; 12.45 broodmaaltijd; 13.30 sprokkeltocht; 15.—opening

[Losse notities, in potlood:]

Stencils betalen

Hoe adem je in bed [=???]

Spelen Bach Trio / Gavotte; Ahle De grote zon

Zingen Wach auf, (Vanitas), Christe du biste


[notities rechts onder aan de bladzij, als rijtje in potlood gekrabbeld:]

Vrijdag Stemv[orming]; Wij gaan naar buiten; Meid om water; Wach auf, Jeep, Ah ben je daar; Vanitas

[p51: Kennelijk zijn eerst, links, genommerd, twee programmapunten genoteerd: 1. ademoefeningen en 2. te zingen liederen. Vervolgens zijn rechts de notities mbt. die oefeningen (= stemvorming en uitspraak) uitgewerkt mede met het oog op die liederen. In de kantlijn staan mogelijke liederen genoteerd. Op een later tijdstip is in de bovenmarge een notitie mbt. Gillis geplaatst. De tweede helft van de bladzij toont t.b.v. de te geven zangleidingsles aandachtspunten inzake zangleiding. Resterende lege ruimte is later gebruikt voor enkele onduidelijke (financiële) reminders, korte optelling mbt. Jan C[ox] die niet klopt. Alles in potlood:]

Gillis: taptoe reveille

\ Bach dansen in [met?] de groep


Vrijdag 1. buikadem – pluisje blazen – buik in

idem – noe

idem – a d a , d a (vanitas)

2. vanitas /gapen – achter open

Du bist Wachet auf___ nou – nou

Jeep Jeep \_______ meid om water

Wachet Nu wil ik een liedeke } \ [aanwijzende pijl vanuit Wachet auf:] tekst – stom (stomme a’s)

Meid om w Vier weverkens } ? in één è o - fa

Wie gaat er mee } oo - mi

oe - re

Zangleiding. Duidelijk verschil maken aard der groep – grootte der groep. Doel v.h. zingen – jeugdleider - zelf meezingen

a) Melodie [: later tussengekrabbeld] / primitieve groep

1. hoogteverschil wie gaat er mee

2. vingers – meid om water

3. eenvoudig gebaar kar [?] – lied


puntjes

b) Rhythme snel voorzingen , aan en kant [=??]

karakter

Go Ensing

Jan v Nieuwenhuizen



[pp 52 & 53. Links op beide bladzijden doorlopend een lijst van – meestal afgekruiste – liederen in inkt, met toevoegingen in potlood. Rechts op blz. 53, in potlood, de dagindeling voor de zondag.]

Liederen

xx Bach: Wachet auf

x Cantate Domino Hayes

Bach Pleni sunt coeli

x Nu wil ik een liedeke zingen

Island

x Fortuintje

Kadullekes

x Curacao

x Kwezelken

x Vier weverkens

x Ah ben je daar

x Hup één

x Vrolijk springen wij

x Ubi sunt gaudia

Wie dat zich zelf

x Vanitas

x Mocht ik met een lied

x Jeep: Musica

x Meid om water

x Ik meen het

x Geldeloos

Heer in Uwe toorn 314 [ doorgestreept]

Die winter is vergangen

x Heer in uwe name [bijgeschreven in potlood]

x Distler

x Hindemith

Mozart Falala

x O Heer gy zyt

Wie gaat er mee

Pinksterblom

Stilte alom

Wij gaan naar buiten

’t Krieken [N.B.: vanaf hier alles in potlood bijgeschreven:]

Hartelijk lief Clem[ens non papa]

x Harba Lorifa

x Op U o Heer

Lenze gut

Mengelberg

Wachet auf Ellen/Wil Miep/Gr

= = =

Wil doch belijen

Du bist


Befiehl Du



Ik meen het 288 }

Vanitas 195 }deze vier ldd ook op rechterkant vd blz. genoteerd; daarbij ook: Distler

Op U [doorgestreept] O Heer gy zyt }

Mocht ik met een lied

Cantate Domino


[Dagindeling voor de zondag, op rechterkant van p 53 in verticaal rijtje genoteerd:]



7 corvee; 7.30 op, 8.30 ontbijt, 9.30 dienst, 10.30 koffie, 11 vrij [?], 12.15 eten, 1.45 rust + repeteren, 3 zingen, 4.30 thee, 5 instr. + [onleesbaar], 6 dansen + corvee, 7.15 eten, 8.30 progr.

[p54: links bovenaan twee onderstreepte reminders en drie namen:]

Leiding geven – punten [in bovenmarge gekrabbeld, later dan:]

Nachtwandeling

Lucy, Bets, Freddy

[maar later van bovenaf 2/3 van de pagina volgekrabbeld met notities tbv. :] Praatkring

1) Wat zingen we met onze groepen

Waar wil je naar toe

Wat is je leiding – doe je wat de groep wil

verantwoording

2) Cath. v Renes Waarom zingen Ned. Lied Waarom mogen we niet

Niet orthodox Ned Lied , open [,] geen hokjes

Waarom geen duetten v Abt

Alles mag – maar wat willen wij

Waarom oude muz.? Kan toch nooit meer levend worden – oude muziek geen doel

Volkslied v andere landen – padv[inders]

Je kunt bepaalde liederen hekelen, dat wordt bemoeilijkt door de associatie

(Kun je nog zingen / Kerstlied!)

Eigentijds lied?

[op het onderste kwart van de bladzijde:]

Leiders

1) Jetske + Stephan

2) Ellen + Jan Gr[andia]

3) Gillis + Steintje

4) Jet + Jan Seyffert

5) An + Jan Cox

6) R.N. + Jan Neut.


[p55:]

Het volkslied in zijn bloeitijdperk (15, 16e eeuw) sterk verbonden is met de kunstmuziek. Vanuit het volkslied is direct de brug tot het kunstwerk,open – heel sterk is De het geval –

Vanuit het schijnvolkslied uit de 19e eeuw is deze verbinding nooit mogelijk. Nooit hebben componisten zich bezig gehouden met de suizelende koeltjes etc.

Maar dan moeten we dus zien wat het volkslied feitelijk wel inhoud[t]

a) tekst b) melodie

Bij deze jongeren een volledig vacuum + radiovergiftiging (songs!)

Waar moeten we dan beginnen?

Het lied is een levensvorm, is hier een uiting van.

[In scherper potloodschrift, later genoteerd; naast elkaar twee rijtjes, dezelfde stukken in andere volgorde (het 2e minus Vanitas):]

Dinsdagmorgen:

O Heer Gy zijt Cantate Domino

Cantate Domino O Heer Gy zijt

Nu wil ik een liedeken Nu wil ik een liedeken

Ah ben je daar Ah ben je daar

Vanitas Ik meen het Ik meen het

Musica Musica



[p56; deze pagina lijkt aanvankelijk bestemd te zijn geweest voor aantekeningen mbt. de start van het kamp, gezien de in inkt opgeschreven beginwoorden van de openingstoespraak, en de potloodnotities op de bovenste helft van de bladzij:]

Opening

Deze maand allen uit elkaar gestoven – zomer } [in inkt]

Deze week als hoogtepunt v.h. liedjaar }

Wil terug / Jan Cox / Bets Munnik [daarboven gekrabbeld:] Gasten geen goed beeld van ons repertoire!

Rinus, Inie Zondag

Gasten: [in verticaal rijtje] Go Ensing, Margoti, Noor Gr., Mien Kret, Henk Waarden. Jan v Nieuenh., Co Poot, Jetske Jansen [in rijtje daarnaast:] Corrie de Groot,Wim v Sark, Freddy Boterm.

Zaterdag: Kweksilber Cultuur en film

Geen Bach kamp!

== Instr.

1) Dansen Weber 2) Meid om water

3) Bach dansen 4) Krieger 5) Ahle

[twee woorden doorgestreept;] Jeep, Hindemith

Geldeloos, Ik meen, Harba lori fa

Juchholla, Wachet auf

5.30-6.30 instr. + zangers

7. eten

7.45-8.15 dans

8.30 Kweksilber [= Wilhelm Kweksilber (1912-1988, pseudoniem: H. Wielek, socialistisch publicist, film- en literatuurrecensent)]





= = = EEN KLADJE BIJ EEN “PRAATKRING” ( bij het cahier pag.57vv): = = =

Het lacuneuze karakter van de notities in het cahier is vooral te betreuren voor het gedeelte waarin Renske op pp 57 t.m. 61 kennelijk iets van een geanimeerde en principiële discussie heeft willen vastleggen, over de actuele waarde en noodzaak van het zingen van Nederlandse volksliederen. Dat is haar maar gedeeltelijk gelukt – maar wij krijgen toch wel een fragmentarische indruk van wat althans bij sommigen in de groep leefde aan vragen, idealen, ideeën en zekerheden.

Zij lijkt zich op explicitering van haar inhoudelijke overwegingen voor de kampdeelnemers (een toen voornamelijk in jeugdwerk en jeugdzorg werkzame doelgroep!) met zorg te hebben voorbereid. In de loop van de week – in het cahier is niet met zekerheid te achterhalen wanneer precies; misschien was het de zondag – moet er een “praatkring” (p54 van het cahier) zijn geweest, waarvan zij, zoals hierboven vermeld, getracht heeft het een en ander vast te leggen. Op een zich voor dit gesprek prepareren wijst de verso-zijde van een der hierboven vermelde blocnotevelletjes: een kladje dat het proces weergeeft van vormgeving aan haar gedachten. Zij begint met een vraag aan zichzelf:

Ons werken hier – hoe wil je dat in de groepen brengen 1e plaats manier van werken 2e wàt we hier zingen”

Dan noteert zij onder elkaar een aantal punten, die ze later d.m.v. cijfers herordent:

Waarom willen we met onze jeugdgroepen zingen?”

Deze notitie krijgt later een nommering 3 voorgeplaatst. Een neerwaartse pijl van deze vraag naar nommer 1 “gemeenschapsgevoel” hieronder: ]

Waarom zingen we met onze jeugdgroepen geen Catharina van Rennes?”

[Ook deze notitie krijgt later een nommering 3 voorgeplaatst, maar die wordt weer doorgestreept]

Waarom geven we het lekenspel een belangrijke plaats in het jeugdwerk?”

[Deze vraag is later boven de vorige gekrabbeld.]

1e

Deel hebben aan de cultuur

1e gemeenschapsgevoel -> aanpakken?? [erbij gekrabbeld:] misschien kleinere groepen

\--> groei persoonlijkheid

2e” [hierachter een opwaartse pijl naar de notitie “Deel hebben aan de cultuur”]

[Onder bovenstaande tekst een korte, flauwe horizontale streep, midden op de bladzij. Vlak daaronder begint zij aan een nieuw vraag, die als 1) genommerd wordt:]

1) Waarom zingen we met het Nederlandse Lied

  1. [Ned.?] volkslied en geen buitenlandse Duitse, Franse volksliederen (kweken we hierbij geen hokjesgeest etc)

  2. meerstemmig werk uit 16e en 17e eeuw en waarom geen meerst. Werken van Mendelsohn, Schumann, Brahms, Cath. Ren., Abt


2) Waarom zijn er geen volksliederen in onze tijd

Ligt er in dit teruggrijpen geen verbeeld archaïserend streven

[3]) Is er een brug mogelijk van de volks naar de kunstmuziek

[deze vraag staat onder de volgende tekst genoteerd, maar wordt van daar door een opwaartse pijl naar deze plaats verwezen; vandaar het door mij toegevoegde nommer 3]

4) [i.p.v. doorgestreepte 3:] Hoe staan we tegenover het zingen van songs, schlagers in onze groepen, die daar al een zeker bezit zijn (radio) en de aanpas veel vergemakkelijken / Hoe tegenover Cath. v Renes? ”



= = =


[cahier p57, alles in potlood. Ook de herschikkingen van haar aantekeningen op p57 getuigen – evenals de merkwaardige taalfouten – van Renske’s haastige denkproces op dat moment. Zij begint met een aantal door interlinie gescheiden vragen op te schrijven, die zij later aanvult en hernummert, soms aan- (of: af- ?) kruist. Onder aan de bladzijde begint een op de volgende pagina’s voortgezette poging om enkele opmerkingen in de discussie vast te leggen.

Hieronder probeer ik deze en de volgende bladzijden weer te geven. In de bovenmarge bij de als 1 genommerde vraag gekrabbeld:]



x2 waarom [doorgestreept: zijn er geen] grijpen we terug naar het oude (16e, 17e eeuwse) volkslied?


x 1. Waarom zingen we in onze groep Ned. volksliederen en geen buitenlandse

[in opengelaten regels aangevuld met:] Denk aan de middelbare scholen

Internationale bew[egingen] Padv[inders]

[2 hernommerd in:] x 3. Hoe staan we tegenover het zingen van songs en schlagers in onze jeugdgroepen die [?] daar al een zeker bezit zijn (radio) en de aanpak veel gemakkelijker zouden maken

< [in opengelaten regels bijgekrabbeld, ongenommerd:] -- moderne dansen

Waarom geven we in ons jeugdwerk een (belangrijke) plaats aan het cult. Lekenspel

[3 hernommerd in:] 4. [doorgestreept: kamp] Mis je in ons repertoire het lied [doorgestreept: bij kamplied] dat je in de kampen wilt zingen en zo ja wat versta je eronder

[4 hernommerd in:] 5 Is er een brug mogelijk van de volksmuziek naar de kunstmuziek

[ad] 1. Ned. lied en Eng[else] volksdans??

Ned. lied sluit aan bij het Ned. volksaard

Wij hebben zo’n grote schat Ned. liederen, dat we geen buitenl. lieder[en] in onze groepen

Int. beweging : bij [?] buitenl liederen
Steph.: Waarom: we vinden het leuk deze liederen te zingen en vinden hier [?] bevrediging


[p58:]


Behoefte eenst. Buitenl. liederen

Jan Neut. Volkskarakter is eigen aan het volk. Verg. jazz gespeeld door Ned. en negers

canons internationaal goed

kerklied Fr[anse] ps[almen]

Kath.

Jan Grandia: buitenl. lied spreekt voor ons vaak van valse romantiek Ned. lied: spreekt van Ned. cultuur en Ned. gewoonten (min [=??]

An Grandia: v.h. buitenl. lied krijgen we meestal niet het goede (Zij [volgt een onleesbaar woord] )

Brullied nodig

Belangrijk wat op de scholen geleerd wordt

Belangrijk wie het leert

Gillis


2) als Doel bij ons wel: grote groepen niet

Wij: aanknopen bij bloeiperiode in de hoop te komen tot een eigentijds lied


[p59:]


Stephan Er zijn nieuwe die ons voldoening geven.

(Begrijpen v tekst??

kinderen kiezen het slechte

verwacht kinder op school iets aan [?] dan in hun vrije tijd

Als je doorwerkt krijgen ze wel smaak


Jan Neut.

We hebben geen vrede die we nu hebben.

geen doel / dus terug / eigentijds lied

weinig contact componist dichter en volk


Jan Grandia Geen waardering

Wij zingen dit lied omdat het volk kan

ten nauwste met zijn cultuur

stimuleren voor nu

Dit is te zien in Duitsland

Er is een breuk tussen 17e 18e wse

\ weinig voortgang

18 en 19 w een gat

In de Jordaan wordt A. Rol. Holst gezongen


[p60:]


Wij hebben tijd nodig

Gillis – oude lied alleen als basis

[in veel lichter potlood bijgekrabbeld:] Jan Pierewiet 8 drukken


==


Oude muziek, omdat en voor zover het waarde voor ons heeft in deze tijd

(teruggaan verg. ook stedenschoonheid

werken van schoonheid uit verschillende tijden verdragen elkaar –


==


Film: gemakzucht!

Gevoelsvertroebeling – critisch vermogen [pijltje naar omlaag: = ] gezakt


[nieuwe notitie, met scherper potlood:]


We zingen het 16e, 17e eeuwse lied , voor zover het voor ons levende waarde heeft, d.w.z. (als Ned. lied, omdat dit met ons volkskar. overeenkomt) 1e niet als doel in zichzelf, maar om als aanknopingspunt, als basis voor een lied uit onze tijd te zijn. 2e als eigen waarde op zich zelf, een waarde, waar velen voor afgestompt zijn, en die we dikwijls weer opnieuw moeten gaan ontdekken (verg. film, gevoelsvertroebeling. Vermindering critisch vermogen).


[p61:]


1 Beginnen met verschillende groepen

2 Zijn er nog mensen die naar aanleiding van de opmerkingen nu nog wat te zeggen hebben

--

Waarom dansen we: omdat we het fijn vinden - èn om te komen tot een Ned. danscultuur

Niet Eng[els] òf continentaal, maar uit welke tijd, bloei of tijd uit decadentie


==


Corrie de Groot } 2 menuetten

2 Tine Swemle }

6 Cherubini – canon Miep, Jetske, Grietje

5 Mengelberg - - -

4 Henning – (Bea, Stephan, Jet Sch.)

(Shakespeare song) [vermoedelijk = E.A. Henning Three settings for recorder]

Palestrina

7 Stamitz Presto Henk / Greet)

1 Vrolijk en Ah.[?] Jet c.s.

3 Morley Gillis c.s.


Dinsdag


[De laatste volle dag van het kamp; kennelijk een gewijzigde dagindeling i.v.m. het spel:]

[p62:]


8.45 – 9.30 corvee

9.30 – 11.—

11.15 – 12.— } 11.15 spel - 1

12. – - 12.45 } 1.— eten

1.--- eten / 2. – [2 gewijzigd in:] 3.45 – mannendans [erboven gekrabbeld:] rust 2.30

2.--- 2.45 – 3.30 spelvoorber[eiding] / dansen

3.30-5.30 – 3e, 4e deel

5.30 thee

6. – 8.30 } corvee

7. eten - }

9.30 – 10.30

11. kampvuur

Fischer

Wachet auf Praet[orius] Rudi [omcirkeld]

Du Lenze gut vlag +Utr [=?? onleesbaar] 124

Musica allersoetste 9.30 begin

==== muziekjesavond --

Fischer Vrolijk en blij

Wachet auf | Geldeloos Du Lenze

boeken terug | Wachet auf

geld Dini | 2 alten Tineke/Jet Sch

vrijdag rep. –gr[oep] radio Fischer

Jeep Stamitz

Mocht ik met een lied Greet D

Cantate mannendans

Vanitas ------

harba lorifa Mengelberg

Palestrina


[p63; de bovenste helft van de bladzij bevat uiterst verbleekte notities, niet alles nog leesbaar. Vermoedelijk zijn het steekwoorden t.b.v. een te houden slotwoord. Links op de pagina:]


Heerlijke week…

speciaal oudleden

verg[elijk] tien jaar geleden

volksmuz tekort[?? is onleesbaar]

volkshogeschool

[…]geluiden[???niet helemaal leesbaar]

het cult. werk een plaats, invloed op de

lekenspel 1) persoonlijk 2) groep

Oude muziek 1) voor zover zij waarde heeft[?]

die waarde leren herkennen

2) ons die waarde in ons werk

waarbij we zoeken naar nieuwe

uitdrukkingsmogelijkheid


[rechtsboven op de bladzij:]


Leiding geven betekent eigen scholing.

We hebben hier deel gehad aan

de muziek deze week, deel

aan dans en zang. Wij hebben de weg

gevonden


[onderste helft van de pagina, in veel duidelijke potloodschrift een verticaal rijtje liederen, kennelijk i.v.m. het lekespel:]

1 Patriotjes 2 4 weverkens 3 schuintamboers [gekrabbeld boven 4 Gavotte] 5 signaal intocht gilden 6 Wie dat zich zelf verheft 7 geldeloos 8 die timmermans 9 Vrolijk en blij


[p64: aantekeningen vermoedelijk n.a.v. de door Wilhelm Kweksilber \ H. Wielek gehouden lezing over film]


Gevoelsvertroebeling d.w.z. je ziet niet meer wat echt en niet-echt is [bijgekrabbeld:] goed en slecht [pijl van onder]

oppervlakkig – 30% spelen in misdadigheid

banalisering 60% in luxe milieu

er wordt zo geraffineerd gewerk[t]

films v. tintjes[=??? onleesbaar] (religieuze, sociale

Alle critische vermogen wordt verzwakt [pijl omhoog naar “goed en slecht” ^]

Deze gevoelsvertroebeling is een proces van jaren

Wat de -------------------------------------------------------


Zondagavond

A B)

x1)Dansen Weber x Du Lenze

x2)Meid om water x Holborne} jongens

x3)Bach dansen Loverkens}

x4)Krieger [tussengekrabbeld:] Wachet auf

x5)Ahle Mengelberg

x Dansen

C)xJeep

Hindemith

x Geldeloos

x Harba lorifa

x Wachet auf



[p65; misschien een vervolg van de notities op de bovenste helft van de vorige bladzij. Kennelijk gemaakt bij de lezing over film :]


De eerste documentaire in Amerika. Joris Ivens en Holl[andse] Zuiderzee, geen spelers maar b.v. de vissers zelf. Toch zijn deze documentaire films (en journaals) niet objectief !

Filmkunst ontstaan in Scandinavie, Duitsland

1928 geluidsfilm

Jeanne d‘Arc


Hollywood 8 filmmaatsch. beheersen de hele productie. Meer dan 50% der aandelen aan 2 kapitalisten

Rockefeller + …. Deze bepalen welke film , groot industriebedrijf . Deze machine moet doorwerken 500 films per jaar. In ons land ook 500 films per jaar – filmbezoek 39 mill.

1948 86 mill. per jaar in Nederl.

Gevaarlijk is het als je het niet meer stellen kunt zonder de snertfilms


Waarom gaan de mensen naar de bios.

Verveling, romantiek, gemeenschap, de kerk [sic. Kennelijk verschrijving voor bioscoop bij opnemen van dictaat] neemt de plaats in van de kerk. In Amerika boven[?] bioscoop kerken en kerkbioscopen. [bijgekrabbeld:] = horde! [term van Ortega y Gasset]


[p66:]


Nu[?] 1½ mill dollars: Hoeveel mensen moeten dit zien Dus [doorgekrast: hoeft] houdt alleen rekening met de (plm. 20-jarige) massa.

Wij hebben een filmkeuring, Amerika niet

Het intellectuele peil [van] een 13-jarige jongen, werkt dus eigenlijk het infantilisme in de hand

Charlie Chaplin – filmjong - de kinderen uit de kermistent spelen.

Chaplin is nog altijd de meest geniale speler (64 jaar) Hij is mens gebleven. Desondanks is bemind gebleven. Hij schrijft uit[?] eigen films heeft een eigen filmmaatschappij

Chaplin doet alleszelf (Verg[elijk] M.E. !)

Verder Hollywood specialisme: lopende band!

Vóór 1914 gefotografeerd toneel, waar een explicateur bij is – Eerste bioscopen in de grote steden

In Hollywood ontstaat de eerste filmindustrie

Amerika – land zonder eigen cultuur [erboven gekrabbeld:] psychologisch – pakte dus alle nieuwe cultuur vast, misschien kan hier een Am[erikaanse] cult. uit groeien

Economisch: die Am. kapitalist durfde te gokken, omdat deze mensen dikwijls ook plotseling zeer rijk geworden waren.

Technisch: landschap veel licht


[[67:]


Deze massa van paupers en huurlingen waren niet actief

In de vrije tijd: kroeg, gevechten, later meer op ontdekkings reizen, behoefte aan avontuur, sensatie evenals in onze tijd

Sprong eind 19e eeuw – ontdekking film

19e eeuw begin lopende band,

specialisme

trek naar grote stad

Deze lopende band mensen zijn niet in staat om de vrije tijd actief te besteden, waarom niet?

Taal[??? Niet te ontcijferen]: hoe denkt . de moderne jeugd

De arbeiders zijn niet voldaan over hun werk , grote nerveuze, verveelde, geestdodend werk

Vermoeidheid (Verg.

Simon van Drevel [bedoeld is: Simon van het Reve] de avond , over z’n werk schrijft hij niet

Maar dan ook in de vrije tijd iets op dat zo weinig mogelijk inspanning vraagt. De omstelling van passieve activiteit (werk) naar werkelijke activiteit zeer moeilijk

Daarom[?] plaatjes (film) - Te voren hadden de arbeiders ook haast geen vrije tijd

Plm 1895 hele korte films 2 à 3 min. plm journaals vertoond op kermistenten

[rechtsonder bijgekrabbeld, maar lezing onzeker:] plm f 100 producten [plus niet te ontcijferen woordje daaronder: verboden o.i.d.??]


[p68:]


Film en cultuur beïnvloeden elkaar

Invl. v.d. film op de cultuur: Literatuur: Maurits Dekker, [Upton] Sinclair

overspringen van het beelden op het beeld

invloed op de vormgeving v.d. roman

Toneelstuk Maurits Dekker, Williams (Eng.) minder dialoog, mer zich bewegen, handelen

Beeldende kunst: Moderne Amerikaanse schilders

Muziek: componisten werken v[oor] de film (betaald!) Amerika

Ben je hier eenmaal bij, dan onderga je deze invloed


De film voorziet in de massabehoefte: behoefte om plaatjes te zien, nieuwsgierigheid naar wat buiten de grenzen gebeurt

M.E. gesloten gemeenschap – andere binding:

Godsdienst, werk (gilden), werden door het werk geactiveerd, geactiveerd als persoonlijkheid, veel scheppend werk. Ook in de vrije tijd bleef hij actief.

Dat is nu nog bij de kunstenaars het geval. Die blijft actief ook in de besteding v.d. vrije tijd

M.E. in de vrije tijd passiespelen, lekenspelen

men leefde in de besloten gemeenschap

In de M.E. niet romantiseren! De paupers, de gildeleden zijn niet onze industriearbeiders: paupers, huurlingen


[p69: bovenaan twee notenbalken getrokken, met daarin de melodieën genoteerd van de canon Vanitas en de aanvang van het liedje ‘In den hemel is enen dans’. Daaronder een soms slecht of niet echt leesbare notitie die begint met een adem- en stemoefening:]


Zaterdag adem – beving[?] – din dong hoog

lang lang je gelaat

Hindemith

Jeep njeen [=???]

Ik meen het njeen

Wilt doch belijen } njin[???]

Befiehl du } njaan[???]


[Daaronder een achttal lege regels, waarna een notenbalk met door mij niet herkend motiefje er twee keer in genoteerd]


[p70, laatste bladzij van het cahier. Links boven enkele losse notities; daaronder twee paren notenbalken met door mij niet herkende liedmotiefjes; twee aparte notities in inkt: rechts boven een namenrijtje, rechts onder kennelijk een reminder:]


Nel v.d. Rotte

Niek Waas

-

Hak Leusderweg

scherm + projectielant[aarn]

bediening?


[in inkt, verticaal rijtje:]


Baktrog: Elly, Riek W, Wouter, Jaap W, Joop L, Joop H, Janny N.


[helemaal rechtsonder, in inkt:]


Juffr v Ginkel

Treekerstr.w.



[Op de binnenkant van de kaft van het cahier: bovenste helft aantekeningen in potlood waarbij de kernactiviteit van iedere dag wordt genoemd; tweede helft: in inkt evaluerende reminders na afloop van het kamp, gemaakt t.b.v. het volgende jaar:]


Instrumenten

Dond. Avd[?] Wachet auf

Vrijd. Ad[?] ’s middags praatkringen ’s avonds instrumenten?)

Zat Wielek

Zondag gasten

Maand. programma (o.a. groepen)

Dinsd. spel vertellen

Woensd. Spel



Opmerkingen 24-31 Aug ’50:

Biezenbos 7.30 vertrekken 10 voor 10 in ’t kamp is te laat

Zeker een half uur eerder. Terug: avond te voren opbellen!

Van de V.C.J.C. 2 (?) pannen, wasblikken, 30 stoelen (f 7.50)

[in potlood, met streep:] \______ Diny_______/ [vervolgens weer in inkt:]

+ enige teilen

3 schragen, Hollestelle Lingestr.1 : Arnh.straat

1 gamel A.J.C.

zaklantaarns mee

weinig materiaal nodig: één nieuw meerst. stuk – anders is er te weinig tijd voor canons, liederen etc – 2 instr. stukken meer dan genoeg

[ bijgekrabbeld:] Praatkringen erg goed.

Geen nachtwandeling

De Zondag in ’t midden erg prettig. gastenavond nodig?

Aan ’t kampvuur resumé van alle kleine muziekjes afgewisseld door samen zingen

|-> Mannendans niet in de rust!

| Geef je op tijd op en houd je daar aan!! Indeling groepen

| Sprokkelen pl twee dagen met grote groep – overleg te voren Jan Neut.

| [in de kantlijn een naar twee regels erboven verwijzende potloodstreep; in potlood eronder geschreven:]

|->Mannenleiding (Jan Neut. Jan Gr.? onbewust

geen grammophoon

[hieronder in inkt bijgekrabbeld:]

Tijd twee uur verzetten, hele progr. ½ uur later

el..w [?? onleesbaar woord] ten hoogste 1 uur.